Inlevingsvermogen

Je inleven in hoe een ander zich voelt is voor jonge kinderen nog erg moeilijk. Pas op kleuterleeftijd beginnen kinderen zich wat in te leven in de gevoelens van anderen.

Inlevingsvermogen

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - juli 2009

Inlevingsvermogen is het vermogen je te kunnen verplaatsen in een ander en de gevoelens en gedachten van de ander te begrijpen, ook wanneer je zelf deze gevoelens niet zou ervaren in deze situatie. We spreken ook wel van empathie. Inlevingsvermogen is belangrijk bij de ontwikkeling van sociaal gedrag.
Inlevingsvermogen vraagt om het inzicht dat anderen ook een individu zijn met eigen gedachten, gevoelens en overtuigingen. Inlevingsvermogen helpt het kind om andere kinderen te begrijpen, te helpen en te steunen. Maar het helpt het kind ook om de eigen reactie af te stemmen op de personen om hem/haar heen. Bijvoorbeeld 'die juf wordt altijd erg boos als je klets dus bij haar klets ik niet, terwijl de meester er wel om kan lachen als we wat grapjes maken'. Of 'Daan houdt wel van een beetje plagen over en weer, maar Brent kan daar slecht tegen dus bij hem doe ik dat niet.'
En inlevingsvermogen helpt een kind sociale situaties juist in te schatten en zo te weten wat hij of zij kan verwachten.

Overigens houdt dit dus in dat inlevingsvermogen ook op een verkeerde manier gebruikt kan worden. Want als je je in iemand anders kunt verplaatsen, kan je dus ook vaststellen waar die persoon zijn zwakke plekken liggen. Hier kun je misbruik van maken (bijvoorbeeld zeggen dat je de tafel niet kunt dekken omdat je aan je huiswerk moet, menig ouder zal deze ijver voor school waarderen en het tafel dekken dan maar even overnemen). Ook kan inlevingsvermogen misbruikt worden om iemand te pesten (bijvoorbeeld als je weet dat iemand bang is voor spinnen, kun je hem/ haar daar flink mee pesten). Je weet door het inlevingsvermogen hoe je iemand het meest kunt raken.

Peuter

Vanaf de peuterleeftijd zien we dat kinderen meer belangstelling krijgen voor anderen. Ze beginnen anderen te troosten en ontwikkelen een beetje inzicht dat anderen iets anders kunnen beleven dan zij zelf. Maar dit alles is nog zeer beperkt. Rekening houden met anderen is nog erg moeilijk, een peuter plaats zichzelf nog erg in het middelpunt. Peuters ontdekken net zelf dat ze gevoelens en wensen hebben die los staan van die van hun ouders en anderen. Zich verplaatsen in anderen is dan verstandelijk gezien nog veel gevraagd. Al zien we wel al enig inzicht, gezien het feit dat een peuter in staat is de ouders te foppen, door bijvoorbeeld iets te verstoppen. Dit houdt in dat de peuter dus beseft dat de ouder de situatie anders waarneemt (niet weet dat het kind iets verstopt heeft) en dat is de eerste basis voor het besef dat een ander dingen anders kan waarnemen dan het kind zelf. Een belangrijke eerste stap in de ontwikkeling van inlevingsvermogen.

Kleuter

Het zich echt wat kunnen verplaatsen in anderen komt pas echt tot ontwikkeling in de kleutertijd. Een kleuter is in staat de emoties van anderen te herkennen en gaat ook beter begrijpen waarom deze emoties getoond worden. Al zijn er nog vele situaties dat het kind dit toch nog moeilijk vindt. Vooral de duidelijke emoties zoals boosheid en verdriet worden waargenomen en begrepen, omdat er daarvoor vaak een duidelijke reden is. En vooral wanneer de reden voor de emotie ook is waargenomen (het kind heeft gezien dat de broer een klap kreeg van een vriendje) is het voor een kleuter gemakkelijk een emotie te begrijpen, ook al is het niet de eigen emotie. Wanneer een kind door iets dat thuis is gebeurd verdrietig op school is gekomen is het al lastiger om inlevingsvermogen te tonen voor een kleuter. Het kind heeft de oorzaak voor het verdriet dan niet waargenomen. Het verband tussen de situatie en de emotie moet voor een kleuter dus wel een beetje duidelijk zijn, om de emotie te kunnen invoelen. En duidelijke getoonde emoties zoals huilen van verdriet zijn ook makkelijker te herkennen dan meer subtiele uitingen van een emotie, zoals sip kijken.
Een kleuter gaat ook steeds beter begrijpen dat een ander dingen anders kan voelen en ervaren. Zo kan een kleuter begrijpen dat een vriendje nog niet bij hem of haar thuis durft te spelen, terwijl de kleuter zelf best bij het vriendje durft te gaan spelen.
Het begrijpen van de bedoelingen van anderen (waarom doet mijn vriendje nou zo) is nog wel erg moeilijk voor kleuters.

Vanaf zes jaar

Bij het wat ouder worden (6/7/8 jaar ) gaan kinderen steeds beter de gevoelens van anderen waarnemen en begrijpen en zijn ook de minder duidelijke emoties (schaamte, verlegen, trots etcetera) voor het kind herkenbaar. Ook de emoties die achter bepaald gedrag zitten, worden steeds beter begrepen. Bijvoorbeeld, het kind begrijpt dat een vriendje niet wil spelen, omdat het heeft gezien dat het vriendje net op zijn kop kreeg van de meester. Het lukt kinderen ook beter op deze leeftijd om in hun eigen gedrag rekening te houden met de gevoelens van anderen.

Kinderen van deze leeftijd gaan ook beter begrijpen waarom andere kinderen bepaalde dingen doen, wat de bedoeling van het kind hiermee is en wat de beweegreden van het kind hiervoor zijn. Bijvoorbeeld: het kind gaat steeds meer inzicht krijgen in waarom het jongetje naast zich steeds zit te wiebelen en op het blaadje van het kind zit te kijken (hetgeen het jongetje doet). Het jongetje wil afkijken (bedoeling) omdat het zich onzeker voelt en het idee heeft het niet te kunnen (beweegreden). Het kind besluit hierna zelf of het het afkijken wil toestaan of niet.
Ook zien we dat kinderen zich op deze leeftijd wat meer kunnen verplaatsen in hoe anderen tegen dingen aankijken en beter de gedachtegang van anderen kunnen volgen. Bij het verstoppertje spelen kan dit er voor zorgen dat het kind zich in de kast verstopt want "degene die hem is denkt vast dat ik mij onder het bed verstop".

Vanaf de leeftijd van ongeveer 7/ 8 jaar kan een kind ook gaan begrijpen dat het soms beter is iets niet te zeggen. Het kind beseft dan dat het eigen gedrag emoties kan oproepen en dat het soms beter is het gedrag aan te passen zodat bepaalde emoties niet opgeroepen worden. Een kind van acht kan al heel goed inzien dat je bepaalde dingen niet hoeft te zeggen. Zo kan zij besluiten niet te zeggen dat ze de nieuwe trui van een vriendin niet mooi vindt, omdat ze weet dat ze haar vriendin daarmee kwetst.

Bij het ontwikkelen van inlevingsvermogen leren kinderen heel goed het verschil te maken tussen openhartigheid en iets zeggen alleen om uit te dagen of te kwetsen. Een kind van twee of drie dat constateert dat je dik bent, een lelijke jas aan hebt of wel erg rood haar hebt, vertelt gewoon wat het ziet en is daar eerlijk over. Een kind van acht die zo iets zegt, doet dat niet om eerlijk te zijn, maar om een reactie uit te lokken. En om deze reactie te willen uitlokken, moet je dus over inlevingsvermogen beschikken, anders weet je niet dat deze opmerking een reactie kan ontlokken. Je moet je dan in de ander kunnen verplaatsen om te begrijpen dat deze hier een gevoel bij zal hebben en een reactie zal geven.

Bij oudere kinderen zien we dat het inlevingsvermogen zich steeds verder ontwikkelt. Het kind kan zich steeds beter verplaatsen in de ander en hiermee rekening houden bij het eigen gedrag. Het gedrag wordt steeds beter afgestemd op de mensen om hem/haar heen. Kinderen van een jaar of 8/ 9 kunnen zich dan ook wat anders gaan voordoen om aan te sluiten bij iemand.
Vanaf ongeveer tien jaar zien we dat kinderen ook steeds meer begrip en inzicht krijgen in tegenstrijdige emoties. Ze kunnen steeds beter begrijpen dat de emoties die ze waarnemen niet altijd eenduidig zijn. Zo kan een kind van tien dat net een wedstrijd gewonnen heeft best begrijpen dat zijn clubgenoten enerzijds blij voor hem zijn en trots op hem zijn, maar anderzijds toch ook wel jaloers zijn. Ook deze tegenstrijdige gevoelens gaat het oudere kind steeds beter begrijpen en invoelen.

Hoe ontwikkelt een kind inlevingsvermogen ?

Inlevingsvermogen is iets dat zich gedeeltelijk vanzelf ontwikkelt bij een kind, maar dat voor een groot deel ook aangeleerd en vooral ook voorgeleefd moet worden. Een kind van twee is in zijn ontwikkeling nog niet zo ver dat hij of zij zich echt in een ander kan verplaatsen. Hoe zeer je als ouder het inlevingsvermogen van het kind ook stimuleert, een peuter is nog niet instaat om echt inlevingsvermogen te tonen. Hier speelt dus een stukje mee dat in de natuur van de mens zit en zich bij het ouder worden moet ontwikkelen.

Maar wanneer het inlevingsvermogen onvoldoende gestimuleerd wordt, ontwikkelt het zich niet op een goede manier. Een kind dat ouder wordt ontwikkelt het vermogen om zich in anderen in te leven, maar moet flink gestimuleerd worden om dit ook te doen. Daarbij speelt eveneens een stukje aanleg mee. Het ene kind is al vanaf heel jonge leeftijd erg vrijgevig en begaan met hoe anderen zich voelen. Terwijl het andere kind ver tot in de kleutertijd nog erg op zichzelf gericht is, ondanks alle stimulatie van buiten af om meer inlevingsvermogen te tonen.

Even zo goed, het grootste gedeelte moet toch aangeleerd worden. Ouders doen dit in de eerste plaats door het goede voorbeeld te geven. Wanneer je als ouder begripvol en liefdevol staat tegenover de mensen om je heen, leer je je kind hier heel veel mee. Kinderen leren vooral veel van het handelen van de ouders. Je kunt als ouder het inlevingsvermogen van het kind nog zo stimuleren door er veel over te praten, maar als je weinig respect en begrip toont voor een paar mensen om het kind heen, krijgt het hiermee toch een verkeerd signaal. Praten met je kind over hoe anderen zich voelen en over dingen voor elkaar over hebben is zeker belangrijk, maar dit moet ondersteund worden door het goede voorbeeld.

Ouders kunnen ook hun eigen gevoelens en die van anderen uitleggen en daarbij de uitleg geven tot welk gedrag dit leidt. Het helpt een kind bij het ontwikkelen van inlevingsvermogen enorm, wanneer de ouder uitlegt waarom bijvoorbeeld een vriendje heel erg boos reageerde. Door te zeggen: "Dat was niet aardig van Bas dat hij zo tegen je ging schreeuwen, maar ik denk dat hij erg geschrokken was dat hij viel met de fiets" leert het kind begrijpen welke gevoelens er achter bepaald gedrag zitten.
Een inductieve opvoedstijl, waarbij het kind gewezen wordt op de consequenties van het eigen gedrag van het kind voor anderen, helpt goed bij de ontwikkeling van inlevingsvermogen.

Ouders kunnen ook zo af en toe hun eigen handelen uitleggen aan de hand van hun inlevingsvermogen: "Ik wilde eigenlijk even gaan winkelen, maar ik zie dat je nog zo lekker zit te spelen, dus ik ga wel eerst even het wasgoed vouwen." of "Ik begrijp dat je nog niet naar bed wilt, omdat je lego-auto nog niet af is, maar het is nu tijd om te slapen en morgen kan je weer verder bouwen." Het kind leert hierdoor het handelen van de ouder beter begrijpen en merkt dat de ouder rekening houdt met het gevoel van het kind.
Kinderen moeten steeds weer gestimuleerd worden inlevingsvermogen te tonen. Door je kind te helpen de reacties van anderen om hem/haar heen te begrijpen en in te voelen. En door je kind complimenten en veel waardering te geven wanneer het lief is voor anderen of een ander helpt.
Om een goed inlevingsvermogen te kunnen ontwikkelen, moet een kind natuurlijk veel ervaring op kunnen doen en dus veel sociale contacten hebben.

Wanneer je kind weinig inlevingsvermogen toont, is het beter hier niet te boos op te reageren of een straf te geven. Hij/zij gaat zich dan verdedigen en richt zich hierdoor helemaal op zichzelf. Door te wijzen op de emoties van de ander en hoe de ander zich voelt bij het feit dat het kind weinig inlevingsvermogen toont, stimuleer je hem/haar juist naar de ander te kijken en als nog inlevingsvermogen te tonen.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis



cs-gy-3d-234x16


Informatie van:
http://www.sociaalemotioneel.nl
http://www.waarden.org/studie/hoeken/2artikelen/vreeke/

Je inleven in hoe een ander zich voelt is voor jonge kinderen nog erg moeilijk. Pas op kleuterleeftijd beginnen kinderen zich wat in te leven in de gevoelens van anderen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden