Vriendschap in de puberteit

In de puberteit worden vrienden en leeftijdgenoten en hun verwachtingen steeds belangrijker voor jongeren.

Vriendschap in de puberteit

Drs. T. de Vos - van der Hoeven - april 2005

Kinderen maken een hoop veranderingen door wanneer zij in de puberteit komen. Hun lichaam verandert, maar ze gaan zich ook anders voelen, gaan soms anders over dingen denken en er vinden verschuivingen plaats in wat belangrijk is voor het kind. Waren voor de puberteit de ouders de belangrijkste personen voor het kind, langzaam aan gaat de adolescent afstand nemen van de ouders en gaan leeftijdgenoten en vooral vrienden een steeds belangrijkere rol spelen in het leven van de jongere. Jongeren moeten een evenwicht vinden tussen wat hun ouders van hun vragen en verwachten en wat leeftijdgenoten en vrienden verwachten. Dit kan een hele opgaaf zijn. Want ook al lijken de ouders steeds minder belangrijk te worden, de jongere heeft de ouders op de achtergrond nog hard nodig voor advies, steun en hulp en de meeste jongeren beseffen dit terdege. Maar vanuit de vriendengroep ervaren ze vaak ook druk om te conformeren aan de verwachtingen van de groep.

Om goed te kunnen omgaan met deze groepsdruk heeft een kind zelfvertrouwen nodig en moet het kind weerbaar zijn. Ouders kunnen hun kind hier bij helpen door het te waarderen wanneer de jongere kritisch denkt en zelf keuzes durft te maken. Ook kunnen ouders direct bespreken hoe de jongere kan omgaan met groepsdruk. Juist onzekere kinderen met een gebrekkige sociale identiteit kunnen bezwijken onder groepsdruk of zich bij een 'verkeerde' vriendengroep aansluiten.

Er zijn drie vriendschapsvormen te onderscheiden, de kliek, de groep en de individuele vriendschap. Binnen de vriendengroep is de druk om te conformeren aan de groepsdruk het groots. Enerzijds biedt dit zekerheid, maar anderzijds kan het ook tot verzet bij jongeren leiden omdat in de puberteit ook de behoefte ontstaat tot individualiseren. En hiervoor is natuurlijk veel meer ruimte binnen de individuele vriendschap. Van een kliek spreken we wanneer er een klein groepje jongeren bevriend is en zich als groep probeert te onderscheiden van de rest. Het bij de kliek horen geeft de jongere houvast en de kliek is iets om bij te horen. Maar helaas is juist bij een kliek het risico op het aansluiten bij een verkeerde groep wat groter.

Waarom vrienden belangrijk zijn in de puberteit

Een vriendschap kunnen aanknopen en onderhouden vraagt natuurlijk om sociale vaardigheden. Ook in de puberteit leren kinderen nog sociale vaardigheden en binnen vriendschappen wordt een hoop mensenkennis opgedaan. Ook al lijkt het soms of er alleen wat rondgehangen wordt, jongeren kunnen ook veel van elkaar leren.
Vriendschappen leren jongeren ook veel over zichzelf. In vriendschappen gaan jongere op zoek naar antwoord op vragen als: wie ben ik, waar sta ik voor, wat wil ik en hoe kijken anderen naar mij? Daarnaast leert de jongere ook zelf een mening te vormen. Vriendschappen kunnen heel goed voor het zelfvertrouwen van een adolescent zijn. Wat helaas dus ook in houdt dat het ontbreken van vriendschappen zeer slecht voor het zelfvertrouwen kan zijn, tot emotionele en psychosociale problemen kan leiden en hierdoor een negatieve invloed kan hebben op het functioneren van de jongere.
Vrienden bieden ook emotionele steun, solidariteit en zekerheid in nieuwe situaties. Samen is het veel gemakkelijker nieuwe situaties tegemoet te treden dan in je eentje. En juist in de puberteit, met het streven naar zelfstandigheid, hebben jongeren deze steun buiten het gezin hard nodig.
Vriendschap biedt natuurlijk ook affectie, intimiteit en sociale stimulatie, dingen waar pubers zeker behoefte aan hebben, maar soms moeilijk vinden om nog op te zoeken of te accepteren van de ouders.

Aan het begin van de puberteit is binnen de vriendschap vooral het samen dingen kunnen ondernemen en het delen van interesses van belang. Sympathie, loyaliteit en hulpvaardigheid zijn bepalend voor de vriendschap. Bij het ouder worden verschuift het belang van de vriendschap langzaam aan meer naar de emotionele kant en beginnen zaken als trouw, vertrouwelijkheid en jezelf kunnen zijn binnen de vriendschap belangrijk te worden voor het voorbestaan van de vriendschap.

Wanneer je kind verkeerde vrienden kiest

Soms hebben ouders het gevoel dat de vrienden die hun kind kiest geen goede invloed zullen hebben op hun kind. 'Foute vrienden' kunnen soms enorme aantrekkingskracht hebben op een jongere. De vrienden staan voor iets wat anders is en wat vaak ook als spannend gezien wordt. Vaak zien we ook dat juist jongeren die een minder goede relatie hebben met hun ouders kiezen voor verkeerde vrienden. Deze keuze lijkt ook een vorm van zich afzetten tegen de ouders te zijn.

De vriendschap verbieden is meestal niet de oplossing. Dit leidt over het algemeen enkel tot stiekem contact met de vrienden, waardoor de ouders het zicht op de vriendschap kwijt raken. Het is juist belangrijk contact te houden en in gesprek te blijven. En dit lukt niet wanneer de ouders de vriendschap volledig afwijzen. Het beste is het om op een niet-beschuldigende manier te praten over de vrienden en zorgen te uiten in plaats van verwijten te maken.
Daarnaast is het belangrijk om ook te proberen te ontdekken waarom deze vrienden belangrijk zijn voor het kind. Jongeren moeten ook de ruimte krijgen om zelf te ontdekken wie deugd en wie niet deugd.

Bij iedere vriendschap, maar juist ook bij een vriendschap waar de ouders niet zo achterstaan, is het goed wanneer de ouders belangstelling tonen voor de vriendschap en wanneer de vrienden van de jongere thuis over de vloer mogen komen. Enerzijds schenken de ouders hiermee hun kind vertrouwen in zijn of haar vriendenkeuze maar anderzijds kunnen de ouders met deze aanpak ook beter zicht houden op de vriendschap.

Wanneer je puber geen vrienden heeft

Sommige pubers hebben nooit vrienden over de vloer en zijn buiten schooltijd bijna altijd thuis. Ze lijken geen vrienden te hebben. Bij een grote groep van deze jongeren blijkt dat niet echt het geval. Ze hebben op school voldoende vrienden en hebben genoeg aan dit contact waardoor zij buiten school minder contact zoeken. Daarnaast is er ook een groep jongeren die niet zo'n behoefte heeft aan contact met leeftijdgenoten. Zij voelen zich er prima bij weinig of geen vrienden te hebben.

Maar er is ook een groep jongeren die wel vrienden wil, maar er niet in slaagt vriendschappen aan te gaan of te onderhouden. Deze adolescenten hebben wel moeite met het feit dat ze geen vrienden hebben. Zij missen hierdoor ook de mogelijkheid ervaringen op te doen op het sociale vlak en belanden hierdoor in een vicieuze cirkel. Een sociale vaardigheidstraining kan dan hulp bieden.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuurlijst :
Akkerman,A. Blokland, G., Hagens, H. en Kleverlaan,N. (1999) Wat nou.... Pubers, Hoofstuk 4. NIZW uitgeverij
Delfos, M.E, (1999) Ontwikkeling in vogelvlucht. Hoofstuk 8.13 Swets& Zeitlinger
Junger, M. Mesman, J. en Meeuws, W. (2003) Psycholsociale problemen bij adolecenten. Van Gorcum

In de puberteit worden vrienden en leeftijdgenoten en hun verwachtingen steeds belangrijker voor jongeren.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden