Faalangst en huiswerkstress | O nee, proefwerkweek !

Met het starten op de middelbare school komen er een hoop nieuwe dingen op een kind af. Huiswerk maken is er daar één van en één van de belangrijkste reden voor stress bij jongeren.

O nee, proefwerkweek !

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - november 2009

Met het starten op de middelbare school komt er voor veel kinderen een nieuw fenomeen op ze af: huiswerk. Vaak is er op de basisschool wel al wat geoefend met huiswerk, maar vergeleken bij wat er op de middelbare school aan huiswerk opgegeven wordt is dat maar heel weinig. We zien daarbij ook dat juist de kinderen die wat gemakkelijker leren het minst gewend zijn aan huiswerk. Ze hebben hun werk meestal op school al af en huiswerk wordt vaak op school in een overgebleven kwartiertje alvast gemaakt. De kinderen die er wat harder aan moeten trekken, zijn juist meer gewend ook thuis nog voor school te moeten werken, omdat ze vaak wat extra werk mee krijgen om mee te oefenen.

Stress door school

Veel brugklassers hebben in het begin flinke moeite met het maken en plannen van huiswerk. Maar ook in de daarop volgende jaren blijft huiswerk zorgen voor veel stress bij jongeren. Huiswerk is een van de drie meest genoemde oorzaken van stress en ruim 65% van de jongeren meldt regelmatig stress te ervaren door huiswerk. Het ervaren van stress hoeft dan ook zeker niet te betekenen dat de leerling te veel belast wordt met het huiswerk of de opleiding niet aankan. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij intelligentere kinderen juist vaker stress wordt waargenomen. En we zien ook regelmatig dat jongeren die erg gestrest zijn rond huiswerk evengoed hoge cijfers halen.
Wel zien we dat de stress door huiswerk in de latere jaren wat afneemt, een leerling raakt gewend aan het maken en plannen van huiswerk en leert er steeds beter mee omgaan. In het examenjaar piekt de stress begrijpelijk weer door de spanning rond het examen. Een op de vijf examenkandidaten worstelt met examenangst.

Maar toch blijven veel jongeren ook in de tussenliggende jaren op school stress ervaren rond het maken van huiswerk. Men neemt ook waar dat in de loop van de school-carrière de resultaten van kinderen vaak wat afnemen. De cijfers dalen wat en dat kan zowel voor de ouders als voor hun kind even schrikken zijn. Toch is dit geen directe reden voor zorgen, maar een logisch gevolg van het feit dat het kind steeds meer op het eigen niveau aangesproken wordt. Waar het kind op de basisschool nog fluitend een 8 haalde blijken de eisen die aan het kind gesteld worden op de HAVO of misschien het VWO flink toe te nemen en moet het kind plotseling hard werken voor een 6.5. Het onderwijs is dan meer op het niveau van het kind, wat ook goed is omdat de uitdaging hiervan nodig is om geïnteresseerd en gemotiveerd te blijven. En de eisen die aan de leerling gesteld worden nemen bij het ouder worden ook toe. Waar de brugklasser nog aan de hand genomen wordt bij het plannen en maken van huiswerk, wordt van de HAVO-3 leerling toch echt verwacht zelf de verantwoordelijkheid te nemen over het maken van het huiswerk.

Minder goede resultaten

Wanneer een jongere in de loop van zijn ontwikkeling op school mindere resultaten begint te halen is dit dan ook niet meteen een reden voor zorgen. Het is goed om hier als ouder op voorbereid te zijn en hier ook met het kind over te praten. Door uit te leggen dat het onderwijs langzaam steeds meer van het kind gaat vragen, kan erge teleurstelling bij mindere resultaten voorkomen worden. Maar weinig kinderen doorlopen ook het middelbaar onderwijs met enkel hoge cijfers, zeker wanneer het kind kiest voor onderwijs dat goed aansluit bij het niveau van het kind.

Evengoed betekent dit niet dat afnemende schoolresultaten niet een signaal zijn dat er even alert gekeken moet worden wat er aan de hand is. Want natuurlijk kunnen er ook hele andere zaken mee spelen bij dalende schoolresultaten. Het is dan ook goed wanneer je kind mindere cijfers gaat halen samen te gaan kijken wat er aan de hand is. Door te praten met het kind zelf, de mentor en de vakdocenten bij wiens vakken het kind mindere resultaten behaald kan achterhaald worden of er een probleem is en zo ja waar dat ligt.
Zo kan blijken dat het kind moeite heeft met het plannen van huiswerk, kan blijken dat de stof toch te moeilijk is, dat het kind wat extra bijles nodig heeft, dat de inzet van het kind gewoon te mager is of dat de dalende resultaten aansluiten bij de hogere eisen die aan het kind gesteld worden.

Bij de meeste van deze punten zal het kind steun nodig hebben en misschien wat extra begeleiding. Alleen wanneer een gebrek aan inzet de oorzaak blijkt te zijn van de dalende cijfers is het goed het kind echt aan te spreken op de dalende cijfers. Al blijft het ook dan belangrijk om te kijken waar dit gebrek aan inzet vandaan komt. Want het is te gemakkelijk om dan maar te veronderstellen dat het kind niet wil. Door verschillende oorzaken kan een jongere steeds minder inzet gaan tonen. Voorbeelden hiervan zijn: gepest worden op school, zich niet prettig voelen op de school die de jongere bezoekt , een conflict met de leerkracht bij wiens vak slecht gepresteerd wordt, faalangst waardoor het kind zich maar niet inzet, een leerprobleem waardoor het kind de moed verloren heeft, problemen in de privé-sfeer et cetera.

Bij een gebrek aan inzet werkt het over het algemeen contraproductief boos te worden of te gaan straffen. De jongere zal enkel hierdoor nog negatiever komen te staan tegenover school en nog minder inzet gaan tonen. Beter is het om als ouder je zorgen te uiten, in gesprek te gaan en samen met je kind te kijken wat er aan de hand is en hoe het kind geholpen kan worden zich weer beter te voelen op school en zo weer een betere inzet te gaan tonen.

Faalangst

Flink wat kinderen en jongeren worstelen met faalangst. Op zich is wat spanning bij een overhoring of toets niet zorgelijk. Het zorgt voor een goede alertheid, die kan bijdragen aan een goede prestatie. Maar deze spanning moet niet dusdanige vormen aan nemen dat het kind alle schooldagen met angst te gemoed treedt. En zeker is er sprake van een probleem wanneer de faalangst de resultaten van het kind negatief beïnvloedt. Het ene kind is wat gevoeliger aangelegd dat het andere kind en het ene kind ontwikkelt dan ook sneller faalangst dan het andere kind. We zien vaak dat kinderen die faalangst ontwikkelen vrij hoge eisen stellen aan zichzelf of deze ervaren in hun omgeving (wat niet hoeft te betekenen dat deze eisen ook daadwerkelijk aan ze gesteld worden).

Veel kinderen met faalangst hebben irreële gedachten zoals: 'ik kan dit helemaal niet', 'het moet helemaal foutloos' of 'ik ben niet slim genoeg'. Ook zien we faalangst vaak de kop op steken bij kinderen die niet goed weten hoe ze het leren moeten aanpakken. Ze worden zo overdonderd door wat er aan huiswerk op ze afkomt dat ze door de bomen het bos niet meer zien en het vertrouwen in het eigen kunnen kwijt raken.
Een slechte ervaring in het verleden kan ook zorgen voor het ontstaan van faalangst. Wanneer een jongere de vorige overhoring slecht gemaakt heeft is het begrijpelijk wanneer hij of zij bij een volgende overhoring meer gespannen zal zijn.
Al kan faalangst ook het gevolg zijn van een gebrek aan inzet. Wanneer je je niet goed voorbereid hebt op een overhoring is het logisch dat je bang bent het slecht te maken. De angst voor het falen is dan terecht en dan spreken we toch eigenlijk niet van faalangst.

Als ouder kun je een belangrijke rol spelen bij het kind helpen de faalangst te overwinnen of deze in ieder geval onder controle te houden. Veel kinderen met faalangst hebben er baat bij wanneer de ouders begeleiding aan bieden bij het aanpakken van huiswerk. Door het kind te leren hoe het huiswerk en leerwerk kan aanpakken, hoe je dit kunt plannen en hoe je je op een goede manier voorbereid op een overhoring, kan het kind een hoop zelfvertrouwen gegeven worden.

Daarnaast is het essentieel dat de ouders vooral ook kijken naar de inzet van het kind en niet te veel de nadruk leggen op de resultaten. Wanneer een kind hard gewerkt heeft en toch een onvoldoende haalt is het goed om als ouder begrip te tonen voor de teleurstelling van het kind, maar ook waardering te tonen voor de inzet van het kind en het vertrouwen uit te spreken dat het de volgende keer wel zal lukken. Belangrijk is dat het kind ervaart dat het het ook fouten mag maken en dat soms dingen niet in één keer lukken. Regelmatig is nog wat extra inzet nodig. Jongeren moeten ook leren dat je soms moet doorzetten en veel moet oefenen voordat je iets kunt.

Soms kunnen de eisen die aan het kind gesteld worden ook gewoon te hoog blijken te zijn. Heel belangrijk daarbij is het de jongere niet te vergelijken met anderen. Meestal is het niet nodig een echte stap terug te doen binnen het onderwijs, wanneer een kind niet aan de eisen die aan hem of haar gesteld worden kan voldoen. Vaak is het voldoende om de eisen bij te stellen en te leren genoegen te nemen met een zes of zeven in plaats van een acht. Soms moet ook de jongere zelf geholpen worden minder hoge eisen te stellen aan zichzelf. Lang niet altijd zijn het de ouders die moeite hebben met dat lagere cijfer, maar de jongere zelf. Kinderen die op de basisschool steeds hoge cijfers haalden kunnen het er heel moeilijk mee hebben wanneer deze cijfers dalen op de middelbare school.

Heel belangrijk voor het gevoel van eigenwaarde is het dat het kind ook succeservaringen heeft. Alleen zo kan de jongere zich goed over zichzelf blijven voelen. Want je hoeft niet goed in alles te zijn, maar je wil toch wel ergens goed in zijn. Soms is het nodig om wat op zoek te gaan naar deze succeservaringen of deze eventueel te creëren.
En toon ook als ouder dat je fouten maakt en niet alles goed kan. Als volwassene weten we heel goed waar onze kwaliteiten liggen en dat wat we minder goed kunnen doen we minder. Hierdoor ontstaat bij kinderen soms het idee dat hun ouders alles heel goed kunnen. Het is natuurlijk goed om dit idee onderuit te halen en het kind te laten zien dat je als ouder ook niet alles kan of weet en dat je als ouder soms ook hard moet werken om iets onder de knie te krijgen.

Toon als ouder een bredere interesse in de school van je kind dan alleen in het huiswerk en resultaten. Door te praten over de lessen, de leerkrachten, medeleerlingen en overige gebeurtenissen op school, blijf je goed betrokken en leer je je kind ook verder te kijken dan alleen de resultaten.
Daarnaast is het ook goed om regelmatig contact te onderhouden met school. Zeker wanneer er problemen ontstaan, maar ook wanneer het goed gaat. Het kind wordt hierdoor gemotiveerd, maar weet ook dat het gecontroleerd wordt. En leerkrachten ervaren het vaak ook als prettig wanneer de ouders contact houden. Daarbij is het bij een bestaand contact tussen school en ouders ook gemakkelijker om stappen te ondernemen wanneer het wel minder goed dreigt te gaan. Samen sta je dan sterker in het begeleiden van het kind.

Helpen met huiswerk

Zoals hier boven al gezegd, een kind in de brugklas kan enorm overdonderd zijn door het huiswerk dat het opkrijgt. Nu wordt hier over het algemeen goed rekening mee gehouden en wordt het huiswerk geven in de brugklas rustig opgebouwd. Vaak worden er lessen gegeven in omgaan met huiswerk en wordt er nog veel begeleiding geboden.

Thuis kun je ook veel doen als ouder om je kind te helpen bij het huiswerk. Dit kan door het kind te helpen bij het plannen van het huiswerk en door uitleg te geven en te overhoren. En schroom niet om huiswerkbegeleiding te zoeken wanneer het in de thuissituatie niet voldoende lukt de jongere te begeleiden. Soms kan ook bijles uitkomst brengen.

Maar ook van belang is het het kind te leren ontspannen om te gaan met het huiswerk. Door een planning samen met de jongere te maken waarin zo wel rust als huiswerk is ingepland, wordt het kind geholpen grip te houden op het huiswerk en er niet door overdonderd te worden. Ook door een goede rustige werkplek te creëren in huis, kun je als ouder je kind helpen bij het maken van huiswerk.

Niet de resultaten die je zou mogen verwachten

Soms zie je dat een jongere minder goed presteert dan verwacht mag worden, terwijl toch echt wel zeker is dat hij of zij meer kan. Dit kan voortkomen uit een gebrek aan interesse. Wanneer een jongere nog geen flauw idee heeft wat hij of zij voor vervolgopleiding wil gaan doen kan dit de motivatie geen goed doen. Ook zien we dat jongeren soms zo in beslag genomen worden door alles dat op ze afkomt in de puberteit (eerste relatie, uitgaan, vrienden, nieuwe vrijheden etcetera) dat hun schoolwerk een beetje op het tweede plan komt te staan. En soms zijn jongeren ook bang om te laten zien wat ze in hun mars hebben, bang om voor 'stuud' uit gemaakt te worden of door anderen negatief te beoordeeld te worden.

Als ouder is het heel lastig om hier mee om te gaan. Want de uiteindelijk motivatie moet toch uit de jongere zelf komen en stimuleren is in deze gevallen vaak zinloos. Wanneer de jongere dan ook nog niet zodanig slecht presteert dat het problemen oplevert (zoals zitten blijven, of niet die vakken kunnen volgen die nodig zijn voor de gekozen vervolgopleiding etcetera) is het dan ook beter het toch op zijn beloop te laten en de verantwoordelijkheid bij de jongere te laten.

Wanneer de resultaten wel echt zorgelijk worden is het goed hier het gesprek over aan te gaan. Hierbij kan je aangeven dat dit niet acceptabel is en dat je als ouder weet dat dit niet nodig is, en daarbij gelijk hulp aanbieden. Wanneer de jongere dan hulp weigert kun je overwegen af te spreken dat de jongere één of twee maanden de tijd krijgt om betere resultaten te laten zien en dat het anders moet instemmen met begeleiding door de ouders of huiswerkbegeleiding door een hier in gespecialiseerd bureau. Zo geef je als ouder een signaal af, maar geef je ook nog je vertrouwen dat je kind dit zelf op kan lossen.
Wanneer de jongere wel instemt met begeleiding kun je de jongere laten bepalen waaraan hij of zij behoefte heeft. Zo kan het dat enkel helpen plannen voldoende is, dat de jongere er behoefte aan heeft door de ouders aan de planning gehouden te worden of dat de jongere toch echt hulp bij het huiswerk zelf nodig heeft. Door hier samen met de jongere over te beslissen blijft evengoed de verantwoordelijkheid toch meer bij de jongere.

Maar soms lijkt het ook als of de jongere de leerstof toch echt aan zou moeten kunnen, maar blijkt dit toch niet het geval te zijn. Een leerprobleem kan hier de oorzaak van zijn. De jongere heeft dan cognitief gezien de capaciteiten in huis om de opleiding te kunnen volgen, maar slaagt er toch niet in voldoende mee te komen. Wanneer dyslexie, dyscalculie, een concentratieprobleem of een ander leerprobleem lijkt mee te spelen bij de moeite die de jongere heeft met het leren, is het belangrijk om goed onderzoek te laten doen en uit te zoeken wat er aan de hand is.
Een stapje terug doen kan dan soms een betere oplossing zijn (b.v. van VWO overstappen naar HAVO). Het is niet goed voor een jongere wanneer hij of zij steeds boven het eigen kunnen aangesproken wordt.
Maar vaak kan het kind met de juiste begeleiding op het onderwijs blijven dat hij of zij volgt en deze opleiding succesvol afronden.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Met het starten op de middelbare school komen er een hoop nieuwe dingen op een kind af. Huiswerk maken is er daar één van en één van de belangrijkste reden voor stress bij jongeren.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden