Hoe belangrijk is fysieke aantrekkelijkheid voor kinderen | Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

De invloed van fysieke aantrekkelijkheid op kinderen.
Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Drs. Tamar de Vos- van der Hoeven - maart 2000

Zou Marilyn Monroe even succesvol en geliefd zijn geweest als ze minder aantrekkelijk zou zijn geweest? Zou Richard Gere net zoveel films hebben gemaakt als zijn neus scheef had gestaan en zijn oren te groot zouden zijn geweest? Met andere woorden gezegd: hoe belangrijk is uiterlijk in ons leven?

Het eerste beeld dat men zich van iemand kan vormen, is dat op basis van het uiterlijk. Bij de eerste ontmoeting is het uiterlijk de eerste informatie die men over een persoon krijgt. En vaak wordt er naar aanleiding van dit uiterlijk meteen een oordeel gevormd over deze persoon. Een net geklede vrouw maakt een betere indruk dan een vrouw in oude, versleten, niet bij elkaar passende kleding. Maar is het nu ook zo dat het uiterlijk waarmee je geboren bent de manier waarop je beoordeeld wordt beïnvloed? Worden er positievere persoonlijkheidskenmerken verwacht bij aantrekkelijke mensen dan bij onaantrekkelijke mensen? Zorgt aantrekkelijk zijn voor voordelen in het leven, omdat je positiever beoordeeld wordt?
En hoe belangrijk is fysieke aantrekkelijkheid voor kinderen?

Deze maand niet de behandeling van een opvoedkundig probleem, maar eens wat meer over het onderzoek dat is gedaan op dit gebied. En de feiten zullen u waarschijnlijk verbazen.

Kinderen onder elkaar

Heb je het als kind makkelijker als je fysiek aantrekkelijk bent? Ben je geliefder bij je leeftijdsgenoten als je aantrekkelijk bent? Of maken jonge kinderen nog geen onderscheid tussen aantrekkelijke en onaantrekkelijke kinderen? De eerste onderzoeken bij kinderen op dit gebied onderzochten de invloed van fysieke aantrekkelijkheid op pubers. Op deze leeftijd zijn kinderen erg bezig met acceptatie door leeftijdsgenoten en hierbij speelt uiterlijk een belangrijke rol. Maar is uiterlijk dan ook van belang voor jongere kinderen? Onderzoek heeft uitgewezen dat ook jonge kinderen wel degelijk worden beïnvloed door het fysieke uiterlijk van hun leeftijdsgenoten in hun oordeel over deze kinderen.

Aan een aantal kleuters werd gevraagd de leukste en vervelendste klasgenoten aan te wijzen en een aantal gedragskenmerken toe te schrijven aan de klasgenoten bij wie zij vonden, dat deze gedragingen het beste pasten. Hierna werden de foto's van de kinderen beoordeeld op aantrekkelijkheid door veertien volwassenen. Het werd duidelijk dat aantrekkelijke kinderen ander sociaal gedrag werd toebedacht dan onaantrekkelijke kinderen. De aantrekkelijke kinderen werden als meer onafhankelijk gezien dan de minder aantrekkelijke kinderen.

Vooral de onaantrekkelijke jongens werd veel negatief sociaal gedrag toebedacht. Deze jongens werden als het agressiefst gezien. De aantrekkelijke jongens waren de meest populaire kinderen, de onaantrekkelijke jongens waren het minst populair. Dit laatste kan heel goed voortkomen uit het negatieve beeld dat men van deze jongens heeft en dus berusten op een vooroordeel. Ook kan het dat deze jongens zich zijn gaan gedragen naar het beeld wat er van hen is gevormd en werkelijk negatief sociaal gedrag vertonen. Bij de meisjes werd een wisseling van populariteit gevonden naarmate de meisjes ouder werden. Op jonge leeftijd zijn de minder aantrekkelijke meisjes het populairst. Al naar gelang de meisjes ouder worden , worden de aantrekkelijke meisjes populairder. Dit komt voort uit het feit dat naarmate de meisjes ouder worden, hun uiterlijk belangrijker gaat worden.

Het onderzoek

Het verschil in oordeel over aantrekkelijke en minder aantrekkelijke kinderen kan voortkomen uit vooroordelen, maar het is ook mogelijk dat aantrekkelijke kinderen werkelijk verschillen van minder aantrekkelijke kinderen. Dit is belangrijk om vast te stellen.
Er werd aan twintig vrouwen gevraagd 64 foto's van kinderen die ze niet kenden te beoordelen op hun fysieke uiterlijk. De kinderen waren tussen de drie en vijf jaar oud. Ze werden in tweetallen aan het spelen gezet in een afgeschermde hoek in een klaslokaal en werden geobserveerd.
Er werden gedragsverschillen gevonden tussen aantrekkelijke en minder aantrekkelijke kinderen. De onaantrekkelijke kinderen bleken het agressiefst, vooral bij de vijfjarigen. Het feit dat het agressiviteitsverschil bij de oudere kinderen groter was, lijkt er op te wijzen dat het agressieve gedrag voortkomt uit het feit dat het kind zich agressief gaat gedragen omdat dit door de omgeving toch al verwacht werd.Voor hoeverre deze verschillen voortkomen uit het verwachtingspatroon van de omgeving waaraan het kind voldoet is een belangrijke vraag.

Een ander belangrijk punt dat naar voren komt is het belang van het zelfbeeld van het kind, hoe het kind denkt over zijn eigen aantrekkelijkheid. Dit beeld blijkt van groot belang omdat veel mensen hun gedrag bepalen aan de hand van het idee dat ze van zichzelf hebben. En dit gedrag beïnvloed de beoordeling door andere weer.

We kijken naar het verband tussen aantrekkelijkheid en zelfvertrouwen. Er wordt geen verband gevonden tussen zelfvertrouwen en het objectieve oordeel van een buitenstaander. Wel wordt er een duidelijk verband gevonden tussen het eigen oordeel van het kind en zijn zelfvertrouwen. De kinderen die hun eigen aantrekkelijkheid onderschatten hadden beduidend minder zelfvertrouwen dan de kinderen die hun eigen aantrekkelijkheid hadden overschat of goed hadden geschat. Het blijkt duidelijk dat niet alleen het oordeel van anderen over fysieke aantrekkelijkheid van belang is, maar dat ook het zelfbeeld van kinderen belangrijk is. Als een kind een negatief zelfbeeld heeft zal het zich veel passiever gaan gedragen. En hierdoor wordt dit kind door andere mensen weer negatief beoordeeld en wordt het vooroordeel weer in stand gehouden.

Verschillende onderzoeken wijzen uit dat fysieke aantrekkelijkheid een belangrijke rol speelt bij de oordeelvorming van kinderen. Bij deze oordeelvorming blijken kinderen gebruik te maken van vooroordelen. De kinderen hebben een bepaald verwachtingspatroon van aantrekkelijke en minder aantrekkelijke leeftijdsgenoten. Een belangrijke vraag is nu, hoe kinderen aan deze vooroordelen komen. Op televisie, op de radio en in tijdschriften wordt aantrekkelijkheid heel erg geïdealiseerd. Dit zou een belangrijke beïnvloeding kunnen zijn voor oudere kinderen, maar niet voor peuters en kleuters. Jonge kinderen leren het meeste van wat hun verteld wordt door de hen omringende volwassenen, zoals ouders en leraren. De kans is dus groot dat kinderen hun vooroordelen over fysieke aantrekkelijkheid leren van deze volwassenen.

De invloed van volwassenen

Al vanaf het prilste begin kunnen kinderen leren dat uiterlijk belangrijk is. Meteen na de geboorte krijgt een baby te horen dat zij of hij zo mooi is. Nu zal dit voor een baby niets betekenen, maar er komt een leeftijd dat kinderen wel begrijpen wat er wordt bedoeld als er tegen ze gezegd wordt dat ze zo'n schattig kind zijn. Op het moment dat een kind begrijpt wat fysieke aantrekkelijkheid inhoudt en het kind dus weet welk kind hij er wel leuk vindt uitzien en welk kind niet, kan dit kind ook vooroordelen leren met betrekking tot fysieke aantrekkelijkheid. Leren kinderen inderdaad vooroordelen van de hun omringende volwassenen?

Een van de volwassenen waar kinderen veel van leren, is een leraar. Kinderen leren alle dingen die in het lesprogramma zijn opgenomen, maar ze kunnen ongemerkt ook een hoop ideeën van de leraar overnemen. Leraren hebben bepaalde verwachtingen van hun leerlingen en beïnvloeden met deze verwachtingen de leerlingen. De verwachtingen van een leraar zijn niet alleen gebaseerd op de intelligentie van een leerling maar ook op oppervlakkigere zaken zoals het fysieke uiterlijk. Beoordelen leraren dan onaantrekkelijke kinderen anders dan aantrekkelijke kinderen?

Uit onderzoek blijkt dat aantrekkelijke kinderen de meeste persoonlijke en academische ontwikkeling toebedacht wordt door leraren. Ook blijkt het dat er van aantrekkelijke kinderen het meeste werd verwacht dat ze hun gedrag zelf bepalen en het werd hen dan ook meer kwalijk genomen als ze iets fout deden. De aantrekkelijke jongens werden als het intelligentst gezien, gevolgd door de onaantrekkelijke meisjes.
Het fysieke uiterlijk van de leerling blijkt dus van belang te zijn bij het oordeel van leraar, vooral als de leraar verder nog niet veel van de leerling weet . Zo kan de leraar aan het begin van het jaar zich een heel verkeerd beeld vormen van een leerling. Als de leraar deze leerling aan de hand van zijn verkeerde oordeel gaat behandelen is het heel goed mogelijk dat de leerling zich gaat gedragen naar het beeld van de leraar. Hierdoor is het mogelijk dat de andere leerlingen in de klas een verkeerd beeld krijgen van de bewuste leerling en zo vooroordelen aanleren.

Van zeer grote invloed zijn de ouders. In welke mate spreken ouders hun vooroordelen tegenover hun kind uit? Uit onderzoek blijkt dat aantrekkelijke kinderen meer gekozen worden om mee te spelen dan onaantrekkelijke kinderen. Deze aantrekkelijke kinderen worden ook als slimmer en leuker gezien. Uit onderzoek blijkt dat de verwachtingen van de ouders hun kinderen wel beïnvloedt bij hun vriendenkeuze maar niet bij hun verwachtingen met betrekking tot het gedrag van kinderen.
Het blijkt dat de verwachtingen van de ouders samenhangen met de vooroordelen die kinderen gebruiken en dat ouders hun eigen vooroordelen aan hun kinderen leren. Dit onderzoek laat heel duidelijk zien dat kinderen gebruik maken van vooroordelen, maar ook dat deze vooroordelen, in ieder geval voor een gedeelte, zijn aangeleerd door de eigen ouders.

Volwassenen blijken hiermee flink wat invloed te hebben op de oordeelvorming van kinderen. Kinderen blijken vooroordelen over te nemen van de hen omringende volwassenen en ze worden beïnvloed in hun gedrag door de verwachtingen die er ontstaan door deze vooroordelen.

De praktijk

Fysieke aantrekkelijkheid speelt dus een belangrijke rol bij de oordeelvorming van kinderen. Veel kinderen kiezen liever een aantrekkelijk kind als vriend dan dat ze vrienden worden met een minder aantrekkelijk kind. Ook blijkt dat het beste contact ontstaat tussen kinderen die ongeveer even aantrekkelijk zijn. Hierbij speelt het uiterlijk opnieuw een zeer belangrijke rol. Kinderen bleken ook veelvuldig gebruik te maken van vooroordelen. Ten dele komen deze vooroordelen voort uit wat kinderen zelf meemaken. Op het moment dat een kind meerdere malen gepest wordt door een onaantrekkelijke leeftijdgenoot, zal dit kind al snel tot de conclusie komen dat onaantrekkelijke kinderen gemeen zijn.

Maar lang niet al de vooroordelen waar kinderen gebruik van maken, komen voort uit dit soort ervaringen. Veel vooroordelen hebben kinderen aangeleerd via hun omgeving, televisie, tijdschriften en de hen omringende volwassenen. Deze volwassenen leren kinderen vooroordelen aan door ze deze vooroordelen gewoon te vertellen, maar ook door kinderen op een bepaalde manier te behandelen. Veel kinderen zullen zich aanpassen aan deze verwachtingen. Dit is een belangrijk punt. Het fysieke uiterlijk bepaalt hoe een kind beoordeeld wordt en dit oordeel heeft invloed op het gedrag van het kind. Het gaat zich gedragen zoals men dat toch al verwachtte. Zo worden de vooroordelen werkelijkheid en worden ze in stand gehouden.

Ik denk dat het heel moeilijk is om dit patroon te doorbreken. Dit hoeft geen vergaande gevolgen te hebben, omdat mensen geen vooroordelen meer gebruiken zodra ze iemand beter leren kennen. Vooroordelen over fysieke aantrekkelijkheid kunnen een grote invloed hebben op onze eerste indruk van iemand, maar als we iemand beter leren kennen zullen we toch altijd ons eigen oordeel vormen over deze persoon.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Literatuurlijst : Adams, G.R., Hicken, M. & Salehi, M.(1988). Socialization of the physical attractiveness stereotype: Parental expactations and verbal behaviors. International Journal of Psychology, 23, 137-149./Dion, K.K. & Berscheid, E. . (1974). Physical Attractiveness and peerperception among children. Sociometry, 37, 1-12./Hatfield, E. & Perlmutter, M.S. (1983). Social-Psychological Issues in Bias: Physical Attractiveness. In Murray,J. & Abramson, R. (Eds) Bias in Psychotherapy , 53-83. /New York: PraegeaKenealy, P. ,Gleeson, K., Frude, N. & Shaw, W. (1991). The Importance of the Individual in the 'Causal" Relationship between AttrActiveness and Self- esteem. Journal of Community & Applied Social Psychology, 1, 45- 56./Langlois, J.H. & Downs, A.Ch. (1979). Peer Relations as a Function of Physical Attractiveness : The Eye of the Beholder or Behavioral Reality ? Child Development, 50, 409- 418./Leinbach, M.D. & Fagot, B.I. (1991). Attactiveness in Young Children : Sex-Differentiated Reactions of Adults. Sex Roles, 25, 269- 284./Rich, J. (1975). Effects of Children's Physical Attractiveness on Teachers' Evaluations. Journal of Educational psychology, 67, 599- 609/Vaugh, B.E. & Langlois, J.H. (1983). Physical Attractiveness as a Correlate of Peer Status and Social Competence in Preschool children. Developmental Psychology, 19, 561-567.

De invloed van fysieke aantrekkelijkheid op kinderen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden