ODD | Oppositioneel opstandig gedrag

Ieder kind is wel eens opstandig, maar bij kinderen met ODD gaat deze opstandigheid niet over of de opstandigheid neemt zorgwekende vormen aan.

Oppositioneel opstandig gedrag

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven

In bepaalde fases van de ontwikkeling van een kind is opstandig gedrag normaal. Bijna iedere peuter of kleuter maakt wel een periode door met veel opstandigheid. En ook bijna iedere puber begint op een gegeven moment zich enorm te verzetten en voortdurend de strijd op te zoeken. Dit opstandige gedrag hoort bij deze levensfase en het kind leert hier ook van.
Maar soms neemt het opstandige gedrag zulke vormen aan dat er niet meer gewoon sprake is van bij de leeftijd horend opstandig gedrag. Of het kind blijft opstandig, ook wanneer het allang geen kleuter meer is, of het kind gaat steeds meer agressie laten zien. Dan kan er sprake zijn van een agressieve gedragsstoornis.

Bij de agressieve gedragsstoornis maken we onderscheid tussen de antisociale gedragsstoornis (CD) en de oppositioneel opstandige gedragsstoornis. Het belangrijkste onderscheid tussen ODD en CD ligt in het feit dat kinderen met CD ook gewelddadig kunnen zijn en geen respect hebben voor de gevoelens en rechten van andere. Bij ODD zien we vooral het verzet op de voorgrond treden. Kinderen met ODD laten over het algemeen bij het ouder worden geen crimineel gedrag zien. Vaak zijn jongeren met ODD wel meer op zichzelf omdat ze buitengesloten worden door hun neiging mensen te irriteren.

In het internationale handboek voor psychiatrische stoornissen, de DSM, wordt ODD als volgt omschreven:

Het gedrag van het kind is negativistisch, vijandig en het kind is openlijk ongehoorzaam met een duur van tenminste 6 maanden waarin vier of meer van de volgende problemen aanwezig zijn:
* Driftig * ruzie met volwassenen * opstandig, het kind weigert zich te voegen naar de verzoeken/ regels van volwassenen * met opzet anderen ergeren * andere de schuld geven van eigen fouten, onvoldoende het eigen aandeel zien een probleem *prikkelbaar/ ergert zich snel * vaak boos en gepikeerd * vaak hatelijk en wraakzuchtig.
De gedragsstoornis zorgt voor een beperking in het sociale en school functioneren
Er zijn bij ODD twee verschillende problemen te zien, enerzijds opstandig, agressief gedrag en anderzijds de neiging om andere 'opzettelijk' lastig te vallen of te irriteren.
Maar een kind met ODD kan ook heel lief en aardig zijn. Het gedrag kan alleen heel snel omslaan bij de kleinste aanleiding.

Het ontstaan van ODD

De eerste signalen van ODD ontstaan vaak tussen het eerste en derde levensjaar. Bij jonge kinderen bij wie later ODD wordt vastgesteld, zien we vaak dat het kind sterk op anderen reageert, moeilijk getroost kan worden en een hoge motorische activiteit laat zien. Overigens kunnen al deze symptomen ook duiden op een wat inconsequente opvoeding en hoeven deze signalen zeker niet altijd op ODD te duiden.

Het opstandige gedrag wordt eerst gezien als normaal peutergedrag, maar het gedrag verdwijnt niet. Dit kan komen doordat de ouders niet voldoende grenzen trekken, maar het karakter van het kind kan ook zorgen voor blijvend opstandig gedrag. En dit opstandige gedrag zorgt er weer voor dat het voor de ouders extra moeilijk is om consequent te blijven. En zo kan een wisselwerking ontstaan waarbij het kind veel opstandig gedrag laat zien, de ouders uit vermoeidheid of wanhoop gaan toegeven aan het gedrag en zo ontstaat een zeer onwenselijke situatie.

ODD komt bij zo'n vijf procent van de kinderen voor. Op jonge leeftijd wordt ODD meer waargenomen bij jongens, maar bij oudere kinderen komt het net zoveel voor onder jongens als onder meisjes.
Bij ODD lijkt er sprake te zijn van een combinatie van erfelijke factoren en omgevingsfactoren die samen zorgen voor het ontstaan van ODD. Bij kinderen met ODD is een lagere hartslag en een hogere stressdrempel vastgesteld. Daarbij zien we meestal dat het kind de eigen emoties onvoldoende onder controle heeft, snel gefrustreerd raakt en een weinig flexibele houding heeft.
Deze erfelijke aanleg zien we ook in het feit dat, wanneer een ouder alcoholist is of in aanraking is geweest met de politie, de kans dat het kind ODD heeft drie keer zo groot wordt. Er is dan een kans van 18 % op ODD. Al moeten we ons hierbij natuurlijk wel realiseren dat het hebben van een ouder die alcoholist is of in aanraking komt met de politie ook invloed heeft op de ontwikkeling van het kind en een belangrijke omgevingsfactor is.

ODD komt ook vaak samen voor met andere problematiek. Vooral ADHD komt vaak samen voor met ODD. Zo'n 30/40 % van de kinderen met ADHD heeft ook ODD. Het kan dan soms ook moeilijk zijn om onderscheid te maken tussen ODD en ADHD. Een kind met ADHD is impulsief, waardoor het kind iemand per ongeluk kan irriteren. Een kind met ODD is vaker agressief en irriteert anderen 'opzettelijk'.
Maar we zien bij kinderen met ODD vaak ook stemmingsstoornissen, leerproblemen en angst.

Een kleine groep kinderen met ODD groeien over de stoornis heen, al blijven we bij deze groep toch nog wel meer agressie dan gemiddeld zien. Bij een andere (kleine) groep zien we dat het kind een antisociale gedragsstoornis (CD) ontwikkelt. Dit gebeurt meestal binnen drie of vier jaar. Wanneer een kind al langer dan vier jaar ODD heeft is de kans op ontwikkeling van CD bijzonder klein. De grootste groep kinderen met ODD houden deze stoornis gewoon en ouders en kind moeten leren omgaan met de stoornis

Begeleiding bij ODD

De diagnose ODD wordt gesteld na een uitgebreid onderzoek door een psychiater. Dir gebeurt na uitgebreide gesprekken met de ouders en leerkrachten van het kind en na uitgebreide observatie van het kind. De psychiater zal hierbij heel voorzichtig en secuur te werk gaan omdat agressie ook bij de leeftijdsfase van het kind kan horen en omdat kinderen enorm in ontwikkeling zijn en er nog veel kan veranderen hierdoor. Ondanks deze voorzichtigheid bij het stellen van de diagnose ODD, is het wel goed om als ouder hulp te zoeken wanneer een kind veel agressief gedrag laat zien, zodat ODD uitgesloten of bevestigd kan worden.
Soms wordt een kind met ODD medicijnen voorgeschreven. Maar dit is voornamelijk het geval wanneer er naast ODD ook ADHD of een depressie vastgesteld is.

De begeleiding die ouders met een kind met ODD aangeboden krijgen bestaat vooral uit het vinden van manieren om met het kind en de stoornis om te gaan.
Het is heel belangrijk dat de ouders, leerkrachten, oppas en alle andere mensen die opvoedkundig te maken hebben met het kind goed contact met elkaar houden. Kinderen met ODD hebben namelijk heel erg de neiging de schuld op anderen af te schuiven (moeder wordt verteld dat vader oneerlijk was, het kind vertelt dat de leraar boos op hem werd terwijl een ander kind het gedaan had etcetera) Hierdoor kan het kind de volwassenen om zich heen tegen elkaar uitspelen. Het is dan ook belangrijk contact met elkaar te houden zodat duidelijk blijft wat er werkelijk gebeurt.

Daarbij is het ook belangrijk dat er een duidelijk plan van aanpak is hoe er gereageerd gaat worden op het gedrag van het kind, waar ook alle betrokkenen bij het kind zich aan houden. Het moet voor het kind duidelijk zijn wat iedereen van hem of haar verwacht. Het kan enorm helpen dit duidelijk voor het kind op te schrijven op een groot vel papier of bij een jong kind in pictogrammen aan te geven. Het kind kan dan naar het blad met regels verwezen worden wanneer het een regel vergeet/ overtreedt. Hiermee kan een hoop strijd voorkomen worden. De regels moeten zeer consequent toegepast worden (dus door iedereen, ook oma die eens een keertje oppas).

En er moet een balans zijn tussen straffen en belonen. Het vele ongewenste gedrag moet er niet voor zorgen dat het kind enkel maar bestraft wordt. Door voor kleine dingen die goed gaan te belonen wordt het kind gemotiveerd vaker dit gewenste gedrag te laten zien. Bij dit belonen is het beter te belonen met aandacht of privileges dan met een cadeautje of iets lekkers.

Omdat kinderen met ODD over het algemeen veel ongewenst gedrag laten zien en het niet goed is voor het kind en voor de relatie tussen het kind en de ouders om steeds te moeten corrigeren is het goed te besluiten bepaald gedrag te negeren. Wanneer het kind geen enkele reactie krijgt met bepaald gedrag (bijvoorbeeld het irriteren van de ouder) zal het gedrag ook gaan afnemen omdat het kind er niets mee bereikt. Maar dit betekent zeker niet dat er soms moet worden toegegeven aan het gedrag van het kind, door bijvoorbeeld iets toch maar toe te staan omdat het kind erg boos wordt. Het kind moet met het ongewenste gedrag niet dingen kunnen bereiken want daardoor zal het gedrag enkel toenemen.

Het is goed een aantal vaste huisregels te hebben, maar niet te veel, omdat dit tot voortdurende strijd en frustratie leidt. Regels die voor het kind echt niet haalbaar zijn kunnen beter afgeschaft worden. Bij het bespreken van de regels is het belangrijk te praten over het gedrag en niet de gevoelens die dit gedrag oproept. Ook is het belangrijk dat de ouder zich niet in een strijd laat slepen bij het bespreken van de regels. Herhaal de regel, maar wanneer het kind een strijd aangaat, sluit het gesprek dan af en kom op de regel terug wanneer het kind gekalmeerd is.

Het is raadzaam meteen consequenties te koppelen aan de regels (straf en beloning). Deze consequenties moeten rechtvaardig zijn en het liefste goed in verband staan met het gedrag. Kinderen met ODD kunnen heel erg onverschillig reageren op een straf. Het is goed als ouders zich dan realiseren dat dit maar een manier is om met de situatie om te gaan. De straf uit frustratie dan nog meer verhogen is niet eerlijk en niet zinvol.

Ondanks alle problemen is het heel belangrijk het kind wel te blijven prijzen en vooral ook de liefde voor het kind te bevestigen. De kleinste verbetering moet dan ook zeer gewaardeerd worden. Dit kan soms moeilijk zijn, maar het is wel heel belangrijk voor de eigenwaarde van het kind en voor de relatie tussen de ouders en het kind. Het is dan ook belangrijk dat ouders bewust op zoek gaan naar momenten of situaties waarin ze het even gewoon fijn met het kind kunnen hebben. Met een grapje kan een situatie soms ook gerelativeerd worden en kan de spanning doorbroken worden

Daarnaast is het ook goed om zo min mogelijk emotioneel te reageren op het gedrag dat de ouders besluiten niet te willen negeren. Een emotionele reactie toont het kind de zwakke plek bij de ouder en hier zijn kinderen met ODD erg naar op zoek. Het kan helpen om terugkerende situaties duidelijk te maken, zodat deze situaties voorkomen kunnen worden. Wanneer het kind bijvoorbeeld altijd bij het uitkleden de spullen van het nachtkast gooit is het beter het nachtkastje leeg te ruimen.
Om zo min mogelijk emotioneel te kunnen reageren op het kind is het belangrijk dat de ouders fit zijn. Dit kunnen ze bereiken door er goed op te letten voldoende te eten en te slapen, regelmatig tijd voor zichzelf vrij te houden en de zorg voor het kind tijdelijk aan een ander over te dragen, regelmatig stoom af te blazen over het moeilijke opvoeden van het kind en hulp te zoeken.
Soms kan een tijdelijke uithuisplaatsing nodig zijn zodat het gezin weer even tot rust kan komen en met frisse moed weer het gedrag van het kind kan te bemoedtreden.

Naast hoe de ouders kunnen reageren op het gedrag van hun kind, wordt de ouders ook geleerd hoe zij hun kind kunnen helpen het gedrag aan te passen. Het is belangrijk om kinderen met ODD sociale strategieën aan te leren. De meeste kinderen pikken deze sociale strategieën zelf wel op in de sociale omgang, maar een kind met ODD doet dit niet. Het kind moet dan ook heel bewust deze strategieën aangeleerd krijgen.
Een groepstraining sociale probleemoplossing kan hier goed bij helpen. Het kind leert in deze groep zijn of haar eigen aandeel in een probleemsituatie herkennen en het kind leert hierover de eigen verantwoordelijkheid te nemen. Het kind krijgt hierdoor minder het gevoel dat dingen hem/ haar maar overkomen en krijgt zo meer grip op situaties. Het kind leert dit binnen de groepstraining, maar uiteindelijk zijn de ouders degene die er in het dagelijks leven mee aan de slag gaan met het kind. De ouders zijn dan ook nauw betrokken bij de training.

In het dagelijkse contact met het kind is het goed om 'bevelen' of opdrachten zo veel mogelijk te vermijden. Een kind met ODD dat iets opgedragen krijgt gaat hier vaak tegen in het verzet. Beter is het om het kind een kader te geven waarbinnen iets moet gebeuren. In plaats van te zeggen "ruim je kamer op" werkt het veel beter om te zeggen: "je kamer moet opgeruimd zijn voordat je buiten mag gaan voetballen." Hierdoor is de keuze om op te ruimen toch wat meer aan het kind en kan het kind zelf de verantwoordelijkheid nemen. Want dat is heel belangrijk bij een kind met ODD. Een kind met ODD heeft graag leiding of in ieder geval inspraak. Door het kind keuzes te geven kunnen er wel grenzen gesteld worden, waarbinnen het kind zelf dingen mag bepalen en heeft het kind evengoed wel het gevoel inspraak te hebben in wat er gebeurt. Hierdoor ontstaat ook een gevoel van eigen verantwoordelijkheid, hetgeen ook goed is.

Een uitdaging

Een kind met ODD opvoeden kan een hele uitdaging zijn. Toch kan er met begeleiding van buiten af en met de juiste aanpak een hoop verbetering bereikt worden. De stoornis is niet te genezen maar de ouders en het kind (en de omgeving van het kind) kunnen wel beter leren omgaan met het ODD-gedrag



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16



Literatuur
Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV (1994)./ Vert. (uit het engels) door G.A.S. Koster van Groos - Lisse: Swet & Zeitlinger http://www.balansdigitaal.nl/
http://home.hetnet.nl/~brenda.engelage/
http://www.mijnkindheeftodd.nl

Ieder kind is wel eens opstandig, maar bij kinderen met ODD gaat deze opstandigheid niet over of de opstandigheid neemt zorgwekende vormen aan.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden