Boosheid, woede en driftbuien | Ik ben boos!

Omgaan met boosheid en driftbuien bij jonge kinderen.

Ik ben boos !

Drs. T. de Vos van der Hoeven - september 2002

Boosheid bij jonge kinderen kan zeer overdonderend zijn. Voor de ouders maar ook zeker voor het kind. Jonge kinderen kunnen heel erg overspoeld worden door hun boosheid en tijdelijk geen controle hebben over hun reactie. Dit kan voor het kind heel beangstigend zijn. De ouders worden geconfronteerd met hun eigen boosheid en frustratie. Een peuter die schoppend op de vloer ligt omdat hij geen snoepje mag kan het bloed onder zijn ouders nagels vandaan halen.
Zowel het kind als de ouders moeten leren omgaan met de boosheid van het kind

Het grote onvermogen

Baby's zijn lief, schattig en meestal heel erg aanhankelijk en knuffelbaar. Maar sommige baby's kunnen hun jonge ouders ook tot wanhoop drijven. Door heel veel te huilen bijvoorbeeld. Van verdriet of pijn maar soms ook van boosheid.
Een flinke groep baby's kan heel erg boos worden. Met een rood hoofd en gebalde vuistjes kunnen ze de hele buurt bij elkaar schreeuwen. Omdat ze bijvoorbeeld even moeten wachten op hun eten, maar ook bijvoorbeeld omdat ze even neergelegd worden. Het zijn meestal baby's met weinig geduld, die zich snel vervelen.

Zolang ze bezig gehouden worden en bij de ouders mogen zijn is er weinig aan de hand. Maar zodra ze even zichzelf moeten vermaken, in bed gelegd worden of even moet wachten op hetgeen ze graag willen, is het helemaal mis. Deze kinderen lijken vooral erg boos te zijn op de wereld om hen heen. Maar ze kunnen ook heel erg boos op zichzelf zijn. Gewoon omdat iets niet lukt en omdat ze nog maar zo weinig kunnen. Het zijn de baby's waarvan vaak gezegd wordt dat ze al zo graag groot willen zijn, die een hekel lijken te hebben aan het baby zijn.

Voor de ouders en ook voor het kind kan het heel moeilijk zijn om om te gaan met deze boze buien. Het beste is toch begrip te tonen en vooral veel geduld te hebben. En steeds weer te realiseren dat het kindje niet bewust de ouders probeert dwars te zitten. Deze kindjes zitten zichzelf veel meer dwars. Want ze zijn snel gefrustreerd maar blijven ook doorzetten tot iets wel lukt. Dit is zeer vermoeiend voor het kind, vooral omdat een hoop dingen echt nog niet in hun vermogen liggen.
Als ouder is het goed om je te realiseren dat je kind dan misschien wel een beetje een driftkop is, maar dat deze kinderen over het algemeen ook enorme doorzetters zijn.

Zomaar boos

Op de dreumes-leeftijd zijn kinderen vaak een stuk makkelijker in de omgang. Ze kunnen veel meer. Ze kunnen zich hierdoor veel beter zelf bezighouden en ze lopen niet meer voortdurend tegen hun eigen grenzen aan. Kinderen van één jaar willen ook heel graag bij van alles helpen, zeggen op bijna alles "ja" en kunnen heerlijk rommelen met een paar bakjes, een paar steentjes of stokjes of een klein autootje.

Tot ze plotseling heel erg boos worden. Omdat ze hun zin niet krijgen, omdat iets niet lukt of omdat ze iets moeten wat ze helemaal niet willen. Vaak gooien ze zichzelf op de grond en beginnen ze te slaan en schoppen. Ze lopen rood aan en gillen het hele huis (of de winkel, speeltuin etcetera) bij elkaar. Tijdens deze driftbuien is het kindje eigenlijk niet goed bereikbaar en ook niet makkelijk te troosten. Het kind wordt als het ware overspoeld door boosheid. Troosten op het moment van de driftaanval is dan vaak ook niet wenselijk. De boosheid moet er uit en zal anders op een ander moment wel naar buiten komen.

De beste reactie is dan ook uw kindje op een veilige plek laten uitrazen. Over het algemeen lucht dit voor het kind enorm op. De meeste dreumesen schrikken ook erg van hun eigen boosheid en willen erg graag getroost worden na een driftaanval. Door ze te troosten wanneer ze weer gekalmeerd zijn en niet boos te worden over de driftaanval leert het kind ook dat gevoelens van boosheid ook toegestaan zijn. Ze leren wanneer ze wat ouder worden wel op een meer passende manier met hun boosheid omgaan.

De tijd van de driftbuien

Peuters staan er om bekend enorme driftbuien te kunnen hebben. We spreken wel van de peuterpuberteit. Op deze leeftijd ontdekken kinderen steeds meer dat ze een individu zijn, een persoon, met eigen behoeftes en wensen. Ze willen heel graag hun eigen wil doordrijven en ze proberen ook heel erg uit waar de grenzen liggen. Dit kan gepaard gaan met enorme driftbuien en een flinke hoeveelheid boosheid.

Deze driftbuien en het voortdurend op zoeken van de grenzen, wat bij sommige peuters enorme vormen aan kan nemen, kan heel veel vragen van de ouders. Soms is het beter om als ouder even afstand te nemen van het kind, wanneer het kind echt het bloed onder de nagels vandaan haalt. Door gewoon even weg te lopen of het kind even apart te zetten kan voorkomen worden dat de ouder onredelijk boos wordt. Dit leert het kind namelijk alleen maar dat zijn/ haar woede-aanval dus normaal is, omdat de ouder net zo boos lijkt te worden.
De beste manier om om te gaan met de boosheid van peuters is rustig blijven (wat makkelijker gezegd is dan gedaan), begrip tonen voor de boosheid van het kind, maar niet te zwichten voor de boosheid. Door consequent te blijven en niet toe te geven leert het kind ook dat een driftbui niet een manier is om je zin te krijgen.

Wel is het goed om peuters ook een beetje te laten experimenteren met hun eigen wil. De fase van het slecht luisteren en de eigen zin willen doen is ook een belangrijke stap in de ontwikkeling. Het is goed wanneer het kind leert, dat zij/hij ook een eigen mening mag hebben en dat zij/ hij ook 'nee' mag zeggen tegen dingen. Maar kinderen moeten alleen ook leren dat bepaalde dingen nog niet zo gaan als zij dat willen en dat zij ook rekening moeten houden met wat een ander wil.
Het is daarom goed zo nu en dan toe te geven op kleine dingen. Laat het kind een beetje experimenteren met de eigen wil door bij onbelangrijke dingen toe te geven. Op de punten waarbij u het belangrijk vind dat het kind gewoon luistert, houdt u gewoon voet bij stuk. Dit zal leiden tot boosheid, maar daar leert het kind ook van. Ook is het goed het kind zo af en toe een keuze te geven. Ze leren hier veel van en het maakt het soms makkelijker om een kind zover te krijgen dat hij/zij toch doet wat u wilt, terwijl het kind toch het gevoel heeft dat het gebeurt zoals het zelf gekozen heeft.

De grote buitenwereld in

Bij kleuters betreft de boosheid vaak meer de buitenwereld, dingen die het kind heeft meegemaakt waar het boos over is. Vooral het contact met andere kinderen en de nieuwe eisen die de school aan het kind stelt kunnen een bron van boosheid zijn. Het kind voelt zich afgewezen door leeftijdgenoten, wordt gepest of heeft moeite met de gang van zaken op school.

Als ouder is het nu moeilijker om het kind te helpen. Je kunt als ouder je kind niet geheel beschermen tegen de buitenwereld. Ook is het heel moeilijk om achteraf na te gaan wat er werkelijk is voorgevallen. Een kind kan best een ruzie enigszins uitgelokt hebben en dan daarna heel boos zijn dat het tot ruzie gekomen is. Op deze leeftijd moeten kinderen ook beginnen te leren om te gaan met dit soort situaties en leren voor zichzelf op te komen.

De belangrijkste rol die je als ouder speelt is luisterend oor. Door het verhaal aan te horen, te troosten, goed te luisteren en het kind te helpen zijn verhaal te doen wordt het kind geholpen het gebeurde voor zichzelf duidelijk te krijgen. Door het kind te helpen zijn/haar gevoelens onder woorden te brengen ontdekt het kind vaak eigenlijk niet zozeer boos te zijn, maar eerder verdrietig of teleurgesteld.

Daarna kan dan samen met het kind bekeken worden wat het kind kan doen aan de situatie. Het beste is het kind zelf de oplossingen te laten verzinnen of het kind handreikingen te geven waardoor het kind in ieder geval het gevoel heeft zelf een oplossing verzonnen te hebben. Met kant en klare oplossingen kunnen kinderen op deze leeftijd veel minder, omdat ze hiermee niet zelf leren omgaan met problemen. Het eerste streven is dat het kind het zelf oplost. Maar wanneer het uit de hand lijkt te lopen, bijvoorbeeld met pesten, is het natuurlijk wel tijd om als ouder in te grijpen.

Boos zijn

Boos zijn is een hele gewone emotie die een ieder wel eens ervaart, het hoort ook bij het opgroeien. Als ouder bent u wel eens boos op uw kind en ieder kind is wel eens boos. Alleen kan het ene kind hier makkelijker mee omgaan dan het andere kind. Sommige jonge kinderen worden er door overspoeld en kunnen erg schrikken van hun eigen boosheid. Het beste is om het kind zijn boosheid niet te ontzeggen, maar wel uit te leggen dat het uiten van boosheid niet te extreme vormen hoeft aan te nemen, dat boosheid niet geuit hoeft te worden met gillen, slaan of schoppen.

De volgende boeken over boosheid voor de leeftijd van 3 tot 8 jaar zijn goed te gebruiken om een gesprek te starten met uw kind over boosheid.

* Ik ben zo boos dat ik niet meer weet wat ik doe boek. G, Frisen (Leopold) (over boos zijn)
* Als je boos bent. B. Mosès (Dijkstra) (over wat je doet als je boos bent)
* Ben is boos. H. Oram (Lemniscaat) (over boos zijn)
* Max en de maximonsters. M.Sendak (Leminiscaat) (over een heel boos jongetje)
* Mark mokt. W, Steig (Querido) (over boos zijn en het weer goed maken)
* De kleine woeste kater. J. Rankin (Zirkoon) (over boos zijn en samen delen)
* Boze ogen. V. Hazelhoff (Zwijsen) (over boze ouders)
* Ik en mijn monster. M. Beentjes en S. Posthuma (Leminiscaat) (over boosheid vanwege pesten)
* Oskar krijgt ook altijd de schuld. T. Ross (Altamira) (over boos zijn en de schuld krijgen)
* Bartolomeus- 5 peuterverhalen. V. Miller (Zitkoon) (over boosheid bij peuters)

UPDATE (2014) Veel van deze boeken zijn niet meer te koop. Vaak zijn ze nog wel te vinden in de bibliotheek.
Nieuwe titels (2014):
* Ik ben boos- Irene Heim
* Wat kun je doen als je te snel boos bent - Dawn Heubner (geschikt vanaf ± 6 jaar)
* Ik voel me boos - Sarah Medina
* Sorry! - Norbert Landa, Tim Warnes
* Ik ben woedend - Dagmar Geisler (zie ook onze recensie)
* Boos - Sarah Verroken
* Kikker is boos - Max Velthuis
* Boos - Jane Bingham

Kinderen van deze leeftijd hebben vaak baat bij het lezen van een boekje waarna de ouders met het kind kunnen praten over het onderwerp van het boekje.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuur
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint.
Sagaser, J. (2001) Stap voor stap groter worden: Over woede, Ouders van Nu, Nr. 4 april 2001.

Omgaan met boosheid en driftbuien bij jonge kinderen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden