Angst bij kinderen | Ik ben daar bang voor

Omgaan met verschillende angsten bij jonge kinderen
Ik ben daar bang voor

Drs. Tamar de Vos van der Hoeven - mei 2002

De ontwikkelingen in de angst van een kind vinden op vaste leeftijden plaats, wat wijst in de richting van erfelijke aanleg. Maar er blijkt ook veel aangeleerd te zijn wanneer we naar angst bij kinderen kijken. Bij jonge kinderen zien we vooral angst met betrekking tot persoonlijke veiligheid en zaken die voortkomen uit de fantasie van het kind. Bij het ouder worden neemt deze angst af en neemt de angst voor school, prestaties en sociale contacten toe.

Angst bij baby's

Voor een jonge baby zijn vreemde enkel maar interessant. Ieder gezicht vind een jonge baby interessant. Want ieder gezicht betekent contact. Het kind begint te lachen en kijken zodra er een gezicht in hun blikveld verschijnt. Maar langzaam aan gaat het kind minder lachen en kijken wanneer het gezicht van een onbekende is. Het kind leert bekende van onbekende te onderscheiden en zoek steeds meer de ouders op.
Rond de acht of negen maanden beginnen veel kinderen angst te ontwikkelen voor onbekenden. Het kind wordt eenkennig. Maar niet alle kinderen ontwikkelen deze angst voor onbekenden en niet in iedere situatie is een kind angstig. Een aantal factoren zijn bepalend voor de angst van het kind.

Context
Allereerst is de context van belang. In een bekende omgeving zoals het eigen huis is een kind minder snel bang wanneer het met een onbekende geconfronteerd wordt, dan in een onbekende omgeving. Ook de aanwezigheid van de moeder is van groot belang. En vooral belangrijk is de reactie van de moeder. Een kind wat bemoedigend wordt toegelachen door de moeder zal minder angstig zijn dan wanneer de moeder geen direct contact zoekt met het kind of de moeder wat onzeker naar het kind kijkt. Wanneer een moeder al eenkennig gedrag verwacht van het kind, is de kans groot dat het kind ook eenkennig zal reageren. Ook wanneer het contact gelegd is met de onbekende zal het kind steeds zijn/haar moeder in de gaten houden om te kijken hoe de moeder reageert.

Controle
Vanaf de leeftijd van een jaar is het ook belangrijk dat het kind enige controle heeft over de situatie. Wanneer een bekende niet meteen op het kind afstapt, maar het kind de tijd geeft om te wennen en de eerste stap te doen tot contact, zal het kind veel minder angstig zijn. Vooral baby's roepen bij veel mensen de reactie op van meteen aanraken en dicht bijkomen. Maar dit schrikt het kind juist af.

Persoon
Maar ook wie de onbekende is, is van groot belang voor de angst van het kind. Volwassenen roepen angst op bij jonge kinderen, onbekende kinderen niet. Verder is van belang of de onbekende dicht bij komt of op enige afstand blijft. En de houding van de onbekende is belangrijk voor de mate van angst. Een onbekende die rustig tegen het kind praat en na enige tijd wat met het kind speelt is voor het kind minder angstig dan een onbekend persoon die enkel passief aanwezig is.

Omgaan met eenkennigheid

Het eenkennige kind beseft nog niet voldoende dat wanneer de ouder niet meer in beeld is, dat deze weer terug komt en niet voor goed verdwenen is. Door het kind steeds weer te laten ervaren dat de ouder altijd weer terug komt, zal de angst afnemen. Door heel even weg te lopen en daarna meteen weer terug te komen leert het kind dat de ouder niet voorgoed weg is. Het helpt ook om tegen het kind te blijven praten wanneer het de ouder even niet kan zien. Ook kiekeboe spelletjes leren het kind dat uit het beeld niet betekent dat de persoon ook weg is.

Angst op peuterleeftijd

Op de peuterleeftijd kunnen kinderen steeds meer en gaan kinderen de wereld steeds meer ontdekken. De wereld blijk dan wel heel erg groot. Dit maakt het kind angstig en het klampt zich vast aan diegene die het meest vertrouwd zijn, de ouders. Het kind krijgt last van verlatingsangst. Vaak is de moeder degene die het grootste deel van de zorg op zich neemt en is hierdoor het meest vertrouwd.
Belangrijk is de angst niet te veel te belonen met aandacht, want dit houdt de angst enkel in stand.
Het beste is het kind even op te pakken en te troosten, de angst wel serieus te nemen, maar het kind daarna weer op de grond te zetten. Hoe consequenter deze methode toegepast wordt, des te sneller leert het kind de angst te overwinnen.

Op peuterleeftijd zien we ook dat kinderen bang worden van dingen waar ze van schrikken en die ze niet begrijpen, zoals plotselinge geluiden, dieren die onvoorspelbaar gedrag vertonen etcetera. Peuter kunnen nog geen goed onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Hierdoor kan hun fantasie soms met hun angst op de loop gaan. Het helpt dan niet om te zeggen dat de angst onzin is, voor het kind is het echt. Ook is het niet goed om dan maar alles waar het kind bang voor is weg te halen. Hiermee leert het kind alleen dat de angst dus terecht was.

Angst overwinnen

In sommige gevallen heeft angst een doel en hoeft niet overwonnen te worden. Angst voor vuur leert een kind er uit de buurt te blijven. Angst voor gevaarlijke dieren beschermt het kind tegen het dier. Maar angst voor huisdieren, de dokter of hoogtes, staan het kind enkel in de weg en kunnen overwonnen worden.

Counterconditioneren
Bij deze methode leert het kind een situatie waarin het kind angstig is als steeds prettiger ervaren. Een kind wat bang is voor honden wordt in een kamer geplaatst met een hond in een hok aan de andere kant van de kamer en krijgt iets lekkers te eten. Iedere dag wordt de hond iets dichter bij gebracht tot het kind naast de hond durft te zitten. Door de positieve ervaring van het lekkere eten ervaart het kind de situatie met de hond als minder beangstigend en overwint hierdoor de angst.

Desensitisatie
Het kind leert eerst om zich te ontspannen met behulp van oefeningen. Wanneer het kind dit onder de knie heeft wordt het kind langzaam aan blootgesteld aan hetgeen waarvoor het kind bang is. Dit kan zowel in gedachten gebeuren als in de realiteit. Het kind wat bang is voor honden moet er aan denken samen met een hond in een kamer te zijn, de hond in een hok. Dan moet het kind zich ontspannen. Wanneer de angst is afgenomen moet het kind er aan denken dat het kind naast het hok zit en weer ontspannen. Zo wordt het kind stap voor stap blootgesteld aan zijn of haar angst. De volgende stap wordt steeds pas genomen wanneer het kind niet meer angstig is.

Kijken naar een voorbeeld
Kinderen leren heel veel van de mensen om hen heen. Ze kunnen hierdoor angsten aanleren, maar ook afleren. Door te kijken naar iemand die niet bang is of nog beter wel bang is, maar goed met de angst omgaat, kan het kind leren zijn/ haar eigen angst te overwinnen. Hierbij hebben kinderen vooral baat wanneer de andere persoon, het voorbeeld, een leeftijdgenoot is.
Ouders zijn ook een belangrijk voorbeeld voor kinderen. Maar een ouder is soms ook bang en kan het kind dit aanleren. Het lijkt misschien dan beter te zijn deze angst te verbergen, maar dit blijkt niet het geval. Het kind voelt namelijk de angst toch wel en zal enkel in de war raken wanneer de ouder de angst ontkent.

Fantasie gebruiken
Door de fantasie van het kind te gebruiken kan angst soms ook overwonnen worden. Een beer kan het kind beschermen , een liedje kan het kind helpen wanneer het bang is. En zo kan het kind zelf zijn/ haar angst overwinnen. Maar goed uitleg aan het kind wanneer het ergens bang voor is kan soms ook uitkomst brengen, juist omdat de fantasie van het kind de angst doet toenemen. Door een situatie begrijpelijk te maken kan de angst ook afnemen.

Angst de baas

Jonge kinderen kunnen heel erg overspoeld worden door hun angsten maar wanneer zij goed opgevangen en begeleid worden kunnen ze heel goed zelf hun angst overwinnen of onder controle krijgen.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16



Literatuur
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 7, blz 258 - 281, McGraw Hill International Editions.
Sagaser, J. (2002), Bang, over kinderangsten. Ouders van Nu, Nr. 3 maart 2002.

Omgaan met verschillende angsten bij jonge kinderen
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden