Broekpoepen | Een vieze broek

Broekpoepen, een lastig probleem voor zowel de ouders als het kind.

Een vieze broek

Drs. T. de Vos - van der Hoeven

Zindelijk worden is een langzaam proces, wat het ene kind veel gemakkelijker doorloopt dan het andere kind. Tot ongeveer twee jaar is het legen van de darmen een automatisch proces. Pas rond de twee jaar is het zenuwstelsel voldoende ontwikkeld en heeft het kind voldoende controle over de sluitspier om zindelijk te worden. Het beste is dan ook om geduld te hebben. Te vroeg beginnen met zindelijkheidstraining kan zorgen voor angst en onzekerheid, waardoor het kind moeilijker zindelijk wordt of er na enige tijd een terugval is. Meestal wordt tussen de 2 en 4 jaar zindelijkheid bereikt. Maar het is zeker niet zorgwekkend wanneer een kind van vier nog niet geheel zindelijk is. Meisjes zijn vaak iets eerder zindelijk dan jongens. We spreken pas van zindelijkheidsproblemen wanneer het kind minimaal 5 jaar is.

Het zindelijk worden vindt plaats in de periode dat veel kinderen wat dwars kunnen zijn. Het kind wil graag zelfstandig worden. Dit kan bijdragen aan het zindelijk worden, maar kan er ook voor zorgen dat het kind niet wil meewerken aan de zindelijkheidstraining.

Het zindelijk worden start vaak met het zindelijk worden voor ontlasting omdat het kind zich er makkelijker bewust van wordt wanneer het poept. Vooral met de moderne luiers hebben kinderen het vaak maar moeilijk in de gaten wanneer zij plassen. Pas wanneer zij bloot zijn of in een onderbroek beginnen ze bewust te ervaren wanneer zij plassen. Het zindelijk zijn voor het poepen worden dan ook vaak als eerste bereikt gevolgd door het zindelijk zijn voor plas overdag en als laatste het zindelijk zijn 's nachts.
Vlak na de periode van het zindelijk worden hebben kinderen meestal nog wel eens ongelukjes. Hier is geen opzet bij, het kind vergeet het even, is druk bezig of heeft het net even te laat in de gaten. Boos worden is dan ook niet de beste reactie, dit leidt enkel tot spanning wat kan leiden tot nog meer ongelukjes

Maar sommige kinderen hebben er erg veel moeite mee om zindelijk te worden voor ontlasting. Zo zien we regelmatig dat kinderen het moeilijk vinden op de wc of po te poepen. Deze kinderen zijn wel zindelijk in de zin dat ze weten wanneer zij moeten poepen, maar ze het eng vinden om dit op de wc of po te doen. Vaak vragen deze kinderen dan zelf om een luier om te kunnen poepen. En omdat een luier gemakkelijker te verschonen is dan een onderbroek en deze kinderen werkelijk bang lijken te zijn voor het poepen op de wc, geven veel ouders het kind dan maar deze luier. Heel begrijpelijk, maar het kind overwint zo niet de angst voor het poepen op de wc/ po.
In dit geval kunnen de ouders dan ook beter toch deze luier niet geven en het kind stimuleren toch naar de wc te gaan. Wel moet er dan goed in de gaten gehouden worden dat het kind de ontlasting niet gaat ophouden, omdat dit tot verstopping kan leiden. Hierdoor kan het kind pijn bij het poepen krijgen wat het probleem enkel vergroot.
Maar het alleen durven poepen in een luier is vaak een fase in het zindelijk worden.

Er is ook een groep kinderen die het niet lukt zindelijk te worden voor ontlasting. Zo'n 0,5 tot 1,5 procent van de kinderen op de lagere school poept nog wel eens in zijn/ haar broek. Hier bij wordt onderscheidt gemaakt tussen primaire en secundaire zindelijkheidsproblemen. Bij primaire problemen is het kind nooit zindelijk geweest, bij secundaire zindelijkheidsproblemen is het kind zindelijk geweest maar is er sprake van een terugval. Bij secundaire zindelijkheidsproblemen moet de aandacht in eerste instantie vooral gericht worden op het onderliggende probleem. Het broekpoepen/ plassen is dan een signaal dat er iets aan de hand, Pas wanneer het onderliggende probleem opgelost is kan de zindelijkheidstraining weer goed opgepakt worden (als dit nog nodig is, soms stopt het broekplassen/poepen zodra het onderliggend probleem aangepakt is).

Ook wordt er een onderscheidt gemaakt tussen retentief en niet retentief. Bij retentieve ontlastingsproblemen is het kind verstopt en is er sprake van een lichamelijk probleem (darmen werken te langzaam, verstopping met overloopdiarree, opgezette darmen/ rectum). Een lichamelijk probleem moet door een arts behandeld worden. Met behulp van laxerende middelen en een dieet kan verstopping verholpen worden. Maar laxerende middelen moet niet te lang toegepast worden omdat dit juist weer tot verstopping kan leiden wanneer er gestopt wordt met de laxerende middelen. Het laxerende middel schept alleen de voorwaarde om het probleem met het broekpoepen aan te pakken en is niet de oplossing van het broekpoepen zelf.
Bij niet retentieve ontslastingsproblemen is het kind niet verstopt.
Bijna de helft van de kinderen die in hun broekpoepen plassen ook nog in hun bed. Het beste is het dan om het broekpoepen dan eerst aan te pakken en daarna het bedplassen. het natuurlijk verloop van het zindelijk worden wordt dan gevolgd. En vaak ook is het zo dat wanneer het broekpoepen verholpen is het bedplassen ook snel afneemt.

Om broekpoepen aan te pakken is het het beste het gewenste gedrag aan te leren en het ongewenste gedrag te negeren. Dit houdt dus in dat er een toitettraining toegepast wordt en dat broekpoepen genegeerd wordt. Maar dat laatste kan heel moeilijk zijn wanneer je als ouder iedere keer weer een vieze broek staat te wassen terwijl je je kind vier keer per dag naar de wc brengt. Soms, vooral bij wat oudere kinderen wordt er dan ook een methode aangeraden die overcorrectie genoemd wordt. Het kind wordt dan gevraagd zelf het ongewenste gedrag 'te herstellen', of te wel het kind was zichzelf en zijn kleding nadat het in de broek gepoept heeft. Het kind wordt hierdoor zeer bewust van de gevolgen van zijn of haar gedrag.

De toilettraining bestaat er uit dat het kind op vaste tijden naar de wc gestuurd wordt omdat het kind de aandrang niet goed herkent. Op een gegeven moment leert het kind het gevoel dan herkennen vlak voordat het lukt om te poepen, zo leert het kind aandrang herkennen. Een half uur na het eten is een goed tijdstip om het kind naar de wc te sturen omdat de darmen dan gestimuleerd zijn.

Bij het toepassen van de toilettraining is het meestal goed ook een beloningssysteem toe te passen. Het beste is het dan om het poepen op de wc te belonen. Ook een schone broek kan beloond worden, maar er moet dan wel goed op gelet worden dat het kind niet de ontlasting gaat ophouden of vies ondergoed gaat verstoppen om zo de beloning niet mis te lopen. Bij het belonen van het poepen op de wc wordt het gewenste gedrag echt beloond.
Straffen is over het algemeen niet de juiste oplossing. Straf leidt tot extra spanning rond het poepen en vaak ook tot verzet en meer ongelukjes.

En verzet is funest voor het zindelijk worden. Want alleen met de medewerking van het kind kan zindelijkheid bereikt worden.




Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis




cs-gy-3d-234x16


Prins, P.J.M. (1993) Gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen, Bohn Stafleu Van Loghum, hoofdstuk 7
Ploeg, J. van der (1998) Had me dat eerder verteld. Hoofdstuk 7 blz. 81-84, SWP, Utrecht
Feddema, G. & Wagenaar (1998) En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden, Hoofdstuk 4 blz. 117-121, H5 blz. 189-191, Van Holkema&Warendorf, Houten

Broekpoepen, een lastig probleem voor zowel de ouders als het kind.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden