Doktersbezoek voorbereiden en begeleiden | Naar de dokter

Naar een dokter moeten is voor veel kinderen eng. Een goede voorbereiding en begeleiding tijdens de ingreep kan het kind helpen om te gaan met de angst.

Naar de dokter

drs. T. de Vos- van der Hoeven - september 2000

Ieder kind krijgt in zijn leven wel te maken met vervelende medische onderzoeken. Het begint in de eerste week al met de hielprik. En ook het meest gezonde kind zal in zijn kindertijd meerdere malen een vervelende medische handeling moeten ondergaan (inentingen, temperatuur opnemen, tandartsbezoek etcetera). En veel kinderen breken wel iets, vallen een gat in hun hoofd wat gehecht moet worden of snijden zich ergens aan. En een op de tien kinderen heeft een lichamelijk probleem dat dagelijkse zorg vraagt. Dit kan zich beperken tot bijvoorbeeld dagelijkse injecties maar kan daarnaast zo nu en dan ook bestaan uit zware chirurgische ingrepen.

Of het nu gaat om een simpele inenting of een moeilijke, pijnlijke chirurgische ingreep, goede voorbereiding van het kind is altijd goed. Maar ieder kind reageert anders en hier moet dan ook altijd rekening mee gehouden worden. Een standaard manier van voorbereiden op een doktersbezoek bestaat er dan ook niet.
En de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het kind speelt begrijpelijk ook een belangrijke rol bij het voorbereiden. Zo hebben jonge kinderen hun ouders nodig om afgeleid te worden terwijl wat oudere kinderen ook in staat zijn zichzelf af te leiden.

Algemene aanwijzingen

Angst kan er toe leiden dat het kind meer pijn ervaart, de ingreep langer duurt dan nodig is en kan zelfs leiden tot verkeerde metingen. Het is dan ook belangrijk zoveel mogelijk angst weg te nemen. Maar wanneer de ingreep eenmaal begonnen is en het kind toch erg angstig blijkt te zijn is het het beste de ingreep toch door te zetten, vooral wanneer het om een ingreep gaat die het kind vaker zal moeten ondergaan. Wanneer de ingreep wel stop gezet wordt, leert het kind dat zijn angst terecht was, dat hij er onderuit kan komen door zijn angst heftig te tonen (vluchtgedrag) en hierdoor zal de angst alleen maar toenemen. Terwijl een zo snel mogelijk uitgevoerde ingreep de angst kan doen afnemen.
Een kind wat opgenomen moet worden en bang is, kan angst ontwikkelen voor alles in het ziekenhuis. Het kind kan hierdoor ook bang worden voor de verzorgster die het eten komt brengen. Het is bij een ziekenhuisopname dan ook belangrijk niet alleen de angst te doen af te nemen maar het kind ook te helpen onderscheid te maken tussen de beangstigende dingen en de niet enge dingen.
En het is heel belangrijk om als ouder uw eigen angst niet te laten zien. De houding van de ouders beïnvloedt het kind heel sterk. Maar ook andere kinderen die angstig zijn kunnen het kind beïnvloeden. Helaas is dit laatste niet te voorkomen.

Methodes om uw kind voor te bereiden

Wanneer dit maar enigszins mogelijk is, is het goed om het kind in een niet-bedreigende situatie te laten wennen aan de omgeving waarin de ingreep gaat plaats vinden. Zo kan het zinvol zijn om uw kind een paar keer mee te nemen naar de tandarts voordat hij of zij zelf in de stoel moet (het is wel belangrijk dat de ouder dan zelf niet bang is). Ook kan het goed zijn om het kind kennis te laten maken met de apparatuur die gebruikt gaat worden bij de ingreep, zonder dat er iets mee gebeurd. Helaas is deze methode van laten wennen niet altijd mogelijk. Sommige ingrepen zijn nu eenmaal acuut.

Een methode die lijkt op de hier bovenstaande methode, maar uitgebreider is, is het verstrekken van informatie. Informatie doet de stress afnemen omdat het de situatie voorspelbaarder maakt en enigszins het gevoel van controle geeft. Allereerst is het belangrijk om informatie te geven over de reden voor de ingreep, zodat het kind weet dat de ingreep nodig is.
Ten tweede is het goed om de procedure uit te leggen, wat gaat er gebeuren. Wel is het beter om alleen te vertellen wat het kind kan waarnemen. Het vertellen van dingen die het kind toch niet zal merken (omdat het onder narcose is bijvoorbeeld) is niet zinvol. Vooral bij jongere kinderen kan teveel informatie voor verwarring zorgen.
Ten derde is het belangrijk om het kind voor te bereiden op de dingen die ze gaan ervaren tijdens de ingreep. Wat gaat hij of zij gaat voelen, ruiken en horen. Op deze manier zal het kind minder schrikken tijdens de ingreep van de verschillende sensaties. Zo kan een kind tijdens een bepaalde soort injectie een warmtesensatie krijgen bij de prikplek. Dit kan het kind angstig maken en hierdoor wordt de warmte ervaren als pijn. Wanneer het kind de warmte verwacht zal het niet schrikken en merken dat de pijn wel meevalt.
Ten vierde is het goed om het kind ook informatie te geven over hoe hij of zij het beste kan handelen tijdens de ingreep. Het kind leert op die manier hoe het zichzelf kan afleiden, welke houding voor het minst ongemak zorgt tijdens de ingreep, hoe het kind het beste kan meewerken etcetera.
Eerlijk zijn is heel belangrijk, wanneer het pijn gaat doen is het beter dit ook toe te geven. Het kind zal anders schrikken van de pijn en zal zich ook belazerd voelen. Er moet een juist evenwicht gevonden worden tussen genoeg informatie om het kind voor te bereiden, maar niet te veel informatie zodat het kind in de war raakt en de angst juist toeneemt.
Bij jonge kinderen is het vaak verstandiger deze informatie te verstrekken via poppenspel. Samen met de ouder kan dan de ingreep nagespeeld worden met een pop.
Deze methode van informatie verstrekking is zeer nuttig en bij mildere ingrepen voldoende. Bij zware ingrepen is deze methode niet voldoende.

Wanneer een kind begrijpt waarom een ingreep moet gebeuren en dat het zich waarschijnlijk beter zal voelen na de ingreep (of niet ziek zal worden), zal het meer gemotiveerd zijn de ingreep te ondergaan. Het einddoel wordt op deze manier belangrijker dan de ingreep. Het belonen van het kind na de ingreep is dan ook belangrijk. De beloning kan gegeven worden wanneer alles goed gegaan is, maar ook wanneer het kind geprobeerd heeft mee te werken, maar toch in paniek is geraakt. De beloning zal het kind er toe aanzetten de volgende keer opnieuw te proberen kalm te blijven en mee te werken.

Bij kinderen die al vaker een ingreep ondergaan hebben en een structurele angst voor de ingreep ontwikkeld hebben wordt een techniek toegepast, waarbij het kind langzaam aan de situatie wordt blootgesteld. Zo kan bijvoorbeeld begonnen worden met het alleen maar laten zien van de naalden. Dan wordt er gewacht tot het kind niet meer bang is. Dan mag hij de naalden vasthouden en wordt er opnieuw gewacht tot de angst weg is. Daarna mag het kind dan in fruit spuiten. Zo wordt stapje voor stapje de angst weggenomen of in ieder geval teruggebracht tot een normaal niveau.
Bij jonge kinderen wordt vaak gebruik gemaakt van het 'heldenverhaal'. Het kind wordt een verhaal verteld over zijn of haar held die de ingreep stapje voor stapje ondergaat. (het kind is dus niet degene die de naald ziet, vasthoudt en in fruit spuit maar de held doet dit).

Bij ziekenhuisopnames wordt soms ook gebruik gemaakt van een video van een kind dat de ingreep ondergaat en hier goed mee omgaat. Het beste is dit wanneer het kind op de video wel bang is, maar goed met zijn of haar angst omgaat. Of nog beter, meerdere kinderen die goed met hun angst omgaan op verschillende manieren. Deze methode is eigenlijk pas geschikt vanaf een jaar of zeven. Jongere kinderen hebben meer aan poppenspel zoals dat hier boven besproken werd. Kinderen van 7/8 jaar hebben het meest aan de video wanneer ze deze vlak voor de ingreep zien. Wat oudere kinderen hebben er meer aan de video langer van te voren te zien, bijvoorbeeld een week voor de ingreep. Op deze manier hebben ze de tijd na te denken over wat ze gezien hebben en wat ze er mee kunnen doen.

Bij een ingreep die niet zoveel spanning oplevert kan het zinvol zijn het kind af te leiden. Maar bij een zeer stressvolle ingreep heeft dit juist een negatief effect. De ingreep is te stressvol voor het kind om zich te laten afleiden. In dat geval is het het beste om het kind wel af te leiden op de minder stressvolle momenten van de ingreep, zodat het kind afgeleid wordt van zijn of haar angst voor wat komen gaat. Op het moment dat de ingreep dan echt gaat plaats vinden is het beter het kind de aandacht geheel te laten richten op de ingreep en de methodes om de pijn zo beperkt mogelijk te houden. Ook kan het goed zijn het kind wat inspraak te geven in de ingreep. Zo kan het kind bijvoorbeeld zelf aangeven wanneer de injectie gegeven kan worden.

Angst is gewoon

Angst bij een vervelende ingreep is heel begrijpelijk. Maar een goede voorbereiding kan voorkomen dat de angst te grote vormen aanneemt en kan bijdragen aan het soepel verlopen van de ingreep. Van alle hierboven besproken methodes lijkt voor de meeste kinderen vanaf 7 jaar de methode met video het beste als hierbij ook aandacht besteed wordt aan de vaardigheden om met de ingreep om te gaan. Maar zoals al gezegd aan het begin van dit artikel, ieder kind is anders en voor sommige kinderen is een van de andere methodes beter.
Voor kinderen onder de 7 jaar zijn de andere voorbereidingsmethodes, zoals een goede uitleg, poppenspel, een heldenverhaal etc. meer geschikt.
En er blijven altijd acute ingrepen, waarbij er simpelweg geen tijd is om het kind voor te bereiden. Het belangrijkste is dan dat de ouders aanwezig zijn om de stress te beperken en dat het kind goed verteld wordt wanneer het pijn zal doen en wanneer het voorbij is. Voor kinderen onder de vier jaar is er weinig bekend over de beste manier van voorbereiden. Maar bij een acute ingreep lijken ook deze jonge kinderen hier het meest baat bij te hebben.

Angst bij een vervelende medische ingreep is dan wel niet te voorkomen maar de ingreep kan wel zo min mogelijk belastend gemaakt worden met de juiste voorbereiding.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Van Broeck, N. (1990) Gedragstherapie in de voorbereiding van kinderen op onaangename en pijnlijke medische ingrepen. Handboek gedragstherapie. Afl. 22.

Naar een dokter moeten is voor veel kinderen eng. Een goede voorbereiding en begeleiding tijdens de ingreep kan het kind helpen om te gaan met de angst.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden