Praten moet je leren

Een kind wordt geboren met de aanleg om te leren praten, maar om dit praten goed onder de knie te krijgen heeft het kind wel een voorbeeld nodig en stimulatie.

Praten moet je leren

Drs. T. de Vos van der Hoeven

Een pasgeboren baby kan zich enkel uiten door te huilen. Vier jaar later is het kind in staat een normaal gesprek te voeren. In maar vier jaar tijd leert het kind spreken, een ongelooflijke prestatie. Over hoe dit leren praten in zijn werk gaat zijn verschillende ideeën geweest. Er is een tijd gedacht dat het leren praten puur genetisch bepaalt was. Een kind had de aanleg om te praten en begon dit op een bepaalde leeftijd te doen, ongeacht zijn omgeving. Maar dit bleek al snel niet het geval, zonder stimulatie komt de spraak niet of onvoldoende tot ontwikkeling.

Maar ook de deskundigen die van mening waren dat spraakontwikkeling enkel ontstaat door stimulatie en leren bleken ongelijk te hebben. Want hiervoor is de hoeveelheid informatie die het kind moet opnemen veel te groot om in vier jaar onder de knie te krijgen. En onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen in alle culturen een vaste volgorde hebben in de taal- en spraakverwerving, hetgeen toch duidt op een biologische component.

De huidige ideeën over spraakontwikkeling zijn dan ook gebaseerd op het idee dat er een biologisch component is en een leer component. Met andere woorden, het kind wordt geboren met de aanleg om te leren praten, maar zal het praten enkel goed ontwikkelen wanneer hij/zij voldoende gestimuleerd wordt en voldoende voorbeelden krijgt om na te doen.

De baby-tijd

Om te kunnen praten, moet een baby eerst de principes van communicatie ontdekken. Het moet leren begrijpen wat er tegen hem gezegd wordt en leren welk doel communicatie heeft. Maar allereerst moet het kind leren luisteren naar de stemmen om hem heen. Baby's reageren sterk op de geluiden om hen heen. Een kind van twee maanden kan al gerustgesteld worden door geluiden van een ouder die in aantocht is om te troosten. En met zes maanden is een baby al in staat geluiden uit de keuken te herkennen als een signaal dat er eten aankomt. Door het kind te stimuleren in het luisteren naar spraak kunnen de ouders het kind al vroeg leren beter te luisteren. Belangrijk is het dan ook dat de omgeving rustig is. Wanneer er veel geluiden om het kind heen zijn als tv, radio, stofzuiger etcetera, zal het kind niet goed in staat zijn de stemmen hier uit te halen en hierdoor niet goed leren luisteren. Ook is het belangrijk dat een baby regelmatig toegesproken wordt op een heel directe en duidelijke manier met direct oogcontact. De zinnen moeten kort een eenvoudig zijn en het is belangrijk rustig te praten.

Vanaf drie maanden beginnen baby's te brabbelen. Wanneer het kind een reactie krijgt op zijn/haar gebrabbel, zal het hierdoor gestimuleerd worden vaker te gaan brabbelen en er mee gaan experimenteren. Zo ontdekt het steeds meer klanken. Baby's vinden het vaak geweldig wanneer de ouders een geluid na doen dat het kind gemaakt heeft.

Vanaf negen maanden

Zo rond de negen maanden beginnen kinderen woordjes en korte zinnetjes te begrijpen. Wanneer speelgoed benoemt wordt zullen ze er naar kijken en ze reageren op zinnetjes als "daar komt papa" of "waar is de bal". Nu kan het kind ook heel bewust gestimuleerd worden met spelletjes en opdrachtjes. Baby's van deze leeftijd vinden het geweldig dat aan te wijzen wat u benoemt.

Vanaf negen maanden is het ook goed om zoveel mogelijk dingen die u met het kind doet te beschrijven. Vertel tijdens het wassen, aankleden voeren etcetera wat u doet, benoem hierbij lichaamsdelen, kledingstukken, bestek etcetera. Kinderen beleven hier veel plezier aan en leren er ontzettend veel van. Wanneer het kind iets ouder is kunt u ook hetgeen u vertelt heeft terug gaan vragen, dus het kind vragen zijn neus aan te wijzen, zijn trui te pakken.

Vanaf negen maanden begint het kind steeds meer herkenbare klanken te maken en probeert het geluiden van de ouders na te doen. En zo rond het eerste jaar wordt vaak het eerste woordje gezegd. Het gaat dan meestal om woorden voor dingen die belangrijk zijn voor het kind, zoals, mama, papa, bal, poes etcetera.

Op deze leeftijd gebruiken kinderen een woord vaak nog te algemeen (overgeneraliseren). Alle beesten op vier poten zijn een hond of alle mannen zijn papa. Dit betekent niet dat het kind niet weet wat een hond is, maar hij/zij kan de andere beesten gewoon nog niet benoemen. En kinderen willen heel graag praten en gebruiken daarom maar een wel bekend woord voor een onbekend dier.

Maar ook wanneer het kind nog niet is begonnen met praten communiceert het al, met gebaren en geluiden. Door deze gebaren te begrijpen en het juiste woord er bij te zeggen, leert het kind het belang van communicatie. Het kind leert dat hij dingen kan bereiken door te gaan praten.

Rond de negen maanden beginnen kinderen ook meer interesse te krijgen voor boekjes. Boekjes met 1 of twee duidelijke eenvoudige plaatjes per bladzij, die de ouders samen met het kind kunnen bekijken. Belangrijk is te vertellen wat het is en daarbij geluiden na te doen (poes zegt mauw) of korte uitleg te geven (appel kun je eten). Ook versjes, liedjes en rijmpjes vinden kinderen van deze leeftijd vaak erg leuk.

Vanaf anderhalf jaar

Ergens tussen de anderhalf en twee jaar beginnen kinderen korte zinnen van twee woorden te maken. In deze fase is het belangrijk het kind goed te laten voelen dat u begrijpt wat hij/zij zegt. Dit zal het kind stimuleren meer te gaan zeggen. Maar u kunt het kind wel stimuleren door het kind te antwoorden in een volledige, correcte zin. Dus wanneer het kind zegt "poes aai" kan je als ouder reageren met: " Ja, ga de poes maar aaien" Wanneer het kind iets verkeerd zegt is het beter dit niet te verbeteren, maar te antwoorden met een zin waarin het zelfde woord wel goed gezegd wordt. Dus bij "mama titten" niet zeggen "nee het is zitten". Maar liever "Ja mama gaat even zitten." Het kind leert zo de juiste woorden zonder het gevoel te hebben steeds verbeterd te worden. Complimenten zijn zeer belangrijk in deze fase van de taalontwikkeling. Op dezelfde manier kan het kind ook geholpen worden woorden in de juiste volgorde te zetten wanneer het kind zinnen van 3/4 woorden gaan maken.

Wanneer het kind wat beter begint te praten kunt u het stimuleren door het dingen te laten vertellen die het mee gemaakt heeft. Luister goed, vraag door wanneer u iets niet begrijpt en voer een serieus gesprek. Neem ook de tijd voor het gesprek.

Op deze leeftijd zijn kinderen in staat een voorleesboekje te begrijpen en kan het kind een kort verhaal volgen. Al blijven op deze leeftijd de plaatjes nog een belangrijke rol spelen. Er zijn vele prentenboeken voor kinderen vanaf twee jaar.
Vanaf drie/vier jaar kunnen kinderen ook wat langere verhaaltjes volgen die wat ingewikkelder zijn.

Wanneer het niet verloopt zoals u verwacht

Bij het leren praten speelt ook de aanleg een rol, zoals werd vastgesteld aan het begin van dit artikel. U heeft het verloop van het leren praten dan ook niet geheel in de hand. Het ene kind ontwikkelt zich sneller dan het ander. En niet ieder kind doorloopt alle hier boven besproken stappen. Sommige kinderen slaan de fase van enkele woorden over en beginnen meteen in zinnen van twee woorden te praten. Het kan hierdoor lijken of ze laat beginnen met praten, maar ze slaan een stap over en halen hierdoor hun achterstand in een keer in.

Soms is er ook sprake van een stilstand in de taalontwikkeling, bijvoorbeeld omdat het kind zich op een ander vlak aan het ontwikkelen is, omdat het veel verkouden is en hierdoor slecht hoort of omdat er een ingrijpende gebeurtenis in het leven van het kind plaats vindt (geboorte broertje/zusje, ziekenhuisopname, echtscheiding etcetera). Een stilstand in de ontwikkeling van de spraak hoeft dan ook niet zorgelijk te zijn. Maar het is altijd goed om te overleggen met het consultatiebureau of de huisarts wanneer u zich zorgen maakt.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis



cs-gy-3d-234x16


Literatuur
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 8 (blz 283 - 328).McGraw Hill International Editions.
Praten leer je niet van zelf, brochure Thuiszorg IJmond

Een kind wordt geboren met de aanleg om te leren praten, maar om dit praten goed onder de knie te krijgen heeft het kind wel een voorbeeld nodig en stimulatie.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden