Pubers, computers en kamerplanten

"Ik pak het dan ook iets subtieler aan. Ik ga naast mijn zoon dan wel dochter zitten en doe werkelijk alles wat maar enigszins kan afleiden."

Pubers, computers en kamerplanten

Het liefs zou ik hem het huis uit gooien. Maar ja, om heel eerlijk te zijn kan ik helemaal niet zonder. Wie nog wel? Dus wie ben ik om dan te verwachten dat mijn kinderen wel zonder kunnen. En dat verwacht ik dan ook niet. Maar een beetje minder zou best mogen.

Het begint altijd als werk voor school. "Nee, pap, ik ga echt niet spelen, het is voor een opdracht voor school”. En dus mag de computer aan. En het eerste half uur wordt er dan ook hard gewerkt. Maar wanneer ik na drie kwartier nog eens kom kijken is dan toch dat spelletje te voorschijn gehaald. "Ach, pap, even een beetje ontspannen, ik ga zo weer verder”. En ook al weet ik dat dit negen van de tien keer niet het geval is, ik weet ook dat protesteren weinig nut heeft. Want dan wordt mij onmiddellijk de lezing op school over het voorkomen van RSI in herinnering gebracht. Dat RSI ook, of juist, door spelletjes kan komen is iets wat mijn kinderen stelselmatig ontkennen. Ik besluit dan ook niet nu al de discussie aan te gaan.

En dus laat ik ze maar weer beloven dat ze niet langer dan een half uurtje zullen spelen en trek mij terug. In de wetenschap dat ik over een half uur alsnog de strijd zal moeten aangaan. Want na een half uur is het spelletje natuurlijk nog lang niet in de afrondende fase en zou ik toch eigenlijk op mijn strepen moeten gaan staan. "Uit met dat ding" zou ik het liefste roepen en de daad bij het woord voegen. Maar ik weet beter. Als ik dat doe hebben we weer minstens een paar uur een boze puber in huis. En dat is iets wat ik toch zoveel mogelijk probeer te voorkomen.

Ik pak het dan ook iets subtieler aan. Ik ga naast mijn zoon dan wel dochter zitten en doe werkelijk alles wat maar enigszins kan afleiden. De computer staat namelijk in mijn werkkamer, dus wegsturen kunnen ze mij niet. Na een minuut of tien rommelen geeft mijn dochter het meestal wel op. Bij mijn zoon moet ik wat meer geduld hebben. Hij heeft meestal toch wel een minuut of twintig nodig om tot de conclusie te komen dat het spelletje en een 'werkende' vader niet samen gaan. Al mopperend zetten ze de computer uit, maar beiden beseffen ze wel dat ze niet echt boos kunnen worden. Zeker niet wanneer ik nog enige tijd op mijn werkkamer blijf, kunnen ze niet hard maken dat ik hen enkel achter de computer vandaan wilde krijgen.

Maar een uurtje later staat het ding al weer aan. Navraag leert dat het huiswerk af is en hier kan ik eigenlijk weinig tegen inbrengen, want beide kinderen halen prima cijfers op school en ook het fenomeen spijbelen blijft ons gelukkig bespaard. Ik besef dan ook dat ik mijn handen mag dichtknijpen. Ook het argument lichaamsbeweging voelt niet erg sterk, omdat ze beiden zo'n drie keer per week sporten en iedere dag 5 kilometer heen en weer naar school fietsen. Zelfs mijn vroegere argument van de telefoonkosten voor het internetten gaat niet meer op sinds mijn baas zo vriendelijk is geweest ons gezin van ADSL te voorzien, zodat deze vader regelmatig thuis kan werken. Met andere woorden, ik weet niet zo goed meer op welke gronden ik het computergebruik nog moet verbieden. En toch wil ik dat wel graag, want achter de computer is er geen interactie meer met ze mogelijk.

Misschien moet ik eens een chatbox bezoeken wanneer ze achter de computer zitten en op deze manier met ze gaan communiceren. Want een puber achter een computer is net zo communicatief als een kamerplant, iedere vorm van interactie is onmogelijk.

Edwin Brugman



cs-gy-3d-234x16



"Ik pak het dan ook iets subtieler aan. Ik ga naast mijn zoon dan wel dochter zitten en doe werkelijk alles wat maar enigszins kan afleiden."
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden