De eerste weken van het ouderschap

"Het kind denkt: 'Ik heb honger waarom snappen ze dat nou niet' en de ouder denkt: 'Ik ben toch voor je bezig, heb nou even geduld.' "

De eerste weken van het ouderschap

Het ouderschap bestaat voor een groot deel uit leren loslaten. Dit grote loslaten begint al bij de geboorte. Nadat je negen maanden lang alles voor je kindje hebt kunnen doen, moet je het voldoende los durven laten om het zelf te laten ademen en meteen daarna zelf te laten eten.
Het ademen is iets waar de meeste ouders gelukkig niet bij stil hoeven te staan, het gaat meestal zonder problemen vanzelf.

Maar met het eten ligt dit even anders. Wanneer er wordt gekozen voor flesvoeding dan moet er eerst gezocht worden naar de juiste fles, de juiste speen, de juiste voeding en de juiste hoeveelheid. Ik heb zelf nooit flesvoeding gegeven en kan er dus niet uit eigen ervaring over meepraten. Maar ik heb wel vele verhalen gehoord van andere moeders. Spugen, krampjes, verstopping, de problemen waren niet te tellen. Maar eerlijk is eerlijk, je moet je hierbij wel realiseren dat een moeder die zonder problemen flesvoeding geeft niet klaagt en je de positieve verhalen dus veel minder hoort. Toch zou menig moeder volgens mij de navelstreng nog wel even intact willen laten om zo die eerste week nog wat bij te kunnen voeden, zodat rustig uitgevonden kan worden wat de beste voeding is voor hun kind.

Ikzelf geef borstvoeding en daarbij komen weer hele andere zaken aanbod. Zo'n beetje iedere moeder twijfelt in het begin: 'krijgt mijn kindje wel voldoende binnen, is mijn melk wel goed?'. Want, tja, een borst is niet uitgevoerd met een maat erop, dus je weet nooit hoeveel je kindje gedronken heeft. Vroeger werd hiervoor de weegschaal gebruikt. Gelukkig is deze methode afgeschaft, want dit zorgde alleen maar voor een hoop onnodige zorgen. De criteria zijn nu, is je kind tevreden en plast het goed, dan krijgt het genoeg te drinken. En dus moet je er als moeder maar op vertrouwen dat het goed gaat (wat het ook altijd doet) en je zoon of dochter een beetje loslaten, er op vertrouwen dat hij of zij zelf zorg kan dragen voor zijn of haar eigen groei.
Als kersverse moeder ging ik er vanuit dat mijn kindje wel zou weten hoe drinken uit de borst moest. Vaak genoeg had ik jonge poesjes meteen na de geboorte richting mama's buik zien schuifelen om daar zonder enige hulp een tepeltje te pakken en vol genoegen te gaan drinken. Maar bij mensenbaby’s bleek dit toch even anders.
De eerste dagen was ik soms een kwartier bezig voordat ik mijn dochtertje goed aangelegd had. Zij was in het begin van mening dat alleen mijn tepel meer dan genoeg was voor haar kleine mondje, terwijl mij door iedereen op het hard gedrukt was dat ze zo niet goed kon drinken en ik tepelkloven zou krijgen.

Maar wanneer moeder en kind het dan onder de knie hebben dan vind ik borstvoeding echt een uitkomst. Altijd beschikbaar (tenminste als alles goed gaat), altijd op temperatuur en altijd de goede samenstelling, ideaal.
Beschikbaarheid is een groot goed. Iedere ouder weet dat niet alles altijd loopt zoals je verwacht had. Plotseling kan je niet naar huis op een moment dat je dat wel gewild en gepland had. En daar zit je dan met een huilend kind met honger. Met borstvoeding is dat geen probleem. Je moet enkel even een rustig plekje vinden om te zitten en klaar ben je.
En beschikbaarheid is ook erg makkelijk bij ongeduldige baby'tjes. Sommige kindertjes willen eten, van het ene op het andere moment. Als er dan eerst nog een fles opgewarmd moet worden kan dit heel wat vragen van het geduld van zowel de ouders als het kind. Het kind denkt: 'Ik heb honger waarom snappen ze dat nou niet' en de ouder denkt: 'Ik ben toch voor je bezig, heb nou even geduld.'
Nee, eerlijk is eerlijk, zo'n fles lijkt mij persoonlijk maar niets. En wat is er nou intiemer dan je kindje dicht tegen je aan met zijn of haar neusje in je borst.

Na een maand gaat je kindje dan op de weegschaal en krijg je de verlossende woorden te horen. Wat je allang wist, want je kind at goed, plaste goed en was levendig en tevreden, wordt bevestigd, je zoon of dochter is voldoende aangekomen.
Toch, sommige kinderen komen de eerste maanden weinig aan, andere juist vrij veel, dus ook hierin vindt de prille moeder weinig houvast. Het enige houvast wat echt betrouwbaar is, is het moedergevoel (of vadergevoel), hetgeen zeer onderschat wordt. En met dit gebrek aan houvast komen we weer terug bij het leren loslaten.

Het volgende punt waarop losgelaten moet worden is slapen. Veel ouders nemen hun kindje de eerste dagen bij zich in bed omdat ze dit een rustig idee vinden. Andere ouders vinden dit juist een doodeng idee en leggen hun kindje meteen in de wieg.
Hoe dan ook, ik denk dat er maar weinig ouders zijn die niet even bij hun zoontje of dochtertje gaan kijken tussen de voedingen door. Ligt hij of zij goed, is het niet te koud of te warm in de kamer en soms ook de angstige vraag: ademt mijn kindje nog. Maar na een paar weken is dit slapen de normaalste zaak van de wereld en heb je ongemerkt weer een beetje los gelaten. Tot de eerste keer dan je baby'tje ziek wordt. Plotseling sta je 's nacht weer aan zijn of haar bed of slaapt je kindje weer bij je in bed, check je de ademhaling 's nachts weer (vooral bij een verstopte neus). En ook hier moet je als ouder weer leren loslaten, leren vertrouwen op het kunnen van je kind, ook als het ziek is.

Ademen, eten, drinken, slapen, het lijkt zo vanzelfsprekend en dat is het zeker ook. Maar toch is het voor de meeste ouders de eerste kennismaking met een proces wat een leven lang gaat duren. Het proces van de steeds groeiende zelfstandigheid.

Liesbeth Vogel


cs-gy-3d-234x16



"Het kind denkt: 'Ik heb honger waarom snappen ze dat nou niet' en de ouder denkt: 'Ik ben toch voor je bezig, heb nou even geduld.' "
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden