Speelafspraken | Mam, mag ik afspreken ?

Hoe maak je met je kind afspraken over het afspreken met vriendjes? En hoe help je een kind dat nooit afspreekt ?
Mam, mag ik afspreken?

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - april 2009

Dat spel belangrijk is voor kinderen is algemeen bekend. Kinderen leren ontzettend veel van spelen, spel stimuleert de intellectuele ontwikkeling van het kind, de motorische ontwikkeling en ook zeker de sociaal emotionele ontwikkeling. Zeker wanneer er wordt samen gespeeld met andere kinderen. Want in je eentje spelen is heel leerzaam, maar van samen spelen leren kinderen weer veel nieuwe dingen. Van samen spelen leren ze problemen oplossen, rekening houden met elkaar, emoties (van zichzelf en anderen) begrijpen, nadenken, vooruit plannen, onderhandelen, compromissen sluiten, anderen beter begrijpen en zich te verplaatsen in anderen (vooral rollenspellen/ doen-alsof kan hier veel aan bijdragen). Het is dus heel goed voor kinderen om samen te spelen, ze leren er enorm veel sociale vaardigheden van.

Maar niet ieder kind is er op het zelfde moment aan toe om met anderen te gaan spelen en ook wat betreft hoe vaak ze willen afspreken verschillen kinderen sterk. De ene vierjarige kan er echt aan toe zijn af te gaan spreken met klasgenootjes, terwijl een vijfjarige uit dezelfde klas er misschien nog niet echt aan toe is om al met andere kinderen af te spreken. De aard van het kind speelt hierbij een belangrijke rol, het ene kind is veel vrijer dan het andere. En de ene vierjarige kan er al echt aan toe zijn om samen te spelen terwijl de andere vierjarige nog moeite heeft met samen spelen en speelgoed moeten delen.

Ook de thuissituatie kan hierbij een rol spelen. Een kind dat thuis een broer of zus heeft kan hierdoor al meer ervaring op hebben gedaan met samen spelen en gezien hebben dat broer of zus vrienden te spelen heeft. De behoefte om ook af te spreken met vriendjes kan dan al wat eerder de kop opsteken. Maar een broer of zus thuis hebben, kan juist ook een averechts effect hebben, het kind heeft het gevoel niet zo nodig af te hoeven spreken omdat het in de thuissituatie al een speelkameraad heeft. En daar is op zich natuurlijk ook niets op tegen.
Maar een kind van vier of vijf dat nog niet echt toe is aan speelafspraken is dus zeker nog niet zorgelijk. Pas vanaf ongeveer zes jaar is het goed om eens verder te kijken naar het waarom, wanneer een kind nooit speelafspraken heeft.

Jonge kinderen (onder de vier) spelen vaak meer naast elkaar dan met elkaar. Op de kleuterleeftijd beginnen kinderen aan de basisschool, wat een zeer spannende stap is. Rond deze leeftijd gaan kinderen wat meer echt met elkaar spelen en beginnen de eerste kinderen speelafspraken te maken. In het begin is dat vaak nog heel voorzichtig een uurtje afspreken en dan is het vaak al weer genoeg. Naarmate het kind wat meer ervaring op doet in het samen spelen, zal het wat vaker gaan afspreken en ook wat langer willen en kunnen spelen. Al is over het algemeen twee uurtjes spelen voor kleuters toch wel genoeg. En op de kleuterleeftijd is het beter om niet meer dan één kind te spelen te vragen. Spelen met meerdere kinderen te gelijk loopt vaak nog mis op deze leeftijd.

Met dit wat meer echt met elkaar gaan spelen en speelafspraken gaan maken, worden kinderen zich er van bewust dat het niet altijd lukt om vrienden te worden met wie ze vrienden willen zijn. Kinderen kunnen zich buitengesloten gaan voelen of wat sociale angst ontwikkelen. Het afspreken kan hierdoor een tijdje wat moeilijker verlopen. En omdat het kind ziet dat anderen wel met elkaar afspreken, kan dit hem/haar nog eens extra onzeker maken.

Zoals al aangegeven, de behoeftes van kinderen verschillen sterk. De ene kleuter zal het liefst iedere dag willen afspreken terwijl de andere kleuter een keer per week een speelafspraak echt wel genoeg vindt. Het is verstandig het kind hierin te volgen en niet meer contacten te plannen wanneer het kind hier zelf geen behoefte aan lijkt te hebben.
Ook bij het ouder worden zien we dat kinderen sterk blijven verschillen op dit gebied. Het ene kind heeft het liefst alle dagen iemand om mee te spelen en een grote groep vrienden, terwijl het andere kind het prettig vindt om maar een of twee keer af te spreken en echt bewust een of twee goede vriend(inn)en heeft. En allebei is prima.

Afspraken rond het afspreken

Maar natuurlijk heb je als ouder ook een zeg in dit afspreken. Soms kan het afspreken gewoon niet, maar soms heb je er als ouder ook gewoon even geen behoefte aan een vriendje over de vloer te hebben of je kind te moeten halen en brengen. Er is niets op tegen om dan gewoon een keer 'nee' te zeggen. Zolang er maar op andere momenten wel de mogelijkheid is om af te spreken.

Hoe vaak een kind mag afspreken is afhankelijk van de behoefte van het kind, de grenzen die de ouders hier aan stellen en vooral ook wat het kind aankan. Sommige kinderen willen het liefst alle dagen afspreken, maar blijken dit helemaal niet aan te kunnen. Het steeds weer afspreken blijkt dan te vermoeiend. Wanneer ouders merken dat hun kind eigenlijk te veel afspreekt of geen 'nee' durft of wil zeggen tegen andere kinderen, dan kan het goed zijn duidelijke afspraken te maken hoe vaak en wanneer het kind mag afspreken Bijvoorbeeld nooit twee dagen achter elkaar afspreken, of alleen op woensdag en vrijdag afspreken. Zo weet het kind goed wanneer het wel en niet kan afspreken en krijg het tussen de verschillende speelafspraken door, de mogelijkheid om uit te rusten.

Overigens, ook wanneer je kind het prima aan kan om alle dagen af te speken, kunt je als ouder hier paal en perk aan stellen wanneer je dit te veel van het goede vindt. En natuurlijk zijn er ook bepaalde verplichtingen buiten schooltijd die een speelafspraak onmogelijk maken (bv zwemles, nieuwe schoenen moeten kopen, met zus mee naar tennis etcetera). Het is goed om duidelijk aan je kind uit te leggen wanneer hij/zij wel en wanneer niet een speelafspraak kan maken.
Het maken van dit soort afspraken voorkomt ook een hoop teleurstelling. Wanneer een kind steeds moet afwachten of het wel of niet kan of mag spelen kan dat heel frustrerend zijn wanneer het wil afspreken. Voor je het weet sta je met een stampende dochter of zoon op het schoolplein omdat een gemaakte speelafspraak niet kan doorgaan. Door al van te voren te laten weten of er wel of niet afgesproken kan worden, kan dit voorkomen worden. Al zal het kind zich misschien best nog eens vergissen en per ongeluk toch afspreken op een dag dat dat eigenlijk niet kan.

Kinderen vinden het vaak moeilijk er mee om te gaan wanneer een speelafspraak niet door kan gaan of wanneer een vriendje 'nee' zegt. Het is goed hier met je zoon/dochter over te praten en hem/haar te leren omgaan met deze teleurstelling. Je kind kan geleerd worden dat hij/zij boos mag zijn, maar dat hij/zij niet mag gaan schreeuwen, stampen of slaan. Er kan uitgelegd worden dat dit andere kinderen ook wat kan afschrikken.
Ook moet je kind leren dat er bepaalde regels zijn bij het afspreken. Zo is het goed om je zoon of dochter te leren dat je niet, wanneer je een speelafspraak hebt, deze zomaar kan afzeggen wanneer zich een 'leuker' vriendje aandient. Door je kind te helpen zich te verplaatsen in het andere kind door te vragen hoe hij/zij het zelf zou vinden wanneer een speelafspraak niet door gaat, omdat het vriendje liever afspreekt met iemand anders, kan hij/zij begrijpen waarom dit niet mag.

Een kind heeft recht op een vrije keuze wat vriendjes betreft. Het is dan ook het beste je kind zoveel mogelijk vrij te laten in met wie hij/zij speelt. Ouders zullen misschien niet altijd blij zijn met de keuze van hun kind. Maar het is verstandig je kind toch deze keuze te geven. Vaak zal hij/zij achteraf aangeven eigenlijk ook te vinden dat het spelen niet zo leuk was. En wanneer dit niet het geval is kunnen de ouders hier wel eens naar vragen en kunnen ze uitleggen waarom zij het als ouder niet zo'n leuk vriendje vinden. Maar het is goed om de keuze verder toch bij je kind te laten.
Wanneer het spelen meerdere keren echt tot ongewenste situaties leidt, kunnen ouder wel het spelen met dit vriendje enige tijd verbieden. Er zijn dan gegronde redenen. Het beste is het dan om niet direct commentaar te leveren op het vriendje maar commentaar te hebben op hoe het spelen verliep. Zo wordt de verantwoordelijkheid hiervoor niet alleen bij het vriendje gelegd maar ook bij het kind zelf.

Geen speelafspraken

Niet ieder kind maakt regelmatig speelafspraken en ouders kunnen zich daar erg zorgen overmaken. Zorgen die soms zeer terecht zijn, maar niet altijd nodig zijn. Want niet ieder kind heeft behoefte aan speelafspraken, Vooral bij kleuters zien we regelmatig dat ze er gewoon nog niet aan toe zijn af te spreken. En ook bij oudere kinderen zien we soms dat het kind heel tevreden is met die ene speelafspraak in de twee weken met die ene goede vriend. Verder speelt het kind liever alleen. Dit terwijl de ouders zich zorgen maken over de weinige contacten die hun kind heeft. Belangrijk bij het bepalen of het een probleem is dat een kind bijna nooit afspreekt is dan ook de mening van het kind zelf. Zolang een kind tevreden is, is het het beste om het te laten zoals het is en te accepteren dat het kind niet zo veel vrienden wil en hoeft te hebben.

Wanneer een kind er wel moeite mee heeft dat het weinig of geen speelafspraken heeft, kan het goed zijn het kind een beetje op weg te helpen. Overigens moet hierbij wel voorzichtig te werk gegaan worden. Het is niet goed om het afspreken als ouder over te nemen en een speelafspraak te regelen. Dit heeft over het algemeen een averechts effect, kinderen nemen dan vaak juist steeds meer afstand van hun leeftijdgenoten. Het kind zelf krijgt op deze manier de boodschap dat het zelf geen afspraak kan regelen en dat de ouders dat dus maar doen. Een boodschap die niet goed is voor het zelfvertrouwen van het kind. En de kinderen met wie de afspraak gemaakt wordt, kunnen hierdoor het gevoel krijgen dat de vriendschap opgelegd is en daar hebben ze geen zin in. Kinderen kunnen heel hard zijn en over het algemeen vinden ze bemoeienissen van ouders erg vervelend. Directe actie ondernemen om het kind te helpen bij het aangaan van speelcontacten is dan ook af te raden.

Kinderen zijn er meer bij gebaat wanneer ouders hen helpen meer zelfvertrouwen te krijgen. De ouders kunnen met het kind praten over hoe je vriendjes maakt. Daarnaast kunnen de ouders kijken hoe het gaat wanneer het kind contact maakt met klasgenoten en hier met het kind over praten. Vaak zien de ouders dan waar het mis gaat en door hier over te praten kunnen ze hun kind helpen de volgende keer op een betere manier contact te leggen. Zo kunnen ze bespreken wat er fout ging, wat de rol van het kind zelf was, hoe het vriendje reageerde en hoe het kind hier weer op had kunnen reageren. Door dit soort situaties met het kind door te spreken leert het kind anders reageren op leeftijdgenoten en kan het vaak er wel in slagen een speelafspraak te maken. Zo zien we bijvoorbeeld dat kinderen erg druk gaan doen wanneer ze een vriendje willen uitnodigen. Of het kind wordt erg boos wanneer een kind niet kan of wil spelen, wat een vriendje afschrikt bij een volgende afspraak. Ook een speelafspraak die niet goed is verlopen kan er voor zorgen dat het afspreken een tijdje moeilijker wordt.
Door te praten over deze incidenten en het kind tips te geven, kan het kind zich weer zekerder gaan voelen en hierdoor weer makkelijker speelafspraken gaan maken.

Ook kan het helpen het kind ervaring te laten op doen in het sociale contact op een club of sportvereniging. Door de gezamenlijke bezigheid is het eerste contact al gelegd en is het makkelijker voor het kind om dit uit te bouwen. En een gezamenlijke interesse is er dan ook al. Daarbij doet het kind extra sociale ervaring op, wat het kind ook weer zekerder zal maken in het sociale contract.
Ouders kunnen ook eens een moeder of vader op de koffie uitnodigen om zo het contact met een kind uit de klas te stimuleren. Het voelt dan voor zowel het eigen kind als het uitgenodigde kind toch minder als opgelegd spelen.
Wanneer een kind moeite heeft om contact te leggen met klasgenoten kan de leerkracht ook gevraagd worden wat te helpen. Door in de klas het contact met de klasgenoten wat te stimuleren door het kind wat vaker te laten samen werken met klasgenoten en dit zo te begeleiden dat dit goed gaat, kan het kind ook flink geholpen worden na schooltijd beter contact te leggen.

Soms durven kinderen ook niet goed een speelafspraak te maken, omdat ze bang zijn dat het vriendje dan ook wil dat zij een keer bij het vriendje thuis komen spelen. En niet alle (vooral jonge) kinderen durven dat aan. In dat geval kan het goed zijn de ouders van het vriendje te vragen of het goed is dat de kinderen eerst een paar keer bij het kind thuis spelen. Daarna kan dan de afspraak gemaakt worden dat de eerste keer bij het vriendje vader of moeder nog even mee gaat. Zo krijgt het kind de kans even te wennen in dit nieuwe huis. En daarna gaat het vaak veel beter en durft het kind wel te gaan spelen bij dit vriendje omdat het al een beetje vertrouwd is geworden.

Afspreken met leeftijdgenootjes is gelukkig voor de meeste kinderen heel vanzelfsprekend en de meeste kinderen zijn ook goed in staat zelf te bepalen hoe vaak en met wie ze willen spelen. Alleen wanneer een ouder merkt dat het afspreken niet goed gaat (te vaak of te weinig) en, heel belangrijk, merkt dat het kind hier mee zit, kan het goed zijn als ouder wat bij te sturen.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Hoe maak je met je kind afspraken over het afspreken met vriendjes? En hoe help je een kind dat nooit afspreekt ?
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden