Peuterpuberteit | De koppige peuter

Peuters staan bekend om hun vermogen dwars te zijn en kunnen enorm koppig volharden in het doordrijven van hun eigen zin. Lastig gedrag, maar ook gedrag dat hoort bij een belangrijke stap in de ontwikkeling.

De koppige peuter

Drs. T. de Vos - van der Hoeven - mei 2005

Bijna iedere ouder krijgt er vroeger of later mee te maken, een koppig peutertje dat enkel zijn eigen zin wil doen en niet tot reden vatbaar lijkt te zijn. Het kind is dwars en verzet zich tegen alle grenzen en eisen die door de ouders gesteld worden. Er wordt dan ook vaak gesproken van de peuterpuberteit. Het is de fase van het 'zelluf doen" en het veelvuldig "nee zeggen".

Het nut van koppig gedrag

Het is een moeilijke fase zowel voor de ouders als voor het kind. Maar het is ook een noodzakelijke fase en deze hoort bij de ontwikkeling van het kind. Het is de eerste stap naar individualisatie en zelfstandigheid. Het kind ontdekt een persoon te zijn die los staat van de ouders, met een eigen mening en een eigen wil. En dat is natuurlijk een heel erg belangrijke ontdekking. De koppigheidsfase, die meestal zo rond de anderhalf de kop begint op te steken en vaak zo rond de drie en een half/ vier jaar weer begint te verdwijnen, is dan ook zeker een belangrijke fase die bijna ieder kind doormaakt. Wel is het ene kind natuurlijk veel koppiger dan het andere kind. Het karakter speelt hier een belangrijke rol in. Wanneer het kind de koppigheidsfase helemaal niet doormaakt kan het later moeite krijgen met grenzen, bazig gedrag gaan laten zien en moeite hebben met de omgang met leeftijdgenoten omdat het moeilijk rekening kan houden met de wensen van anderen.

Het is dan ook zeker geen slecht signaal wanneer een peutertje dwars is, slecht luistert of erg zijn eigen zin wil doordrijven. Hoe gek dit ook klinkt het is zelfs wel een goed signaal. Wanneer een kind namelijk dwars durft te zijn betekent dit dat het de relatie met de ouders als veilig en zeker ervaart. Het kind vertrouwt er op dat de ouders ondanks het dwarse gedrag van het kind blijven houden.
We zien dan ook vaak dat ouders verbaast aangeven dat hun kind bij anderen altijd zo braaf is en alleen thuis zulk lastig gedrag laat zien. Dit kan tot grote frustratie bij de ouders leiden omdat de ouders het gevoel krijgen dat het kind probeert uit te dagen. Maar dit is meestal niet het geval. Het kind is niet koppig om het dwars zijn, maar is aan het experimenteren met de eigen wil. En vaak durven kinderen dit alleen in de vertrouwde omgeving van hun ouders.
Een peuter loopt ook voortdurend tegen zijn eigen grenzen en de grenzen die door de ouders gesteld zijn aan en dit kan tot de befaamde peuterdriftbuien zorgen, die ook zeker een onderdeel zijn van de koppigheidsfase.

Daarbij is het ook goed om je als ouder te realiseren dat kinderen van deze leeftijd nog niet echt rekening kunnen houden met de gevoelens en wensen van anderen. Het kind is hier verstandelijk gewoon nog niet aan toe, het heeft nog geen inlevingsvermogen. Peuters ontdekken net zelf dat ze gevoelens en wensen hebben die los staan van die van hun ouders en anderen. Ze ontdekken een persoon te zijn en ontwikkelen een "ik"-gevoel hetgeen leidt tot egocentrisme. In de beleving van het kind draait de wereld om hem/haar. Dreumesen en peuters plaatsen hierdoor hun eigen behoefte nog helemaal centraal. En peuters zijn zich in het geheel nog niet bewust van de consequenties van hun eigen wil of wensen en hebben een nog maar beperkt ontwikkeld geweten. Peuters doen dat wat verboden is niet, omdat het niet mag en niet omdat het kind beseft dat het verkeerd is. We spreken bij peuters van een extern geweten.

Als het kind wel erg koppig is

De fase van het koppig zijn hoort dus bij de peuterleeftijd en bij het ene kind wordt deze fase als heviger ervaren dan bij het andere kind. Zoals gezegd kan het karakter van het kind hier een belangrijke rol bij spelen. Ook de reactie van de ouders heeft invloed op het gedrag van het kind.

Maar erg koppig gedrag kan ook een signaal zijn dat er toch wel wat meer aan de hand is. Zo kan erg koppig gedrag er op wijzen dat er te hoge eisen aan het kind gesteld worden, waardoor het kind zich gaat verzetten. Anderzijds kan het ook dat er juist te weinig eisen aan het kind gesteld worden of dat er te weinig grenzen getrokken worden, waardoor het kind te veel vrijheid krijgt om dwars gedrag te laten zien. Daarnaast kan onenigheid tussen de ouders over de opvoeding ook tot dwars gedrag bij het kind leiden omdat het voor het kind onduidelijk is wat mag en wat niet mag. De peuter zoekt dan duidelijkheid door de grenzen te gaan aftasten.
Wanneer een kind helemaal niet de ruimte krijgt te experimenteren met de eigen wil en zijn/haar wil keer op keer gebroken wordt kan dit ook tot zeer koppig gedrag gaan leiden. Er ontstaat dan een machtsstrijd.

Omgaan met koppig gedrag

Het omgaan met een koppige peuter vraagt veel geduld en begrip maar ook duidelijke grenzen en een consequente aanpak. De ouders moeten er naar streven zo min mogelijk boos te worden en het kind moet leren dat het met huilen of een driftbui niet zijn zin kan krijgen. Belangrijk is wel dat de peuter de ruimte krijgt om dingen op zijn of haar eigen manier te doen, zodat het kind ontdekt dat het ook een eigen mening mag hebben en dat hij/zij ook 'nee' mag zeggen tegen dingen. Hij/zij moet alleen ook leren dat niet alles kan gaan zoals het kind dat wil en dat er ook rekening gehouden moet worden met de wensen van anderen. Het kan dan ook goed zijn een peuter een beetje te laten experimenteren met de eigen wil door bij onbelangrijke dingen toe te geven (uiteraard voordat er een grens gesteld is, 'nee' blijft 'nee') of door keuzes te geven waardoor het kind inspraak krijgt. Afleiden kan soms ook helpen bij het bijsturen van het koppige gedrag van het kind, zodat de peuter het gevoel heeft dat zijn/ haar wil niet gebroken is, maar toch meewerkt.

Het kan een hele uitdaging zijn om goed om te gaan met een koppige peuter, maar met humor, geduld en begrip voor het kind en het belang van deze fase, kan deze zowel voor de ouders als de peuter op een goede manier doorlopen worden.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies hoe u kunt omgaan met het koppige gedrag van uw kind dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis




cs-gy-3d-234x16



Literatuurlijst :
Feddema, G. & Wagenaar (1998) En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden, Hoofdstuk 4 blz. 101-105, Van Holkema&Warendorf, Houten
Ploeg, J. van der (1998) Had me dat eerder verteld. Hoofdstuk 7.4, SWP, Utrecht
Vos - van der Hoeven, T. (2002) Ik ben boos!, Omgaan met boosheid bij jonge kinderen.
Vos - van der Hoeven, T. (2004) Jokken en liegen.

Peuters staan bekend om hun vermogen dwars te zijn en kunnen enorm koppig volharden in het doordrijven van hun eigen zin. Lastig gedrag, maar ook gedrag dat hoort bij een belangrijke stap in de ontwikkeling.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden