ADD | Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Een aandachtstekort-stoornis zonder dat het kind hyperactief is, kan dat ?
Niet druk, maar wel een aandachtstekort

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven

Wanneer er gesproken wordt over een kind met een aandachtstekort, ontstaat bij veel mensen al snel het beeld van een druk, impulsief kind. Een kind dat nooit kan stil zitten en hierdoor zich niet kan concentreren of zijn aandacht er bij houden. Bij een flinke groep van deze kinderen wordt de diagnose ADHD gesteld.
Maar er zijn ook kinderen die moeite hebben met hun concentratie, die snel afgeleid zijn en hun aandacht maar moeilijk bij hun taken kan houden, maar helemaal niet druk zijn. Deze kinderen zijn eerder wat stil, passief, vergeetachtig en teruggetrokken.

Het zijn kinderen die wel een aandachtstekort hebben maar niet aan het ADHD-beeld voldoen. Deze kinderen vallen veel minder op dan de kinderen met ADHD, omdat hun probleem veel minder storend voor hun omgeving is. Vooral het kind zelf heeft last van het aandachtsprobleem. ADD komt ook vaker bij meisjes voor dan bij jongens en we zien dat meisjes hun onvermogen vaak meer proberen te verbergen. Hierdoor vallen de ADD-kenmerken nog minder op en wordt het probleem regelmatig over het hoofd gezien. Bij deze kinderen is er vaak sprake van een subtype van ADHD, namelijk ADD, of te wel ADHD, zonder de H van hyperactiviteit. Toch is het verschil tussen ADHD en ADD groter dan enkel het afwezig zijn van de hyperactiviteit.
Kinderen met ADHD reageren vaak te snel, zijn erg impulsief, kunnen zichzelf moeilijk afremmen in hun gedrag en zijn hierdoor zeer gevoelig voor afleiding. Bij kinderen met ADD zien we dat het kind passief is, teruggetrokken en dat er sprake is van een langzame informatie verwerking, waardoor ook een gevoeligheid voor afleiding ontstaat, maar met een andere oorspong.

Kinderen met de aandachtstekortstoornis ADD hebben er moeite mee hun aandacht te richten. Ze kunnen moeilijk onderscheid maken tussen wat belangrijke informatie is en wat minder belangrijke informatie is, waardoor ze moeilijker gericht informatie kunnen opnemen. En de binnengekomen informatie lijkt ook op een langzame en minder efficiënte manier verwerkt te worden door de hersenen. De regelfunctie in de hersenen die de informatieverwerking moet regelen lijkt minder goed te werken. Er lijkt sprake te zijn van een verminderde prikkeloverdracht in de hersenen waardoor het coördineren en organiseren in de hersenen minder goed verloopt.

Kinderen met ADD hebben ontzettend veel moeite met het taakgericht werken. Maar ook het aanleren van dagelijkse routines en vooral het automatiseren (het doen zonder er steeds lang bij na te hoeven denken) hiervan, kost ze veel moeite. Het zijn kinderen die stil en vaak dromerig zijn, hun leertempo ligt vaak laag, zij hebben weinig zelfcontrole en kunnen erg teruggetrokken zijn, zijn vergeetachtig en lijken vaak weinig nieuwsgierig. Helaas worden hun problemen met aandacht vaak toegedicht aan niet willen, terwijl er sprake is van niet kunnen.

In het internationale handboek voor psychiatrische stoornissen, de DSM, wordt ADD als volgt omschreven: tenminste zes van de volgende negen punten worden gedurende tenminste een half jaar waargenomen in een mate die niet bij het ontwikkelingsniveau van het kind past:
- niet voldoende aandacht voor details, veel achteloze slordigheidsfouten in werk
- moeite aandacht bij taken te houden
- lijkt vaak niet te luisteren als direct aangesproken wordt
- volgt aanwijzingen niet op en maakt taak vaak niet af
- moeite met het organiseren van activiteiten
- vermijden van activiteiten die om een langdurige geestelijke inspanning vragen
- raakt vaak dingen kwijt
- gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels
- vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

Binnen de groep kinderen met ADD zien we een normale intelligentie-verdeling, wat dus inhoudt dat deze zowel gemiddeld, lager dan gemiddeld maar ook hoger dan gemiddeld kan zijn. We zien alleen dat kinderen met ADD meer moeite hebben informatie terug te vinden in hun geheugen, waardoor hun intelligentie soms lager ingeschat wordt dan dat deze is.

De gevolgen van ADD

Een kind met ADD heeft zowel op school als thuis moeite met de taken die het moet uitvoeren. Ook de dagelijkse routines, zoals de ochtendroutine van opstaan, wassen, aankleden, ontbijten, tas in pakken en naar school gaan leveren vaak problemen op. Maar we zien ook andere problemen ontstaan door de ADD. Kinderen met ADD hebben vaak weinig vrienden door hun teruggetrokken houding. Ze hebben er moeite mee hun capaciteiten (waar is het kind goed in) te tonen en te gebruiken. En hierdoor kan een negatief zelfbeeld ontstaan omdat het kind het gevoel krijgt niets te kunnen. We zien dat het gebruiken van de eigen capaciteiten vooral lukt wanneer iets echt de interesse heeft van het kind. Dan zien we dat het kind wel voldoende controle kan uitoefenen om toch de aandacht er bij te houden. Helaas leiden dit soort situaties, dat het een kind wel lukt de aandacht er bij te houden, er toe dat het idee dat het kind wel kan, maar niet wil versterkt wordt.

Het stellen van de diagnose

Zoals gezegd wordt ADD nog wel eens over het hoofd gezien omdat het een probleem is dat veel minder opvalt. Dit kan komen doordat de omgeving van het kind er weinig last van heeft , maar ook doordat kinderen met ADD vaak geneigd zijn hun problemen wat te verbergen. Dit doen ze onder andere omdat ze regelmatig geconfronteerd worden met het verwijt dat ze niet hun best doen, in plaats dat er begrip is voor hun onvermogen.

Het vaststellen van ADD is niet eenvoudig. Er is geen test die ADD eenduidig uitwijst. Om de diagnose ADD te stellen moet er een uitgebreid onderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt met behulp van beoordelingsschalen in kaart gebracht welke problemen het kind en de omgeving van het kind (ouders, leerkrachten, sporttrainers etcetera) ervaart. Er wordt dan bekeken in hoeverre deze overeen komen met de kenmerkende symptomen van ADD.

Hulp bieden

ADD is niet een stoornis die te verhelpen of te genezen is. Het kind moet leren omgaan met de problemen die het ervaart door de ADD. In de eerste plaats is het belangrijk dat zowel het kind zelf als de omgeving van het kind op de hoogte wordt gesteld van wat ADD inhoudt (dit heet psycho-educatie). En dat duidelijk wordt welke gevolgen deze aandachtstekortstoornis kan hebben op het kind. Hierdoor kan duidelijk worden wat verwacht mag worden van het kind en wordt benadrukt dat er geen sprake is van onwil of gebrek aan inzet, maar dat er echt sprake is van onmacht, van niet anders kunnen. Vaak geeft dit al veel rust omdat kinderen met ADD vaak heel erg hun best doen, terwijl ze vanuit hun omgeving steeds weer aangesproken worden op gebrek aan inzet. Hetgeen natuurlijk een zeer negatieve uitwerking heeft op het zelfbeeld van het kind.

Soms worden er ook medicijnen voorgeschreven, het betreft dan dezelfde medicijnen die kinderen met ADHD voorgeschreven krijgen. Het betreft dan medicijnen die niet genezen, maar het kind helpen door wat meer balans in de hersenen te brengen. Helaas blijken medicijnen bij ADD minder goed te helpen dan dat deze helpen bij ADHD.

Ook de gedragstraining/ psychosociale aanpak lijkt op die, die geboden wordt bij ADHD. Bij deze aanpak wordt met veel structuur, voorspelbaarheid, voorbeeld gedrag door de ouders, waardering wanneer het goed gaat en beloning gewerkt aan het meer controle krijgen over het gedrag. Deze slaat bij ADD vaak wel beter aan dan bij ADHD. Het kind moet daarnaast geholpen worden een positief zelfbeeld te ontwikkelen door het kind te laten zien welke mogelijkheden en capaciteiten het kind heeft.

Op school kan er hulp geboden worden door het aanbieden van het materiaal en vooral de instructies hierbij aan te passen. Zo kan het helpen de instructies mondeling aan te bieden in een rustige één op één situatie. Ook helpt het, het kind de instructies te laten herhalen. Bij het werken aan de taken kan het ook goed zijn regelmatig om een actieve respons te vragen, of te wel, regelmatig contact te houden met het kind tijdens het werken. Dit kan door het kind te laten vertellen waar het is in de taak en hoe het kind de taak aanpakt. Soms moeten instructies dan nog een keer herhaald worden. Het stapsgewijs mogen aanpakken van een taak kan een kind met ADD helpen de taak op een betere manier aan te kunnen. Ook het geven van veel feedback (dat doe je goed, dat kan je beter zo doen, let daar nog even op) kan een kind met ADD helpen. Maar ook de verwachtingen met betrekking tot de prestaties van het kind moeten aangepast worden. Het kind moet op een voor het kind geschikt niveau aangesproken worden, waarbij vooral het aanpassen van de tempo-eisen vaak al veel kan helpen. Een beetje extra tijd kan vaak al voor betere resultaten zorgen. Het kind moet uitgedaagd blijven worden, waarbij er acceptatie is dat niet alles altijd lukt.

ADD is niet te genezen, maar wanneer de problematiek herkend en erkend wordt kan een kind en zijn omgeving er wel op een goede manier mee leren omgaan. Het herkennen van deze stoornis bij een kind is dan ook belangrijk omdat alleen dan de juiste begeleiding geboden kan worden.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16


Informatie voor dit artikel komt van:
www.balansdigitaal.nl
www.orthopedagogiek.com
Wenar, Ch. (1994)Developmental Psychopathology. McGraw-Hill Book Company, Hoofdstuk 6.
Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV (1994)./ Vert. (uit het engels) door G.A.S. Koster van Groos - Lisse: Swet & Zeitlinger

Een aandachtstekort-stoornis zonder dat het kind hyperactief is, kan dat ?
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden