Ruzie tussen broers en zussen | Voortdurend ruzie in huis

Ruzie tussen broertjes en zusjes, bijna in ieder gezin komt het voor. Niet altijd gezellig, maar over het algemeen wel leerzaam. Al is soms ingrijpen toch nodig.

Voortdurend ruzie in huis

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - maart 2006

Iedere ouder met twee of meer kinderen krijgt er mee te maken, ruzie tussen de kinderen. Want zelfs die broers en zussen die toch echt dol op elkaar lijken, vliegen elkaar wel eens in de haren. En in sommige gezinnen lijkt dit dol op elkaar zijn vaak ver te zoeken, de kinderen lijken elkaar soms niet te kunnen luchten of zien. Steeds weer is er ruzie en wrijvingen tussen de kinderen en de ene ruzie is nog niet gesust of de volgende ontstaat al weer.
Op zich is ruzie tussen broers en zussen heel gewoon en ook leerzaam en gezond. Maar wanneer er echt veel ruzie in huis is, kan het wel goed zijn om eens te kijken naar de oorzaak van deze vele ruzies en te zoeken naar een manier om deze ruzies te doen afnemen.

Is ruzie maken leerzaam?

Hoe vervelend het voor de ouders ook kan zijn om tussen ruziënde kinderen te zitten, ruzie maken met een broer of zus kan heel leerzaam zijn. Kinderen moeten ook leren omgaan met boosheid, met frustratie en zij moeten leren om samen met anderen tot compromissen te komen. En waar beter dan thuis kan een kind dit ruzie maken uitproberen. De relatie met broertjes en zusje is heel veilig om ruzie binnen te maken omdat je je broertje of zusje niet kwijt kan raken en een vriendje natuurlijk wel.

Kinderen leren enorm veel van ruzie maken. Ze leren hun gevoelens onder woorden te brengen (ten minste zolang de boosheid niet enkel geuit wordt met slaan), ze leren voor zichzelf op te komen, ze leren onderhandelen en rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Kinderen leren enorm veel op het gebied van sociale vaardigheden door een ruzie. En kinderen leren het meeste van een ruzie wanneer ze zelf de kans krijgen deze ruzie op te lossen. Overigens vinden kinderen tot een jaar of vijf het nog heel moeilijk om hun ruzies te beredeneren. De boosheid over valt ze nog erg en ze vinden het moeilijk om achteraf te vertellen hoe de ruzie nou eigenlijk ontstaan en verlopen is. Daarbij zijn kinderen tot deze leeftijd ook nog erg egocentrisch en hebben ze er moeite mee zich te verplaatsen in de gevoelens van de ander. Ze beredeneren nog geheel vanuit wat zij zelf willen. Pas vanaf de leeftijd vanaf ongeveer acht jaar zijn kinderen echt goed in staat zich te verplaatsen in een ander.

Kinderen zijn bij een ruzie vaak ook veel meer gericht op het oplossen van het dilemma waardoor de ruzie ontstaan is (wie mag er nou besluiten wat er op TV gekeken wordt?) dan dat zij de ruzie zelf willen uitpraten of willen vast stellen wie er nou schuld had aan de ruzie.
Hoe een ruzie verloopt is afhankelijk van het temperament van de kinderen, het ene kind is nu eenmaal opvliegender van karakter dan het andere kind. Ook de ontwikkelingsfase waarin de kinderen zich bevinden speelt natuurlijk een rol. Een peuter en een kleuter maken op een heel andere manier ruzie dan twee pubers. Ook de gezinssituatie speelt een rol in hoe de ruzie verloopt. Is er ruimte voor ruzie binnen het gezin, of wordt ruzie afgekapt? Hebben de kinderen geleerd grenzen te accepteren? Wordt er wel eens een tik als straf gegeven binnen het gezin? Hoe wordt er omgegaan met ruzie binnen het gezin? Al deze punten beïnvloeden het verloop van een ruzie. En natuurlijk speelt de situatie waarin de ruzie ontstaat een belangrijke rol. Waardoor ontstaat de ruzie? Is er een machtsstrijd, is er sprake van jaloezie, worden opgekropte gevoelens ontladen of is het ruzie maken een manier om aandacht te vragen? Deze zaken zijn begrijpelijk zeer bepalend voor het verloop van de ruzie.

We zien vaak vaste patronen in de ruzies tussen kinderen. Het oudste kind is vaak in situaties met ruzie bazig, dominant en verbaal agressief. Het jongere kind reageert hier vaak op met meer fysieke agressie, het kind gaat slaan of schoppen. Het is raadzaam om als ouder alert te zijn op dit patroon en er voor te waken het altijd voor een van de twee kinderen op te nemen, bijvoorbeeld voor de jongste omdat deze nog klein is en de oudste toch beter zou moeten weten. Of juist voor de oudste omdat de jongste altijd gaat slaan. Wanneer een kind altijd aangesproken wordt op de ruzies kan dit er toe leiden dat het kind dat aangesproken wordt met een hoop extra boosheid naar het andere kind toe komt te zitten, waardoor de ruzies enkel toenemen. Het is belangrijk om te zien dat beide kinderen op hun eigen manier aandeel hebben in de ruzie en onpartijdig te blijven. Al zijn er natuurlijk ook situaties waarin echt maar een kind de ruzie veroorzaakt heeft (b.v. broertje slaat uit boosheid over een ruzie met een vriendje, zo maar zijn zus op haar hoofd) en dan is het natuurlijk wel zaak dit kind hier op aan te spreken.

Ingrijpen of niet?

Veel ouders hebben het gevoel in te moeten grijpen wanneer er ruzie ontstaat tussen de kinderen. Ze treden op als scheidsrechter, sussen de ruzie, kiezen partij of halen de strijdende uit elkaar. Wanneer de ruzie uit de hand loop, bijvoorbeeld omdat er geslagen wordt, of wanneer een kind echt duidelijk het onderspit delft, is het natuurlijk goed om in te grijpen. Ook wanneer een ruzie van te voren al te voorspellen is, bijvoorbeeld omdat de ouder ziet dat het peuterzusje richting de blokkentoren van haar oudere zus loopt is het natuurlijk ook goed in te grijpen zodat de ruzie voorkomen kan worden.

Maar zolang de ruzie enigszins evenwichtig verloopt en er geen zeer gedaan wordt, kan het goed zijn ruzies wat meer op zijn beloop te laten. Door steeds weer de tussenkomst van een ouder leren de kinderen namelijk niet zelf hun ruzies op te lossen. De ouder lost de ruzie op en kiest vaak partij voor een van de kinderen. Daarbij krijgen de kinderen ook op deze manier een hoop aandacht met hun geruzie en kan ruzie maken een manier worden om aandacht op te eisen.

Wanneer kinderen gewend zijn geraakt dat er altijd wel een ouder tussen de ruzie stapt en deze sust of oplost, kunnen ze zeer verbaasd reageren wanneer dit niet gebeurd en alleen door deze verbazing kan de ruzie al stoppen. Vaak zien we dan dat de kinderen de ouders toch proberen te betrekken bij de ruzie: "Mam, zij begon hoor" "Pap, Liesbeth pakt dat van me af".
Maar wanneer de kinderen merken de ouders niet te kunnen betrekken bij de ruzie zullen ze toch zelf op zoek gaan naar oplossingen: "Liesbeth, als ik nou mijn auto terug mag, dan mag jij wel even met mijn knikkers spelen".

Maar niet altijd lukt het kinderen om hun ruzie zelf op te lossen en is de hulp van de ouder toch nodig om de ruzie op te lossen. Het is dan aan te raden om als ouder niet zelf de ruzie op te lossen, door bijvoorbeeld het speelgoed te verdelen over de kinderen of een van de twee kinderen weg te halen uit de situatie, maar de kinderen te begeleiden bij het zelf oplossen van de ruzie. Vraag de kinderen waarover zij ruzie hebben, Belangrijk hierbij is dat beide kinderen de kans krijgen hun verhaal te doen. Soms zijn de kinderen hier niet meteen toe in staat omdat ze te boos zijn. Het kan dan goed zijn ze even apart van elkaar te zetten zodat ze even tot rust kunnen komen. Daarna kan de ruzie dan uitgepraat worden. Het is belangrijk dat de ruzie na het apart zetten uitgepraat wordt. Wanneer de kinderen tijdens een ruzie enkel apart gezet worden leren ze slechts dat ruzie maken niet mag, ze leren niet hoe je een ruzie voorkomt of oplost. En dat is natuurlijk niet wat een ouder het kind wil leren. Want ruzie maken mag best, het is alleen belangrijk om de ruzie niet uit de hand te laten lopen en uiteindelijk zelf op te lossen. En dit leren de kinderen door samen met de ouder te praten over de ruzie.

Nadat beide kinderen hebben mogen vertellen waardoor de ruzie ontstaan is, en de ouder voor beide kinderen begrip getoond heeft voor de gevoelens van het kind, kan de ouder beide kinderen vragen hoe zij denken dit probleem op te lossen. De kinderen worden zo gestimuleerd zelf met oplossingen te komen. De oplossingen waar de kinderen mee komen kunnen soms in de ogen van de ouders niet de meest logische zijn, maar wanneer de kinderen beide besluiten een oplossing te accepteren, dan is het goed dit als ouder ook te accepteren.
Bij wat oudere kinderen kan het soms goed zijn om de ruzie echt helemaal aan de kinderen over te laten en dus ook niet te bemiddelen bij het oplossen van de ruzie. De kinderen kan dan gevraagd worden ergens anders ruzie te gaan maken, zodat de ouder geen last heeft van de ruzie.

Wanneer er een periode erg veel ruzie is tussen de kinderen dan kan het goed zijn na te gaan waardoor deze vele ruzies ontstaan. We zien vaak extra ruzie tussen kinderen wanneer de kinderen moe zijn, zich vervelen of hun energie niet kwijt kunnen, bijvoorbeeld omdat het regent. Maar ook problemen of tegenslagen die de kinderen buiten het gezin ervaren (gepest worden op school, moeite met de leerstof op school, ruzie met een vriend etcetera) kunnen tot meer wrijvingen tussen broertjes en zusjes zorgen. De ruzies thuis kunnen dan vaak opgelost worden door het probleem buitenshuis aan te pakken. Het is dan ook aan te raden als ouder alert te blijven op de achterliggende oorzaak van een ruzie.

Vaak ook speelt jaloezie ook een rol bij ruzie tussen broertjes en zusjes. En juist jaloezie leidt vaak tot slaan, duwen en schoppen omdat het gevoel van jaloezie heel moeilijk onder woorden te brengen is. Vaak zal deze jaloezie onterecht zijn, maar het is toch goed deze gevoelens wel serieus te nemen en samen met het kind te kijken waar deze jaloezie vandaan komt. En soms zal vast gesteld worden dat de jaloezie inderdaad terecht is en anders kan in een rustig gesprek het kind uitgelegd worden waardoor de situatie ontstaan is waardoor het kind jaloers geworden is. Door begrip te tonen voor de gevoelens van het kind en het kind inzicht te geven in de situatie kan de jaloezie vaak aangepakt worden. Tot de leeftijd van acht jaar zijn kinderen nog zeer afhankelijk van de ouders voor het ontwikkelen van een gevoel van eigenwaarde. De waardering van de ouders is hierbij heel belangrijk.

Ruzie hoort er ook een beetje bij.

Ruziënde kinderen in huis is verre van gezellig en de verleiding kan heel groot zijn de kinderen simpelweg te verbieden ruzie te maken of gewoon uit elkaar te zetten. Maar dit is een aanpak die weinig effectief zal zijn en waar de kinderen weinig van leren. Door de verantwoordelijkheid voor het oplossen van de ruzie wel bij de kinderen te laten, maar de kinderen hierbij wel te begeleiden kunnen kinderen veel leren en kunnen ruzies in betere banen geleid worden. De ruzies zullen er niet door verdwijnen, maar wel beter gaan verlopen en mogelijk wel afnemen. En verdwijnen hoeven ze ook niet, want ruzie maken hoort er ook bij in het leven en zeker tussen broertjes en zusjes.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuur
Hasselt, van- Mooy, H, (2002) Huilen, boos zijn, ruzie, Uitgeverij SWP, Amsterdam
Verheul, K (2003) Hij krijgt altijd alles en ik mag nooit wat, J/M juli/ augustus 2003
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 12(blz 512 - 514).McGraw Hill International Editions. Riel, v. E (2004) En nou houden jullie op!. J/M april 2004

Ruzie tussen broertjes en zusjes, bijna in ieder gezin komt het voor. Niet altijd gezellig, maar over het algemeen wel leerzaam. Al is soms ingrijpen toch nodig.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden