Ontwikkeling van samen spelen | Samen spelen kun je leren

Samen spelen lijkt heel vanzelfsprekend, maar sturing door de ouders en opvoeders is belangrijk bij het leren omgaan met andere kinderen.

Samen spelen kun je leren

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven

Spelen gaat bij de meeste kinderen vanzelf, met bijna niets kunnen ze heerlijk spelen en vooral jonge kinderen kunnen nog helemaal opgaan in hun spel. Spelen is iets natuurlijks voor kinderen, het ontstaat uit het niets. Maar spelen is ook iets heel belangrijks. Kinderen leren op verschillende vlakken enorm veel van spelen. Spelen is goed voor de ontwikkeling van de motoriek, goed voor de cognitieve ontwikkeling (het kunnen opnemen en verwerken van kennis en informatie) en goed voor de sociale ontwikkeling. (Meer over het belang van spelen vindt u in het artikel "Ik ben een prinses, het belang van spelen voor kinderen" onder de knop 'alle artikelen'.)
Spelen lijkt dus heel vanzelf te ontstaan en te verlopen, maar dat is niet helemaal waar. Er komt ontzettend veel bij kijken dat het kind moet leren. Het spelen met andere kinderen is ook iets dat de meeste kinderen echt moeten leren, dit gaat over het algemeen niet vanzelf.

Ontwikkeling

Kinderen zijn tot ongeveer hun tweede jaar nog grotendeels op zichzelf gericht. Alles draait in de beleving van het kind nog om het kind en in het spel heeft het kind nog weinig anderen nodig. Natuurlijk zoekt een dreumes wel interactie, bijvoorbeeld met de ouders of een broertje of zusje. Maar meestal worden deze mensen nog niet echt opgenomen in het spel. Een dreumes kan heel erg genieten van Kiekeboe, maar pakt daarna weer zijn auto om alleen door de kamer te rijden. Een dreumes vindt het nog heel moeilijk om op zijn beurt te wachten,wil speelgoed nog helemaal niet delen en beleeft er nog geen plezier aan een ander ook iets te gunnen

Peuter

Dan zo rond het tweede jaar zien we een verandering plaats vinden. Het kind gaat zich wat meer naar buiten richten en raakt steeds meer geïnteresseerd in wat anderen doen. Deze interesse is nog wel erg op het kind zelf gericht. Een jonge peuter is benieuwd naar wat andere kinderen doen, maar vooral uit het eigen perspectief (kan ik dat ook spelen, wil ik dat speelgoed ook etcetera) Jonge peuters kunnen heel gezellig naast elkaar spelen en daarbij best wat aandacht aan elkaar schenken, maar het blijft bij 'naast elkaar spel' en niet 'met elkaar spelen'. Ieder kind heeft zijn eigen spel. Op deze leeftijd hebben kinderen ook nog te weinig besef van het feit dat anderen ook wensen en gevoelens hebben. Het kind is nog grotendeels op zichzelf gericht. Toch is dit naast elkaar spelen de eerste stap naar het ontwikkelen van het besef dat andere kinderen ook een menig, gevoelens en wensen hebben. Peuters die naast elkaar spelen observeren en imiteren elkaar en leren hier veel van.

Dan rond het derde jaar zien we de eerste voorzichtige stappen naar het betrekken van andere kinderen bij het spel. We zien bij driejarige vooral samenspel ontstaan wanneer twee kinderen toevallig met hetzelfde willen spelen. Het is meer de activiteit waardoor de kinderen elkaar vinden dan het vinden van elkaar en dan samen iets gaan doen. Op oudere leeftijd zien we dat kinderen eerst een vriendje kiezen en dan samen met het vriendje verzinnen wat ze gaan doen. Bij driejarige zien we dat twee kinderen bijvoorbeeld op het poppenhuis aflopen en dan maar samen met het poppenhuis gaan spelen. Voor kinderen van drie is dit samen spelen nog wel heel moeilijk en het gaat dan ook vaak gepaard met conflicten. Peuters van drie vinden het nog heel moeilijk om speelgoed te delen en helemaal moeilijk om het eigen spel aan te passen aan de wensen van het andere kind. Voor een peuter is het nog erg moeilijk om iets te doen omdat de ander dat graag wil.

Kleuter

Vanaf ongeveer vier jaar gaan we dan zien dat kinderen elkaar echt gaan opzoeken om te spelen. Op deze leeftijd ontwikkelen kinderen ook steeds meer spel waarbij ze eigenlijk iemand anders nodig hebben. In je eentje politieman spelen is een stuk minder leuk dan wanneer je een vriendje hebt die de boef wil spelen. En een bordspel is over het algemeen niet in je eentje te spelen. Zo ontdekken kinderen dat er bij veel spel iemand anders nodig is om samen mee te spelen.
Met de start op school krijgen kinderen een hoop sociale regels voorgelegd waar het kind veel van leert en hetgeen het kind heel erg helpt bij het op een goede manier aangaan van speelcontacten. Op deze leeftijd zien we heel veel 'doen-alsof' spel: "Jij was de tijger en ik was de jager en toen ging jij rennen en ik ging achter je aan. En jij verstopte je achter die boom en toen....." "Nee, ik klom in de boom en jij kon niet klimmen en toen...." Zo maken de kinderen samen hun spel en ontstaat het echte samen spelen. Kinderen beginnen op deze leeftijd ook wat vastere speelkameraadjes te krijgen, al kan dit nog wel erg wisselen. Wie vandaag een hartsvriendin is, kan best over een paar weken amper nog ter sprake komen.
Vierjarige beginnen ook steeds beter te beseffen dat het kind met wie ze spelen ook gevoelens en wensen heeft en dat hier bij het spelen rekening mee moet worden gehouden. Het ene kind gaat dat wat gemakkelijker af dan het andere kind, maar voor bijna alle iedere vierjarige is dit best zo af en toe nog moeilijk.

Steeds gemakkelijker

Zo rond het zesde/ zevende jaar zie we dat dit kinderen gemakkelijker afgaat. Kinderen zijn dan minder op zichzelf gericht, gaan beter begrijpen wat anderen willen en vinden het gemakkelijker om hier rekening mee te houden. Kinderen van deze leeftijd overleggen vaker voor het spelen, stemmen elkaars wensen op elkaar af en vaak zien we dat er spelregels worden geïntroduceerd. Op deze leeftijd zie we ook vaker dat kinderen wat meer met een groepje gaan spelen.

Leren samen spelen

Het leren samen spelen is dus zeker een ontwikkelingsproces. Een kind van twee kan nog zo goed begeleid worden door de ouders, maar is er wat ontwikkeling betreft gewoon nog niet aan toe om al echt met andere kinderen samen te spelen. Maar betekent dit dus dat samen leren spelen iets is dat vanzelf gaat, een vermogen dat een kid vanzelf ontwikkelt bij het ouder worden ?
Nee, dat is ook zeker niet het geval. Kinderen moeten wel degelijk begeleid worden bij het leren samen spelen. Kinderen moeten leren rekening met elkaar te houden, te delen en verschillende sociale regels in acht te nemen. Om samen te kunnen spelen moet een kind zich in het andere kind kunnen verplaatsen en de reactie en het gedrag van het andere kind kunnen interpreteren en begrijpen.

Begin vroeg

Al vanaf jonge leeftijd is het goed om kinderen te leren delen. Al op heel jonge leeftijd kan hier mee begonnen worden met het spelletje 'geven en nemen'. Een baby ervaart hierdoor dat hij/ zij iets weg kan geven en dat het dat dan ook weer terug krijgt. Bij het ouder worden kan het kind steeds meer geleerd worden samen te spelen met de ouder. Bij een baby of jonge dreumes volg je het kind nog erg in het spel. Maar tegen de tijd dat het kind de peuterleeftijd gaat bereiken is het goed als ouder ook wat eigen inbreng te gaan tonen. Beter is het dan om het kind niet meer in alles te volgen, maar ook zelf met spel te komen en het kind te leren dat er soms in het spel ook gedaan wordt wat de ouder wil. Zo leert het kind dat het niet steeds alles kan bepalen in het spel, maar dat het ook degene met wie het kind speelt soms kan of moet volgen. Zo worden de eerste stappen naar het samen spelen gezet in een hele veilige situatie. Want een ouder loopt niet boos weg wanneer het samen spelen toch even niet zo goed lukt, een andere peuter wel. Ook kunnen er boekjes gelezen worden over samen spelen en kunnen poppen of beren in het spel van het kind samen met elkaar spelen.

Samen spelen, samen delen ?

Het goed om het kind te leren delen, maar het is beter om een kind niet te dwingen om spullen te delen. Dwang zorgt er voor dat het kind zich enkel meer gaat verzetten tegen het delen en nog meer de eigen spullen in de gaten gaat houden, omdat het kind het gevoel heeft dit misschien wel weer te moeten afstaan aan het andere kind. Daarbij wordt met dwingen om te delen ook de boodschap aan het kind gegeven dat de behoefte van het kind (het houden van het speelgoed) ondergeschikt is aan de behoefte van het andere kind (het hebben van het speelgoed).

Wel kan het kind gestimuleerd worden toch te delen wanneer het kind zich hier in eerste instantie tegen verzet. En het kind kan uitgelegd worden dat als er niet gedeeld wordt er ook niet samen gespeeld kan worden. Soms is het ook beter om als ouder een stapje terug te doen en de kinderen zelf het probleem te laten oplossen. Vaak zien we dan dat het kind toch besluit te delen of dat er een compromis gesloten wordt. Hier leren beide kinderen veel van. Stuur dus gerust wat bij, maar grijp niet te snel in. Wanneer het kind wel bereid is om te delen is het belangrijk om er op te letten dat het kind hetgeen het gedeeld heeft wel weer terug krijgt. Wanneer een meisje bereid is haar pop te delen met een vriendinnetje en daarna de rest van de speelmiddag haar pop kwijt is, zal dit het meisje niet stimuleren de volgende keer weer haar pop te delen. Juist door te ervaren dat je iets ook weer terug krijgt wanneer je het deelt, wordt een kind gestimuleerd vaker te delen.

Dat van jou, dat wil ik

Ook is het goed om een kind al op jonge leeftijd te leren dat sommige dingen van iemand anders zijn. En dat soms iemand anders iets heeft wat het kind graag zou willen hebben, maar dat het kind dit niet zomaar mag pakken. Wel kan het kind geleerd worden dat het kan vragen om iets dat het andere kind heeft. Het kind zal dan alleen wel ook moeten leren dat de andere soms 'nee' zegt en dat het kind dat dan wel moet accepteren.
Ook het op de beurt wachten is iets dat goed aangeleerd kan worden in deze fase. Het kind wordt dan uitgelegd dat het best met hetgeen mag spelen dat het andere kind in handen heeft, maar dat er dan wel even gewacht moet worden tot het kind klaar is met het speelgoed.

Het afpakken van speelgoed heeft op verschillende leeftijd vaak ook een andere bedoeling. Een peuter pakt speelgoed af om de simpele reden dat het het speelgoed wil hebben. Op de kleuterleeftijd zien we dit ook nog wel, maar we zien dan ook vaak dat iets afgepakt wordt om te zien hoe het andere kind hier op reageert. Het kind kijkt wat dit doet met de vriendschap of het contact met het andere kind en in hoeverre het kind hiermee weg komt. Het is dan een beetje aan het experimenteren met sociale relaties.

Zelfvertrouwen

Het helpen opbouwen van zelfvertrouwen kan ook invloed hebben op het samen kunnen delen en spelen. Een kind met zelfvertrouwen durft zaken wat meer los te laten, durft wat meer een ander kind te volgen in het spel. Een kind met weinig zelfvertrouwen wil vaak toch wat meer de controle houden over het spel zodat het kind niet geconfronteerd wordt met onverwachte spelelementen waar het kind het gevoel van heeft er niet zo goed mee om te kunnen gaan. Of we zien juist dat het kind helemaal geen eigen initiatief toont en enkel het speelkameraadje in alles volgt.

Ervaring opdoen

Maar het belangrijkste dat het kind natuurlijk nodig heeft om met andere kinderen te leren spelen, is de aanwezigheid van kinderen om mee te spelen. Het is dan ook goed om er als ouder zorg voor te dragen dat het kind regelmatig in contact komt met leeftijdgenootjes. Dit kan via de kinderopvang, de peuterspeelzaal, peuterclubjes, speelochtenden etcetera. Maar zorg er ook voor dat er soms op kleinschalig vlak ontmoetingen met leeftijdgenootjes zijn, zodat het kind ook leert omgaan met het één-op-één spelen. In het begin kunnen gestructureerde situaties zoals een bordspel of een knutselopdrachtje houvast voor de kinderen bieden bij het samenspelen. Het is voor beide kinderen dan duidelijk wat er gaat gebeuren en er zijn duidelijke regels die het spel sturen. Wanneer dit goed gaat kan er in wat meer vrije situaties gespeeld worden.

Wanneer het samen spelen meerdere malen niet zo goed gaat is het goed om hier eens met het kind over te praten en vooral het kind te helpen begrijpen waarom het samen spelen niet goed gaat. Jonge kinderen begrijpen niet altijd hoe hun eigen reactie of handelen er voor gezorgd heeft dat het samen spelen niet goed ging. Door hier samen met het kind over te praten kan het kind beter gaan begrijpen hoe het misgelopen is. Daarbij kan het kind ook geholpen worden beter in te voelen hoe dit voor het andere kind was: "Als Bas jou auto zou afpakken, hoe zou jij je dan voelen." Wordt liever niet boos over het gedrag van het kind, hoe egocentrisch het misschien ook was, maar praat met het kind en help het te leren van situaties die misgaan.

Samen spelen

Samen spelen lijkt iets heel vanzelfsprekends en gelukkig is het dat voor een groot deel ook. Maar helemaal vanzelf gaat het niet, er is een hoop dat kinderen moeten leren op dit vlak en de sturing door de ouders speelt hier een belangrijke rol bij.




Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis



cs-gy-3d-234x16



Samen spelen lijkt heel vanzelfsprekend, maar sturing door de ouders en opvoeders is belangrijk bij het leren omgaan met andere kinderen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden