Dyscalculie

Dyscalculie is een leerstoornis waarbij het kind moeite heeft de basisvaardigheden van het rekenen onder de knie te krijgen.

Dyscalculie

Drs. T. de Vos - van der Hoeven - april 2003

Rekenproblemen kunnen vele oorzaken hebben. Het kan bij het kind aan intelligentie schorten, het kind kan moeite hebben met abstract denken, de taal of het lezen kan voor problemen zorgen, motivatie kan een rol spelen, het geheugen kan te kort schieten, maar het kan ook dat er gewoon te weinig uitleg is gegeven of dat er te snel door de uitleg heen gegaan is. Maar rekenproblemen kunnen ook een gevolg zijn van dyscalculie.

De leerstoornis dyscalculie staat op dit moment nog veel minder in de belangstelling dan de leerstoornis dyslexie. Dyscalculie is nog veel minder bekend maar ook minder erkend.
Dyscalculie is een complexe rekenstoornis waarbij het kind moeite heeft met het leren van basisvaardigheden voor rekenen, er is wel inzicht in het rekenen. Een kind met dyscalculie heeft moeite met:

* het leren van de betekenis van getallen en hoeveelheden
* het leren van rekenprocedures, ook na herhaalde uitleg
* ruimtelijke oriëntatie

Deze vaardigheden worden in de eerste jaren van de basisschool geoefend en worden na enige tijd geautomatiseerd (b.v. 2x3=6, bereken je niet maar weet je) en in het lange termijn geheugen op geslagen. De eerste jaren valt deze leerstoornis dan ook niet altijd op omdat veel jonge kinderen nog moeite hebben met de basisvaardigheden van het rekenen. In de hogere groepen komt de rekenstoornis dan naar voren wanneer er veel nieuwe rekenstof aangeboden wordt en het kind problemen krijgt omdat de basisvaardigheden problemen opleveren.

Oorzaak

Er is nog weinig bekend over de oorzaak van dyscalculie. Het is een neurologisch probleem wat niets te maken heeft met intelligentie, concentratie of motivatie. Sommige vormen van dyscalculie lijken erfelijk te zijn. Daarnaast lijken problemen met het korte termijn geheugen een rol te spelen. Zo'n tien procent van de basisschool leerlingen heeft problemen met rekenen. Het merendeel leert met extra hulp, andere methodes en een aangepast niveau omgaan met de rekenproblemen, maar 1/2 % houdt hardnekkige rekenproblemen.

Gevolg

Leerproblemen kunnen een kind zeer onzeker maken. Het kind heeft het gevoel dom te zijn en niets te kunnen en het raakt achter. Hierdoor kan faalangst ontstaan en het kind kan gefrustreerd raken omdat het hard werkt zonder echt effect.

Hoe vast stellen

Er is helaas geen simpele test om dyscalculie vast te stellen. Een aanwijzing in de richting van dyscalculie is wanneer een kind wel goed presteert op andere vlakken op school en het rekenen niet verbetert na herhaaldelijke uitleg en extra oefeningen. Door dan uitgebreid te kijken naar hoe het kind een rekentaak aanpakt (hard op laten voorrekenen), na te gaan of de basisvaardigheden geautomatiseerd zijn en te kijken welke rekenmethode het kind gebruikt, kan bekeken worden of er sprake is van dyscalculie. Daarnaast moeten emotionele problemen, tekort komend onderwijs en problemen op het taalniveau of met betrekking tot intelligentie uitgesloten worden.

Andere aanwijzingen in de richting van dyscalculie zijn:
- Moeite met tellen (volgorde niet juist, getallen overslaan)
- Het kind gebruikt ook in de hogere groepen simpele rekenprocedures (b.v. op de vingers blijven tellen.)
- Moeite met de volgorde waarin de stappen van een som genomen moeten worden
- Moeite met gesproken getallen opschrijven, moeite met de plaats van getallen (12 opschrijven wanneer er een en twintig gezegd wordt)
- Moeite met sommen juist onder elkaar zetten
- Geheugenproblemen met betrekking tot sommen
- Een hekel aan rekenen en traagheid bij rekenen

Hoe helpen

Door veel voor te doen en steeds kleine stapjes te laten zien kan een kind met dyscalculie geholpen worden sommen onder de knie te krijgen. Ook het visualiseren van een som (in een simpel voorbeeld twee appels met een peer in plaats van 2+1) kan deze kinderen helpen de som beter te maken.

Ook helpt het veel een kind hardop te laten voorrekenen. De leerkracht kan dan precies horen waar het kind een fout maakt en op welke manier het kind denkt. De leerkracht kan dan heel gericht uitleg gaan aangeven over het punt waarop het fout gaat en kan aansluiten bij de manier van denken van het kind. De leerkracht kan het kind dan ook een duidelijke oplossingsstrategie bieden die bij de aanpak van het kind past. Soms helpt het om het kind verschillende strategieën te laten proberen en te kijken met welke manier het kind het beste overweg kan.

Maar ook ouders thuis kunnen hun kind helpen bij het verkrijgen van enig grip op getallen, hoeveelheden en ruimtelijke oriëntatie. Bij jonge kinderen kan dit met behulp van puzzels en spelletjes met een dobbelsteen. Bij wat oudere kinderen kunnen rekenspelletjes op de computer, constructiemateriaal en een spel als Rummicub veel steun bieden.

Daarbij is het wel belangrijk dat de ouders niet uit ten treuren met het kind gaan zitten oefenen op het rekenen. Spelenderwijs is oefenen prima, maar er moet wel ook aandacht blijven voor wat het kind wel goed kan. Vaak is het goed om als ouder te overleggen met de leerkracht of en hoe er thuis geoefend kan worden.

Voorzieningen

Er zijn een aantal voorzieningen die een kind met dyscalculie zeker kunnen helpen bij het maken van rekenopgave
Het overschrijven vanuit het boek of vanaf het schoolbord moet zoveel mogelijk beperkt en het liefst voorkomen worden. Dit kan doormiddel van voorgedrukte werkbladen.
Wat extra tijd of wat minder opgave voor het kind met dyscalculie helpt het kind zijn of haar werk af te krijgen wat zeer goed is voor het zelfvertrouwen. Ook heeft het kind zo meer tijd om de opgave die het wel moet maken, ook echt te maken, waardoor het kind ook echt leert van de opgave.
Met extra mondelinge uitleg en overhoringen kunnen kinderen met dyscalculie ook geholpen worden beter te presteren.
Ook een rekenmachine of een tafelkaart kunnen een enorme steun zijn voor een kind wat wel het inzicht in het rekenen heeft, maar de basisvaardigheden niet geautomatiseerd heeft.

Kinderen met dyscalculie hebben vaak ook moeite met het overschakelen van de ene oplossingsstrategie naar de andere strategie. Het kind blijft bijvoorbeeld na een aantal optelsommen, optellen terwijl er ondertussen een min-teken in de som staat. Door duidelijk aan tegen wanneer een strategie verandering verwacht wordt kan het kind makkelijker overschakelen. Dit kan door bijvoorbeeld de optelsommen met blauwe inkt af te drukken en de aftreksommen met rood.

Sommige leerboeken zijn ook niet erg geschikt voor kinderen met dyscalculie. De boeken bieden te weinig herhaling van uileg, te weinig kans om te oefenen en vaak worden te veel dingen in één hoofdstuk uitgelegd. Ook is er in deze boeken meestal te weinig aandacht voor de taakanalyse (hoe het je dit nu precies gedaan?) en kan de visuele informatie (plaatsjes, tabelletjes etcetera) in het boek verwarrend werken. Een aangepast leerboek of aangepaste leervellen kunnen het kind dan extra steun bieden.

Rekenproblemen

Niet ieder kind wat moeite heeft met rekenen heeft dyscalculie. Vele andere dingen kunnen ten grondslag liggen aan de problemen die het kind heeft met rekenopgave. Maar wanneer er bij de andere vakken geen problemen zijn en het kind na herhaalde uitleg en oefenen niet beter gaat presteren is het wel goed eens verder te kijken of er mogelijk sprake kan zijn van dyscalculie. Want de meeste kinderen met dyscalculie kunnen met de juiste hulp met hun problemen met rekenen leren omgaan.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuurlijst :Wong, Y.L. (1991), Learning about learning disabilities. Hoofdstuk 12, Blz 345-370, Academic Press, Inc.
Bots, M. (1999) Dyscalculie, Ik vind alles moeilijk aan rekenen. J/M november 1999.
www.balansdigitaal.nl

Dyscalculie is een leerstoornis waarbij het kind moeite heeft de basisvaardigheden van het rekenen onder de knie te krijgen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden