Het effect van alcohol op puberhersen

Alchol heeft grote invloed op de ontwikkeling van de hersenen van een puber.
Het effect van alcohol op puberhersenen

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - maart/ april 2010

Het alcoholgebruik van jongeren is regelmatig in het nieuws met als trieste dieptepunten het zogenaamde 'comazuipen'. Dat het voor de hersenen van een jongere ongezond is door te drinken tot dat hij of zij bewusteloos raakt zal iedere ouder begrijpen. Maar dat alcohol ook bij incidenteel gebruik verkeerde effecten kan hebben op de hersenen is minder bekend. De hersenen van een puber zijn nog in volle ontwikkeling, ook nog ver nadat de leeftijd waarop drinken wettelijk toegestaan is wordt bereikt. Op zestienjarige leeftijd zijn sommige delen van de hersenen uit-ontwikkeld, maar grote delen van de hersenen zijn dat nog niet op deze leeftijd. Deze wetenschap heeft er toe geleid dat de leeftijdsgrens voor alcohol is opgetrokken naar achttien.

Hersenen in ontwikkeling

Vroeger werd gedacht dat de hersenen zo rond het zesde jaar, wanneer ze in volume niet veel meer groeien, al volledig ontwikkeld waren. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit verre van waar is. Sommige delen van de hersenen zijn zelfs nog in ontwikkeling tot de leeftijd van 24 jaar. Puberhersenen zijn nog onrijp en dat zorgt juist voor die typische puberverschijnselen en gedragingen. Verschillende onderdelen van de hersenen zijn op verschillende leeftijden gereed. Zo zijn de kleine hersenen (cerrebelum) die verantwoordelijk zijn voor het kunnen bewegen pas grotendeels uit-ontwikkeld zo rond het twaalfde levensjaar. En grote delen van de hersenen zijn pas 'af' wanneer de jongere een jaar of zestien is. Zo bereikt de hersenbalk (corpus callosum) die de verbinding legt tussen de twee hersenhelften en verantwoordelijk is voor het creatief denken en het oplossend vermogen van een jongere, zijn uiteindelijke vorm rond het zestiende levensjaar. En ook de hippocampus komt tot volledige ontwikkeling rond het zestiende levensjaar. De hippocampus, die zich in beide hersenhelften bevindt in de slaapkwab, is verantwoordelijk voor de concentratie, het aanleren van nieuwe dingen en het onthouden van informatie. Een belangrijk onderdeel van de hersenen dus, zowel met betrekking tot het leren als het geheugen.

Een onderdeel van de hersenen dat nog in volle ontwikkeling is op zestienjarige leeftijd, de leeftijd dat het drinken van alcohol met een laag alcoholpromillage tot voor kort nog was toegestaan, is de prefrontale cortex/ schors. Dit gedeelte van de hersenen is nodig om te kunnen plannen, keuzes te kunnen maken en vooral ook inzicht te hebben in de gevolgen van deze keuzes. De prefrontale cortex speelt hierdoor ook een belangrijke rol bij het beheersen van impulsief gedrag. Wanneer een jongere de gevolgen overziet van zijn gedrag, zal hij/ zij impulsen beter onder controle kunnen houden. De prefrontale cortex helpt dus ook bij het plannen en beoordelen van eigen gedrag
Daarbij zien we ook dat de hersendelen die wel al eerder dan of rond het zestiende levensjaar uit-ontwikkeld zijn, nog na deze leeftijd steeds beter gaan samenwerken en steeds beter op elkaar afgestemd raken. Deze 'groei' van de hersenen gaat door tot de jongere vierentwintig jaar is. Pas dan is de basisstructuur van de hersenen af.

Effect van alcohol op ontwikkeling

Hersendelen die nog in ontwikkeling zijn, zijn extra gevoelig voor alcohol. Alcohol heeft invloed op alle delen van de hersenen, terwijl andere verdovende middelen effect hebben op specifieke delen van de hersenen. Alcohol kan een tijdelijk effect hebben, we spreken dan van dronkenschap. Maar alcohol kan ook een blijvend of in ieder geval langdurend effect hebben op de hersenen. Hoe jonger het kind, hoe groter de invloed van de alcohol op de hersenen. Onder de zestien jaar zijn alle hersengebieden nog gevoelig voor alcohol, waarbij de prefrontale schors het meest kwetsbaar is, gevolgd door de hippocampus. Wanneer deze hersendelen beïnvloed worden, kan dit effect hebben op het vermogen weloverwogen keuzes te maken, het geheugen en het aandachtig leren.

Wanneer er wordt gekeken naar de hersenen van een vijftienjarige die al drinkt, zien we dat de hippocampus wel tot 10% kleiner kan zijn dan die van een vijftienjarige die niet drinkt. Zeker wanneer de jongere al op jonge leeftijd begonnen is met drinken en lange tijd achter elkaar is blijven drinken (dus niet incidenteel) zien we een kleinere hippocampus. Het opslaan van informatie, waarbij de hippocampus dus een belangrijke rol speelt, kan door alcoholgebruik in de puberteit langere tijd minder goed verlopen. Ook in de prefrontale schors is te zien dat dit hersendeel minder groot is bij een jongere die drinkt dan bij een jongere die niet drinkt op deze leeftijd. We zien dan dat de jongere meer moeite heeft met het leren en vaker moeite heeft de aandacht bij taken te houden. Ook zien we dat de hersenen van een vijftienjarige die drinkt minder actief zijn (vast te stellen met MRI-onderzoek).

Alcohol remt de opname van calcium in de hersenen. Wanneer eerst een grote hoeveelheid alcohol ingenomen wordt en er daarna gestopt wordt met drinken en de alcohol dus weer uit de hersenen verdwijnt, proberen de hersenen dit te kort aan calcium te compenseren door grote hoeveelheden calcium op te nemen. Hierdoor kan een voor de hersenen giftige hoeveelheid calcium in de hersenen opgenomen worden waardoor hersencellen kunnen afsterven.
Bij jongeren blijkt een keer flink te veel drinken (wat wel comazuipen wordt genoemd) meer schade aan te richten in de hersenen dan bij een volwassene.
Daarnaast zien we ook dat alcohol drinken in de puberteit invloed heeft op de witte stof in de hersenen. De witte stof is de isolerende laag die we vinden om de zenuwen in de hersenen en heeft dus een beschermende functie. Bij jongeren die veel drinken zien we dat er minder witte stof te vinden is in de hersenen.

Deze onderzoeksgegevens lijken te wijzen in de richting van een flink negatief effect van alcohol op puberhersenen. Toch moeten we voorzichtig zijn met het trekken van dit soort conclusies. De situatie zou namelijk ook andersom kunnen zijn. Namelijk dat jongeren met minder witte stof in de hersenen of een kleinere hippocampus of prefrontale cortex gevoeliger zijn voor de verleidingen van alcohol en hierdoor eerder over gaan tot excessief alcoholgebruik. En dat excessieve gebruik kan dan weer nog meer schade veroorzaken. Onderzoek waarbij eerst de hersenen bekeken worden voordat er ooit gedronken is en daarna wanneer de jongere op te jonge leeftijd al gedronken heeft zou natuurlijk om ethische redenen gezien nooit uitvoerbaar zijn. Onderzoekers moeten het dan ook doen met die resultaten die ze achteraf kunnen verzamelen bij jongeren die op te jonge leeftijd al begonnen zijn met drinken. En dat leidt nu eenmaal tot resultaten waarbij de onderzoekers zich altijd kunnen afvragen hoe deze resultaten geweest zouden zijn wanneer deze gemeten zouden zijn voordat de jongere begon met drinken. Al wijst onderzoek bij dieren toch wel in de richting dat de schade in de hersenen wel degelijk het gevolg is van het alcohol gebruik en niet de oorzaak voor het alcohol gebruik.

Jongeren reageren anders op alcohol

Alcohol heeft bij volwassenen enerzijds een dempende werking. Deze dempende werking heeft vooral invloed op het cerebelum, dat zorg draagt voor het coördineren van beweging. Na het drinken van alcohol wordt de drinker wat suffig en slaperig en de motoriek wordt beïnvloed, waardoor de drinker minder stevig op zijn benen staat en de concentratie minder wordt. Anderzijds heeft alcohol ook een stimulerende werking waardoor de drinker zich prettig gaat voelen, wat luidruchtiger en meer aanwezig kan worden en zich wat minder geremd kan gaan gedragen dan normaal.

Dit stimulerende effect van alcohol zien we ook bij jongeren, maar het dempende effect van alcohol nemen we minder waar. Jongeren worden minder suf van alcohol en ook hun motoriek lijkt minder aangetast te worden door alcohol. Met andere woorden, het lichaam van een puber geeft minder snel aan dat het 'dronken wordt', het dronken gevoel van suffigheid en 'zwalken' blijft langer weg. En omdat het stimulerende effect van de alcohol wel wordt waargenomen waardoor de jongere zich goed en zelfverzekerd voelt, wordt er nog meer gedronken. Dit kan nog versterkt worden doordat pubers door een nog niet volledig ontwikkelde prefontale cortex nog minder goed de gevolgen van hun eigen gedrag kunnen inschatten. De jongere voelt door het wat wegblijven van de lichamelijke signalen en het niet goed inschatten van de gevolgen van het eigen drinkgedrag, soms pas te laat, te veel gedronken te hebben. En dan kan de schade al aangericht zijn. Want juist veel in één keer drinken is schadelijk voor de hersenen.
Ook zien we dat bij jongeren alcohol minder snel wordt afgebroken omdat hun lever nog kleiner is dan die van een volwassene.

Jongeren zijn vaak nog in de groei en ook wanneer zij niet meer groeien is hun gewicht ten opzichte van hun lengte vaak nog anders dan die van een volwassene. Een jongere die kleiner of lichter is dan een volwassene bereikt dus een hoger alcoholpromillage in het bloed dan een volwassene die dezelfde hoeveelheid alcohol heeft gedronken. We zien hierbij dat meisjes nog eens extra kwetsbaar zijn omdat zij minder lichaamsvocht hebben. Bij meisjes bestaat hun lichaam voor 60% uit vocht terwijl dit bij jongens 70% is. Dit draagt bij aan een hoger alcoholpromillage bij een meisje dan bij een jongen van dezelfde lengte en gewicht. En wanneer het meisje dan ook nog eens wat kleiner en lichter is dan de jongen zorgt dit voor een nog hoger alcoholpromillage bij het meisje wanneer de jongen en het meisje hetzelfde drinken.

Dit alles bij elkaar zorgt er voor dat een jongere dus extra gevoelig is voor de gevaren van alcohol. De jongere drinkt meer omdat hij/ zij minder merkt dronken te worden doordat de dempende werking van alcohol op de hersenen minder optreedt. En door een lager lichaamsgewicht is er al sneller sprake van een hoog alcoholpromillage. En daarna wordt de alcohol ook nog eens minder snel afgebroken omdat de lever van een jongere nog kleiner is.
Er is dan simpel gezegd dus sprake van meer alcohol in een lichter en mogelijk ook kleiner lichaam wat daar langer blijft. Dat dit voor meer schade kan zorgen lijkt dan voor de hand te liggen.

Herstelt de schade zich?

Bij volwassenen heeft onderzoek uitgewezen dat er mogelijk weer verbetering kan optreden in gebieden die door excessief alcohol gebruik zijn beschadigd (al is sommige schade niet te herstellen) wanneer er lange tijd niet gedronken wordt. Of dit ook geldt voor de schade die in de puberteit in de hersenen kan ontstaan door alcoholgebruik is nog niet bekend. Mogelijk is deze schade toch meer permanent, juist omdat de hersenen nog in ontwikkeling zijn en deze ontwikkeling door alcohol geremd wordt.

Maar of de gevolgen van alcoholgebruik nu blijvend zijn of niet, ze zijn ernstig genoeg om jongeren in ieder geval tot hun achttiende jaar te weerhouden van het drinken.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Literatuur:
www.uwkindenalcohol.nl
Folder: 'Puberhersenen in ontwikkeling' van de Hersenstichting Nederland.
www.jellinek.nl
Alcoholgebruik en jongeren onder de 16 jaar. Schadelijke effecten en effectiviteit van alcoholpreventie. Trimbos-instituut, Utrecht. Onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS, 2006

Alchol heeft grote invloed op de ontwikkeling van de hersenen van een puber.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden