De morele ontwikkeling van kinderen

Een geweten of te wel moreel besef is iets dat kinderen langzaam ontwikkelen en waarbij ze begeleiding en goede voorbeelden nodig hebben.

De morele ontwikkeling van kinderen.

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven

Een kind wordt niet geboren met een besef wat mag en niet mag, dat is iets wat een kind moet leren. Maar naast het leren van de regels van het gezin en de maatschappij, moet een kind ook leren zelf inschattingen te maken van wat wel kan en wat niet kan, omdat een kind in zijn of haar verdere leven steeds geconfronteerd wordt met nieuwe situaties waarvan het de regels niet meteen kent. Een moreel besef of oordelingsvermogen, of te wel een geweten, helpt het kind dan bepalen hoe het kind het beste kan handelen in een situatie.

Het ontstaan van een moreel besef.

Een jong kind heeft er nog geen besef van dat hij anderen kan beïnvloeden, de wereld draait in de ogen van het kind nog helemaal om het kind. Langzaam aan leren kinderen dat zij niet het middelpunt van de wereld zijn en gaan ze beseffen dat er anderen zijn die over hem kunnen oordelen, met wie ze rekening moeten houden en die dingen voor hun kunnen bepalen. De eerste stappen in de morele ontwikkeling worden dan gezet. Kohlberg ontwikkelde de meest bekende theorie over de morele ontwikkeling.

De eerste periode van deze ontwikkeling is het kind vooral gericht op de gevolgen van zijn of haar gedrag. Gedrag waar het kind voor gestraft wordt wordt vermeden, gedrag dat beloont wordt wordt herhaalt en zo krijgt het kind het eerste besef van wat hoort en wat niet hoort. Het kind experimenteert met situaties om te kijken wat er gebeurt. Het kind komt daarna in een conflict met zich zelf over wat het wil en wat het mag en hierdoor ontstaat bij het kind een nieuw standpunt.
Een voorbeeld zal dit wat verduidelijken: Pieter wil graag een van de snoepjes die op tafel staan en pakt er een. Zijn moeder wordt boos en pakt het snoepje af. De volgende dag staan de snoepjes weer op tafel. Pieter wil graag een snoepje maar weet nu dat hij het niet mag pakken. Hij komt nu in het conflict dat hij het snoepje wel graag wil, maar niet wil dat zijn moeder boos wordt. Hij vraagt zijn moeder om een snoepje en krijgt er een. Pieter heeft nu geleerd dat vragen om een snoepje meer gewaardeerd wordt dan het gewoon pakken. Het kind is in deze fase van de morele ontwikkeling nog erg gericht op de persoonlijke grillen en behoeften, hoe krijg ik zoveel mogelijk wat ik zelf wil en hoe ontloop ik zoveel mogelijk straf c.q. boosheid en krijg ik zoveel mogelijk beloning. Het kind kan zich nog onvoldoende inleven in anderen en is voor zijn geweten nog afhankelijk van zijn omgeving.
Kinderen zijn in deze fase nog zeer gevoelig voor voorbeeld gedrag. Wat hun voorgeleefd wordt doen ze onherroepelijk na.

Het wat oudere kind (zo rond de tien jaar) gaat steeds meer op zoek naar goedkeuring en waardering. Het naleven van regels komt steeds meer voort uit het willen onderhouden van een goede relatie met de personen om zich heen. Het kind gaat steeds meer kijken naar wat de mensen om hem/ haar heen verwachten en probeert te voldoen aan deze verwachtingen. Dit is ook de fase dat kinderen zich steeds meer gaan afvragen wat het oordeel van anderen over hen is en of ze een goed mens zijn. Ook de goedkeuring en acceptatie door de maatschappij gaat nu en rol spelen. We zien in deze fase dat jongens zich wat meer gaan richten op rechtvaardigheid en competitie, terwijl meisjes wat meer gericht zijn op de zorg voor anderen en verbondenheid met anderen.(wat een beetje een cliché-beeld lijkt, maar toch steeds weer waar blijkt).

Er worden in deze fase nog weinig kritische gekeken naar de regels die anderen stellen. Op deze leeftijd geldt nog erg wet is wet, en regels zijn er om nageleefd te worden in alles situaties. Een voorbeeldvraag of iemand door een rood verkeerslicht mag rijden wanneer hij met spoed op weg is naar een ziekenhuis, zal door de meeste kinderen van deze leeftijd beantwoord worden met een duidelijk 'nee', wat in principe natuurlijk ook correct is. Maar een wat ouder kind zal meer ook het eigen oordeel mee laten wegen en inzien dat in sommige situaties door rood rijden, hoe strafbaar het ook is, toch wel te begrijpen is. Het kind leert dat er soms redenen kunnen zijn om tegen de regels of het sociaal oordeel van de maatschappij in te gaan.
Jongere kinderen kijken naar de regels alleen terwijl kinderen in deze fase ook leren kijken naar de intenties er achter. Een regel per ongeluk overtreden is minder erg dan dit expres doen.

Kinderen die eenmaal in deze derde fase van de morele ontwikkeling zijn beland leren wat kritischer te staan tegen over de regels van de maatschappij en leren er wat flexibeler mee om te gaan. Het kind gaat meer nadenken over het waarom van regels, gaat het eigen oordeel en de individuele rechten van mensen meewegen en komt zo tot een meer persoonlijk moreel oordeel. Het kind ontwikkeld nu naast de normen (regels, welk gedrag wordt er verwacht) die het geleerd heeft ook waarde (waarbij het gevoel veel meer mee speelt, wat wordt als goed beschouwd).

We zien in deze morele ontwikkeling dat kinderen zich ontwikkelen van een externe controle, de omgeving bepaalt de regels waaraan het kind zich houdt, naar een interne controle waarbij het kind meer vanuit zichzelf en het eigen oordeel bepaalt wat het wel en niet doet. Het kind leert regels kennen, ervaart dat het zinvol is zich aan deze regels te houden en leert dan intern het verschil te maken tussen goed en kwaad.
Bij deze ontwikkeling zien we dat een cognitieve component is, of te wel het kind moet kennis hebben van de regels, weten wat mag en wat niet mag, een emotionele component, welk gevoel geven deze regels het kind en een gedragscomponent, welk gedrag laat het kind uiteindelijk zien.

Voorwaarde voor de morele ontwikkeling

Een goed moreel besef vraagt nog al wat van een kind. Wanneer we dit op een rijtje zetten wordt wel duidelijk waarom het tijd kost voordat een kind zich moreel goed ontwikkeld heeft.
Om een goed moreel besef te hebben is het nodig dat een persoon zich verantwoordelijk voelt voor het eigen gedrag, goed van kwaad kan onderscheiden en zich kan verplaatsen in een ander en ook kan invoelen hoe een ander zich kan voelen bij een situatie. Dit gaat samen met schuld en schaamte gevoelens wanneer iets verkeerd gedaan wordt en de behoefte om dit te herstellen en verontwaardiging wanneer een ander de fout in gaat op het morele vlak. Moreel besef vraagt om zelfcontrole en doorzettingsvermogen. De eigen belangen moeten soms opzij gezet worden in het belang van anderen.

Hoe begeleid je een kind bij de morele ontwikkeling ?

In de eerste plaats is het heel belangrijk om als ouder (maar ook als leerkracht, sportleraar, opa of oma etcetera) het goede voorbeeld te geven. Vooral jonge kinderen leren toch het meest van wat hun voorgeleefd wordt.
Daarnaast is het belangrijk dat het kind de morele regels en gewoontes van het gezin en de maatschappij aanleert. Belangrijk daarbij is dat kind niet alleen de regels leert maar ook leert waarom deze regels gelden. Juist het waarom van regels helpt kinderen om zich de regels echt eigen te maken en niet te blijven zien als regels die ze opgelegd worden door anderen. Om dit extra te stimuleren is het goed om kinderen ook zelf te laten nadenken over situaties en zelf oplossingen te laten bedenken. En het kind ook te leren zien wat de gevolgen van hun gedrag zijn, zowel positief als negatief. Het kind gaat dan actief aan de gang met de regels en leert ook een eigen inbreng hierin te hebben.
Ook is het belangrijk dat kinderen leren dat andere mensen net als zij, ook emoties hebben en leren zich in een ander te verplaatsen. Waardering voor behulpzaamheid en afkeuring van ongewenst gedrag te nadele van een ander helpt hierbij.
Het doen van spelletjes kan kinderen goed helpen bij de morele ontwikkeling omdat het kind leert zich aan de regels van het spel te houden, niet omdat dat moet, maar omdat dat het spel mogelijk en leuk maakt, het kind leert op zijn beurt te wachten en een ander ook de winst te gunnen.

Moreel besef

Door het goede voorbeeld te geven, grenzen te stellen en veel uitleg te geven leren kinderen zich te ontwikkelen tot kinderen met een moreel besef die instaat zijn hun eigen belangen af te wegen tegen die van de mensen om zich heen en zo tot gewenst gedrag te komen waarbij zij zelf zowel als hun omgeving welvaren.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis




cs-gy-3d-234x16


Literatuur
Delfos, M.F. (1999) Ontwikikeling in vogelvlucht, hfst. 2.18, 3.9, 5.17, 6.7 en 7.8, Swets en Zeitlinfger, Lisse
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 16, blz 665- 682, McGraw Hill International Editions.
Kroon, T. (2006) Leren een goed mensen te zijn, Pedagogiek in praktijk september 2006.



Een geweten of te wel moreel besef is iets dat kinderen langzaam ontwikkelen en waarbij ze begeleiding en goede voorbeelden nodig hebben.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden