Onderpresteren | Als je kind niet laat zien wat hij kan

Soms laten kinderen niet zien wat binnen hun kunnen ligt, ze presteren onder hun niveau. Hier kunnen verschillende zaken aan ten grondslag liggen. Wanneer er sprake is van onderpresteren, is het belangrijk in te grijpen en het kind hulp te bieden. Want onderpresteren leidt tot meer dan alleen minder goede cijfers.
Als je kind niet laat zien wat hij kan.

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - maart 2012

Je weet zeker dat je kind het kan en toch haalt het niet de resultaten die je zou verwachten. Dan kan het natuurlijk dat je hem of haar toch wat overschat. Of dat een leerprobleem of gedragsprobleem er voor zorgt dat hij/zij toch moeite heeft met de te maken en te leren stof.
Maar het kan ook dat je kind onderpresteert: de prestaties komen niet overeen met zijn of haar vermogens. Onderpresteren wordt vaak in verband gebracht met hoogbegaafdheid, maar ook een gemiddeld begaafd kind kan onderpresteren. Al zien we het toch wel het meest bij slimme kinderen. Een verklaring hiervoor kan zijn dat kinderen met een hogere intelligentie niet gewend zijn hard te moeten werken, weinig uitdaging gewend zijn en veronderstellen het wel te kunnen. Wanneer de stof dan wat uitdagender wordt, schrikt dit ze af. Deze groep kinderen moet eigenlijk nog leren leren.

We kunnen onderscheid maken tussen relatief en absoluut onderpresteren. Een kind dat relatief onderpresteert, laat resultaten zien die niet op het niveau zijn, dat verwacht zou mogen worden op basis van intelligentie en ontwikkelingsniveau, maar die nog wel voldoende zijn. Het kind zou makkelijk een acht of negen moeten kunnen halen of met de snellere kinderen mee moeten kunnen werken, maar haalt zesjes en zevens en werkt met de groep mee.
De groep kinderen die absoluut onderpresteert scoort echt onder de gemiddelde norm, terwijl dit niet verwacht zou worden op basis van wat het kind kan. Het haalt echt onvoldoendes of heeft werk niet af.
school onderpresteren
Waardoor ontstaat onderpresteren?

Het kan voor ouders heel moeilijk zijn om te begrijpen waarom hun kind, die de stof op school toch makkelijk aan zou moeten kunnen, zulke magere resultaten behaalt. Er kunnen verschillende verklaringen zijn voor het onderpresteren.
Soms zien we dat kinderen gaan onderpresteren uit een soort verdedigingsmechanisme. Ze willen niet 'anders zijn' dan anderen en merken dat ze, door goed te presteren, dat wel worden. Kinderen die goed kunnen leren, kunnen helaas soms in een uitzonderingspositie belanden binnen een groep. Door minder goed te gaan presteren geven ze het signaal: "Ik ben niet anders, ik hoor er gewoon bij."

Ook zien we dat kinderen minder gaan presteren en vooral minder inzet gaan tonen, om een verklaring te hebben voor eventueel falen. Door faalangst is het kind bang minder goede resultaten te behalen. Wanneer het dan weinig inzet toont en een minder goed resultaat haalt, kan het kind zeggen: "Ja, maar ik heb ook niets gedaan" Zo hoeft hij/zij niet te twijfelen aan het eigen vermogen, want kan het de slechte resultaten afschuiven op te weinig inzet. En dat is makkelijker te accepteren dan "Ik vind dit moeilijk" of "Ik kan dit niet"

Onderpresteren kan ook ontstaan omdat een kind langere tijd te weinig is uitgedaagd. Wanneer de leerstof steeds erg gemakkelijk is, is hij/zij niet gewend zijn of haar best te doen en niet gewend fouten te maken. Een kind ontwikkelt hierdoor maar weinig doorzettingsvermogen, kan bang worden voor nieuwe uitdagingen en kan heel weinig eigen initiatief gaan tonen binnen het schoolwerk. We zien dan ook dat deze kinderen geen goede leerstrategieën ontwikkelen. Ze kunnen de stof gemakkelijk onthouden na één keer doorlezen en weten hierdoor niet hoe ze bij meer uitdagende stof het leren moeten aanpakken.

Deze kinderen zijn faalangstig, juist omdat ze nog nooit echt gefaald hebben. Het idee te falen maakt hen erg onzeker, omdat ze het gevoel hebben dat hun veronderstelling dat ze slim zijn daarmee onderuit gehaald wordt. Falen is voor hen niet een signaal dat ze wat harder moeten werken, beter hun best moeten doen of de stof gewoon nog eens moeten doornemen, maar een signaal dat ze minder slim zijn dan ze denken. En dat is een bedreigende gedachte. Een kind dat onderpresteert ziet een faalervaring soms als een veroordeling van zichzelf.
te veel nadruk op inteligentie
Door erg de nadruk te leggen op de intelligentie van een kind en dit te presenteren als iets dat vaststaat kan een kind onzeker en faalangstig worden. Wanneer het kind te horen krijgt: "Jij bent slim, jij kan dat" kan dat voor de ouder voelen als een compliment of aansporing. Maar het kind kan hierdoor het gevoel hebben te kort te schieten wanneer het niet aan de verwachtingen voldoet. "Dan ben ik dus niet slim".
Door het intelligent zijn niet te presenteren als "Jij bent slim", maar als "Jij hebt het vermogen goed te leren" wordt een totaal andere boodschap aan het kind gegeven. Wanneer je slim bent en iets lukt niet dan ben je dus minder slim. Wanneer je goed kan leren en iets lukt niet, dan moet je dus nog wat harder leren. Dit biedt veel meer ruimte om bij te leren, fouten te maken en nieuwe uitdagingen aan te gaan. Want " Ik had dan wel een slecht cijfers voor die toets, maar ik kan goed leren dus ik ga er hard aan trekken om het wel onder de knie te krijgen." Het kind komt tot de conclusie: "Dit is moeilijk, hier moet ik nog aan werken" in plaats van "Dit kan ik niet, ik ben niet slim".
Het is dan ook heel belangrijk om steeds te benadrukken dat je door inzet te tonen en uitdagingen aan te gaan, je verder kunt ontwikkelen en dat fouten maken niet betekent dat je toch minder slim bent.

Hoe herken je onderpresteren?

Kinderen die onderpresteren laten vaak op meerdere vlakken weinig doorzettingsvermogen zien. Ze gooien al snel de handdoek in de ring en hebben het gevoel iets niet te kunnen. Deze kinderen tonen weinig zelfdiscipline en hebben er erg veel moeite mee eigen verantwoordelijkheid te nemen. Ze kunnen zich erg afhankelijk van anderen opstellen. Niet alleen op school kan dit te zien zijn, maar ook bij sport, muziekonderwijs, spelletjes etcetera. Deze kinderen zijn ook vaak snel afgeleid en geven vaak aan dingen saai te vinden. Ze zoeken enerzijds weinig uitdaging op, uit angst die niet aan te kunnen, maar vinden anderzijds de minder uitdagende stof maar saai. Hierdoor verliezen ze ook het plezier in het werk en zijn steeds moeilijker aan het werk te krijgen.

Waarom begeleiding belangrijk kan zijn

Wanneer een kind minder goed presteert dan men zou verwachten, op basis van het vermogen van het kind, hoeft dat op zich nog geen probleem te zijn. Wanneer het kind gelukkig is, voldoende mee komt op school en op ander vlakken voldoende uitdaging vindt (bv in sport, muziek, hobby etcetera) is ingrijpen niet nodig.
Maar als het kind duidelijk niet gelukkig is, echt slechte resultaten haalt of met stevige tegenzin naar school gaat is het wel goed hulp te bieden.
Onderpresteren heeft op meer fronten effect dan alleen op de resultaten van het kind. Ook het zelfbeeld en de motivatie hebben te lijden onder het onderpresteren. Kinderen die onderpresteren op school durven vaak ook buiten school minder uitdagingen op te zoeken en kunnen moeite hebben met het oplossen van problemen. Hierdoor kunnen ze een zeer negatief zelfbeeld ontwikkelen.
stress door toetsen
Hoe bied je begeleiding?

Om een kind dat onderpresteert goed te kunnen helpen, moet er eerst een duidelijk beeld zijn van wat er binnen de mogelijkheden van het kind ligt. Wat kan het kind en waar heeft het behoefte aan? Want dit verschilt uiteraard per kind en wat bij het ene kind heel goed kan helpen, kan voor het andere kind niets doen.

Een belangrijk punt is het aanpakken van de motivatie van het kind en het beeld dat het kind heeft van het eigen kunnen. Kinderen die onderpresteren hebben vaak een negatief zelfbeeld en het gevoel meer uitdaging niet aan te kunnen. Dit beeld moet bijgesteld worden en, heel belangrijk, het kind moet leren dat fouten maken mag en zeker geen bewijs is dat hij/zij de aangeboden stof niet aankan.

De oefenstof moet ook aansluiten bij wat het kind nodig heeft. Tien rijtjes met oefensommen kunnen erg demotiverend werken wanneer je de rekenregel na twee rijtjes wel snapt. Door de stof compacter aan te bieden, met minder oefenstof, kan het kind meer uitdaging aangeboden krijgen. Zaak is dan het kind te helpen deze uitdaging niet te vermijden maar juist aan te gaan.
Deze uitdaging kan aangeboden worden door het kind te laten versnellen, of te wel vooruit te laten werken op de klasgenoten. Maar ook door de stof te verrijken door er wat dieper op in te gaan (b.v. wat zijn nu toepassingen van de rekenregel die je nu geleerd hebt) of de stof wat breder aan te bieden (b.v. we hebben het in de klas over plantencellen, zoek jij nou eens uit hoe deze verschillen van dierlijke cellen.)

Kinderen die onderpresteren hebben er vaak ook baat bij minder toetsen te krijgen, zodat ze minder het gevoel hebben beoordeeld te worden, maar meer te werken aan opdrachten in de vorm van een werkstuk, presentatie etcetera. Het kind werkt dan niet zozeer voor een goed cijfer, maar omdat het de stof interessant vindt of omdat het er belang bij heeft dit te weten te komen. Het resultaat wordt dan dus ook iets minder belangrijk, terwijl de weg naar de kennis belangrijker wordt. Het kind leert plezier te hebben in het leerproces. Enige controle over het leerproces, 'wat ga ik doen, wanneer en hoe', kan bijdragen aan dit positieve gevoel. De moderne middelen waar kinderen over kunnen beschikken op school, dragen vaak ook bij, doordat ze het mogelijk maken de leerstof meer gevarieerd aan te bieden. Bovendien bieden ze kinderen de ruimte zelfstandiger aan de slag te gaan, zodat ze leren meer eigen verantwoordelijkheid te nemen voor hun werk.

Het aanbieden van projecten waarbij het kind zelf op zoek gaat naar informatie en meer uitgedaagd wordt zelf aan de slag te gaan in plaats van uit een boekje te leren, helpt hem of haar weer meer gemotiveerd te maken. Zeker wanneer hij/zij de kans krijgt aan de slag te gaan met eigen interesses in plaats van opgelegde stof. Hij/zij heeft hierdoor veel meer controle over het eigen leerproces, kan zelf keuzes maken en is heel actief bezig met leren. Hierdoor leert het kind dat leren veel meer draait om inzet en inspanning dan om "slim zijn".

Bij het beoordelen van het werk van kinderen die onderpresteren kan het heel goed zijn om vooral de nadruk te leggen op de eigen vorderingen en niet zo zeer op de prestaties van het kind ten opzichte van anderen. Het gaat er niet om dat hij/zij een negen heeft en dus beter heeft gepresteerd dan de anderen, het gaat er om dat het kind eerst de stof nog niet goed begreep en nu met extra inzet deze onder de knie gekregen heeft.

En vaak moet kinderen die onderpresteren ook gewoon geleerd worden 'hoe je leert'. Ze hebben de stof altijd gemakkelijk onthouden en weten niet goed hoe ze moeten leren wanneer ze moeilijker of meer stof aangeboden krijgen. Begeleiding bij het huiswerk kan dan goed zijn, niet omdat het kind de stof niet aankan, maar omdat het niet goed weet hoe het leren ervan aan te pakken, Door methodes aan te reiken waarmee het kan leren (mindmaps, ezelsbruggetjes, uittreksels maken, te leren woorden uitschrijven etcetera) maakt het kind zich nieuwe leerstrategieën eigen en krijgt het ook meteen de boodschap dat inspanning loont.

Want "dat je slim bent betekent niet dat je alles moet kunnen of weten, het betekent dat je het vermogen hebt je veel dingen eigen te maken. En daar moet je gewoon hard voor werken." En dat is een belangrijke boodschap voor kinderen die onderpresteren.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16




Literatuur
http://pharosnl.nl/menu/hoogbegaafdhed-nieuws/hoogbegaafdheid-artikel/onderpresterenO
www.eduratio.be
http://www.kpcgroep.nl/~/media/Files/Publicaties/Wie_ben_je_en_wie_wil_je_worden.ashx
http://www.kpcgroep.nl/~/media/Files/KPCGroep/DienstenABC/Onderprsteerders_meestal_niet_herkend_12_18.ashx
Driessen,G. & Mooij, T. (2007) Als er niet uitkomt wat er inzit, Pedagogiek in praktijk, 37, juni 2007, blz. 24-28

Soms laten kinderen niet zien wat binnen hun kunnen ligt, ze presteren onder hun niveau. Hier kunnen verschillende zaken aan ten grondslag liggen. Wanneer er sprake is van onderpresteren, is het belangrijk in te grijpen en het kind hulp te bieden. Want onderpresteren leidt tot meer dan alleen minder goede cijfers.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden