Jongeren en softdrugs

Veel jongeren komen in aanraking met softdrugs. Door als ouder in gesprek te gaan hierover, goede informatie te geven en duidelijke afspraken te maken, kan het kind behoedt worden voor verkeerde beslissingen met betrekking tot softdrugs.

Jongeren en softdrugs

Drs. T. de Vos - van der Hoeven - mei 2003

De puberteit is de tijd dat kinderen steeds meer loskomen van hun ouders en steeds meer op hun eigen benen moeten leren staan. En bij dit op eigen benen gaan staan hoort vaak ook enig experimenteren. Jongeren experimenteren onder anderen met hun uiterlijk, seks, roken, drinken en vaak ook met drugs. En vooral dit laatste kan ouders erg verontrusten. Een aantal zaken zijn van belang om vast te stellen of het drugsgebruik van een jongere verontrustend is.

Allereerst is van belang wat voor drugs er gebruikt worden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen softdrugs en harddrugs. Onder softdrugs wordt verstaan: cannabis, wiet, hasj. Softdrugs geven een ontspannen gevoel en versterken de zintuigelijke beleving. Onder harddrugs vallen heroïne, cocaïne maar ook gedroogde paddestoelen en pillen zoals xtc. Harddrugs hebben invloed op het zenuwstelsel.

Zo'n 3% van de 14/15 jarige heeft wel eens drugs gebruikt. Bij 18 jarige is dit aantal gestegen tot bijna 40%, waarvan zo'n 20% regelmatig gebruikt. De meeste van deze jongeren gebruiken softdrugs. Harddrugs wordt door 3% van de 18 jarige jongeren gebruikt.
In dit artikel beperk ik mij tot het gebruik van softdrugs. Softdrugs leiden niet tot een lichamelijke verslaving maar kunnen wel tot een psychische afhankelijkheid leiden. Problemen die kunnen ontstaan bij regelmatig gebruik zijn geheugenproblemen, concentratieproblemen, angst en paniek.

Het gesprek aangaan

De meeste jongeren gebruiken incidenteel. Ze experimenteren uit interesse en soms ook onder druk van leeftijdsgenoten. Bij incidenteel gebruik hoeven ouders zich zeker geen zorgen te maken, maar is het wel goed om te praten over het drugsgebruik . Dit geldt eigenlijk voor iedere adolescent. Bijna elke jongeren zal ooit in aanraking komen met drugs en zal moeten besluiten wat te doen. Door te informeren over drugs kunnen problemen voorkomen worden. En door het gesprek al aan te gaan voordat de jongeren in aanraking is geweest met drugs zal er meer ruimte zijn voor een open gesprek. Wanneer het eerste gesprek pas plaats vindt wanneer een jongere al gebruikt zal deze zich snel gecontroleerd voelen en afwerend staan tegenover een gesprek.

Maar ook met jongeren die gebruiken blijft het belangrijk te praten over drugs, op een open manier waarin ook ruimte is voor de adolescent om te praten. Zo kan het goed zijn jongeren die soms wat hasj of wiet gebruiken te informeren dat dit soms tot angst kan leiden, waardoor de jongere hier op voorbereid is. Veel drugs versterken de gemoedstoestand en kunnen hierdoor een geheel ander effect hebben dan verwacht (een jongere die wat neerslachtig is en drugs gebruikt om vrolijk te worden kan diep in de put raken) Ook lichamelijk kunnen drugs verkeerd vallen. Ook dingen als niet met drugs op achter het stuur zijn belangrijk om te bespreken. Het is dan ook belangrijk dat een ouder weet waarover hij/ zij praat om de jongere de juiste informatie te kunnen geven. Het is dan ook goed om als ouder informatie in te winnen, voordat het onderwerp ter sprake komt

Verbieden heeft vaak een tegenovergesteld effect. Het maakt het experimenteren interessanter en zorgt voor stiekem gebruik. Hierdoor hebben de ouders helemaal geen grip of inzicht meer in het gebruik van hun kind.
En in de meeste gevallen neemt de interesse na een korte periode van experimenteren weer snel af. De jongere stopt met het gebruik van drugs of gaat op een veilige manier gebruiken.

Bij het gebruik van drugs kan druk van leeftijdsgenoten een grote rol spelen. Een jongere met niet zo veel zelfvertrouwen kan gevoeliger zijn voor deze druk. Door als ouder waardering voor het kind te laten blijken zal een adolescent meer zelfvertrouwen en zelfwaardering ontwikkelen en hierdoor beter weerstand kunnen bieden aan groepsdruk. Het stimuleren van het verantwoordelijkheidsgevoel - door het kind over bepaalde zaken zoals school, geld, de eigen kamer de verantwoordelijkheid te geven - helpt het kind ook met betrekking tot drugs de verantwoordelijkheid van veilig gebruik te kunnen dragen.

Een goed voorbeeld geven als ouder is ook belangrijk. Roken afraden als ouders die veel rookt is niet erg overtuigend. Maar een goed voorbeeld geven hoeft zeker niet te betekenen dat het roken of drinken volledig gestopt moet worden. Juist door een verantwoord gebruik van bijvoorbeeld alcohol te laten zien leert het kind veel.

Wanneer wel zorgen?

Wanneer het gebruik zeer regelmatig plaats vindt of wanneer het kind begint te experimenteren met harddrugs is er wel reden tot zorgen. Ook drugsgebruik dat samen gaat met een laag zelfbeeld of drugsgebruik als uitvlucht voor problemen moet leiden tot extra alertheid bij de ouders. Hetzelfde geldt voor drugsgebruik dat leidt tot ernstige problemen thuis of op school.

Een aantal signalen kunnen wijzen op riskant drugsgebruik. Een plotselinge verandering in het gedrag, schoolproblemen, plotseling andere vrienden of vergeetachtigheid kunnen duiden op onverantwoordelijk drugsgebruik. Maar ook lichamelijke signalen, zoals misselijkheid, vermoeidheid of slaapproblemen kunnen een signaal zijn. Daarnaast is extra alertheid raadzaam wanneer er plotseling geldproblemen ontstaan of de jongere erg prikkelbaar of somber is. En liegen over het drugsgebruik of stiekem gebruik kunnen ook een signaal zijn dat de jongere niet meer op een verantwoorde manier met drugs omgaat

Wat doen bij zorgen?

Wanneer ouders zich zorgen maken over het drugsgebruik van hun kind, is het essentieel dat zijn in gesprek blijven met hun kind. Zoals eerder gezegd is verbieden af te raden. Beter is het het gesprek aan te gaan en duidelijke afspraken te maken over het drugsgebruik. Hierbij zullen zowel de ouders als de jongere wat moeten inleveren omdat de ouders als uitgangspunt geen drugs hebben .En de jongere heeft als uitgangspunt gewoon doorgaan op de wijze die de ouders nou juist verontrust. Door samen te onderhandelen en uiteindelijk tot een compromis te komen kunnen er afspraken gemaakt worden over wanneer er wel en wanneer niet gebruikt mag worden. En door privileges te beloven kan de jongere bewogen worden zich ook aan deze afspraken te houden. Zo kan bijvoorbeeld afgesproken worden dat op schooldagen er niet gebruikt wordt en wanneer deze afspraak nageleefd wordt het gebruik in het weekend geaccepteerd wordt en de jongere een uur later thuis mag komen.

Maar soms zal de problematiek rond het drugsgebruik zulke vormen aan nemen dat professionele hulp wenselijk is. Omdat het drugsgebruik zelf zorgelijk is of omdat ouders en kind er samen niet uit komen.
Het is dan goed om advies in te winnen bij een organisatie gespecialiseerd in verslavingszorg.
Dit kan ook telefonisch via de Drugsinfolijn: 0900-1995 (kan anoniem) en via internet op www.drugsinfo.nl



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16


Literatuurlijst :
Ploeg, J. van der (1998) Had me dat eerder verteld. Hoofdstuk 11, SWP, Utrecht
Uw kind en drugs. Folder van het Trinbos instituut

Veel jongeren komen in aanraking met softdrugs. Door als ouder in gesprek te gaan hierover, goede informatie te geven en duidelijke afspraken te maken, kan het kind behoedt worden voor verkeerde beslissingen met betrekking tot softdrugs.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden