Eetproblemen | Mama, ik lust dat niet

Eetproblemen, veel ouders krijgen er mee te maken. Vooral peuters en kleuters zijn vaak moeilijke eters die weinig lusten en veel uitdagen aan tafel.

Mama, ik lust dat niet

drs. T. de Vos- van der Hoeven - november 1999

Bijna elke ouder krijgt er mee te maken: eetproblemen. Het ene kind is kieskeurig, het andere eet te veel, een derde eet juist te weinig en een vierde weigert aan tafel te zitten tijdens het eten. Het kan u, als ouders, soms redelijk wanhopig maken. En de wetenschap dat het een veel voorkomend probleem is, verandert daar niets aan. Toch kunt u dit wel als een geruststelling zien. Zo'n 25 % van alle dreumesen en peuters hebben eetproblemen en in de puberteit hebben zo'n 20% van de adolescenten ruzie met hun ouders over hun eetgedrag. En bijna al deze kinderen groeien op tot gezonde, goed etende volwassenen.

De eerste maanden is het voeden een van de belangrijkste verzorgende activiteiten. Het voeden is van zeer groot belang voor het veiligheidsgevoel. Een baby die gevoed wordt wanneer hij honger heeft zal zich veilig en geborgen voelen. De laatste tijd wordt er dan ook steeds meer afgestapt van voedingschema's en wordt de prille moeders aangeraden 'op verzoek' te voeden. In dit eerste jaar bestaan de eetproblemen met name uit problemen die voortkomen uit het wennen aan nieuwe dingen. Na de geboorte moet de baby wennen aan het gevoel van een volle maag, aan hongergevoel en aan zijn melkvoeding. Hierna komt het hele scala aan nieuwe smaken waaraan het kind moet wennen. Het moet leren eten van een lepel, zelf eten uit de hand en drinken uit een beker. In ogenschouw genomen de enorme hoeveelheid aan nieuwe dingen die het kind moert leren verloopt dit eten meestal het eerste jaar vrij goed. Babytjes groeien nu eenmaal enorm veel en ze hebben gewoon vaak honger. En honger maakt een nieuwe smaak snel geaccepteerd.

Dan rond het eerste jaar neemt de groei flink af. Kinderen krijgen dan minder honger en gaan meer aandacht besteden aan wat ze nu eigenlijk eten. Op dit moment ontdekken ze dat ze bepaalde dingen eigenlijk helemaal niet lekker vinden. Dit komt samen met het besef dat ze een eigen persoonlijkheid zijn met eigen voor- en afkeuren. En het kind ontdekt dat als het niet eet of eten uitspuugt dat het dan een reactie krijgt van de ouders en dat maakt het extra leuk. Maar soms is er ook een puur lichamelijke oorzaak voor slecht eetgedrag. Het doorkomen van de eerste kiezen kan veel pijn opleveren en er voor zorgen dat uw kind zich niet lekker voelt. Het kind heeft dan gewoon geen behoefte aan eten. Als ouder is het dan ook altijd goed om eerst na te gaan waarom uw kind niet wil eten en eventuele lichamelijke oorzaken uit te sluiten. Vooral bij deze groep jonge kinderen zien we fases van meer eten en minder eten die samenvallen met groeimomenten.

Wanneer een kind niet wil eten maken ouders zich -begrijpelijk- zorgen. Het is moeilijk om dit niet te laten merken maar het is wel de beste methode. Des te minder aandacht er wordt besteed aan het niet eten des te groter de kans dat het kind wanneer het honger krijgt wel weer gaat eten. Aandacht geven stimuleert het gedrag van niet eten.
En het kan echt geen kwaad wanneer een kind een of twee dagen niet eet. Wel is het belangrijk dat u in dit geval er voor zorgt dat het kind wel drinkt. Maar het zal maar heel weinig voorkomen dat een kind helemaal niets eet op een dag. Over het algemeen zal er sprake zijn van niet willen eten bij één maaltijd, of te weinig eten bij alle maaltijden. Het kind krijgt dan dus best wel wat binnen. Het kan goed zijn om als ouder eens een aantal dagen te noteren wat je kind gegeten heeft. Vaak zal het u verrassen hoeveel het toch nog binnenkrijgt.

Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen heel goed zelf kunnen uitmaken wat goed voor hen is. Een groep baby's werd de mogelijkheid geboden zelf te kiezen wat ze wilden eten. De kinderen waren tussen de 6 en 10 maanden oud. Zij kregen een aantal schalen aangeboden met verschillende etenswaren er in. De bij het onderzoek aanwezige verzorgers kregen opdracht het kind pas een hap te geven wanneer het kind zelf aangaf een hap te willen (door bijvoorbeeld tegen de kom te tikken of eten te pakken met hun hand). Er werden grote verschillen waargenomen in de eetpatronen van de kinderen. De kinderen verschilden sterk van elkaar in hoeveel en wat ze aten, maar het eetpatroon van de kinderen zelf verschilde ook sterk per dag. Zo kon een kind in één maaltijd plotseling 4 bananen eten en daarna een week lang geen banaan meer aanraken. Of een kind dronk plotseling een liter melk naast een volledige maaltijd. Maar er waren ook dagen dat een kind bijna niets wilde eten. Wanneer er per dag gekeken werd was de voedsel inname absoluut niet een uitgebalanceerd dieet. Maar wanneer er over een wat langere periode gekeken werd bleek dat ieder kind toch alle belangrijke voedingsstoffen binnenkreeg. De kinderen waren allen gezond na een half jaar van onderzoek. Wat uit dit onderzoek af te leiden valt is dat kinderen over het algemeen heel goed weten wat goed voor ze is. De etensbehoeften van een kind kunnen per dag verschillen. Het is goed om hier als ouder open voor te staan en te luisteren naar de signalen van het kind. Volwassenen hebben ook wel eens een dag niet zo veel trek en eten dan wat minder die dag. Kinderen moeten die kans ook krijgen.

In de puberteit doen zich ook regelmatig eetproblemen voor. Deze eetproblemen kunnen een onderdeel zijn van de puberteit en de strijd om onafhankelijkheid. Het kind kan een houding hebben van: 'ik bepaal zelf wel wat ik eet en wanneer ik eet. Ik heb jou als ouder niet meer nodig om voor mij te zorgen.'
Maar ook de invloed uit de omgeving kan een belangrijke rol gaan spelen. Met name meisjes worden in de puberteit erg gevoelig voor uiterlijk en het ideaalbeeld van een slanke vrouw. Meisje beginnen op dieet te gaan en in de puberteit ontstaan ook de eetstoornissen als anorexia en boulimia.
Dit betekent zeker niet dat als een tienermeisje slecht eet er wel een ernstig probleem zal zijn. Maar het is wel goed om als ouder te praten over eventuele angst om te dik te worden. Het is belangrijk om deze angst serieus te nemen en niet af te wimpelen als onzin.
Ook zien we soms een de puberteit een herhaling van een gedraging uit de peutertijd, namelijk niet eten om aandacht te krijgen. De puberteit kan een zeer verwarrende tijd zijn. Adolescenten duwen hun ouders weg, maar hebben anderzijds nog wel veel behoefte aan aandacht. Ze weten niet altijd hoe ze dit kunnen krijgen en vervallen dan soms tot een oud mechanisme, namelijk niet eten.

Eetproblemen, op welke leeftijd dan ook, kunnen erg vervelend en zorgwekkend zijn. De meeste eetproblemen lossen zichzelf gelukkig op. In het algemeen is de beste manier om te reageren eerst nagaan of er een duidelijke reden is voor het niet eten. En als die er niet is, zo weinig mogelijk aandacht besteden aan de eetproblemen en op de achtergrond in de gaten houden of het kind toch het een en ander binnen krijgt en -heel belangrijk- in de gaten houden of het kind voldoende drinkt. En bijna altijd zal het kind binnen een paar dagen weer eten, simpelweg omdat het honger krijgt.
Wanneer een kind na een paar dagen nog steeds niet wil ten kan het goed zijn om toch advies in te winnen bij een arts of hulpverlener. Het tijdelijk ingrijpen bij beginnende eetproblemen kan ernstigere eetproblemen helpen voorkomen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel of wilt u meer tips om eetproblemen te verhelpen of voorkomen, stel uw vraag dan op de daarvoor aanwezige pagina op deze site.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Literatuur: Hetherington, E.M. & Parke, R.D. Child Devbelopment. McGraw-Hill Book Company,
Wenar, Ch. (1994)Developmental Psychopathology. McGraw-Hill Book Company

Eetproblemen, veel ouders krijgen er mee te maken. Vooral peuters en kleuters zijn vaak moeilijke eters die weinig lusten en veel uitdagen aan tafel.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden