Seperatieangst | Niet bij mama vandaan willen

Wat verdriet en angst is normaal bij jonge kinderen wanneer ze bij hun ouders vandaan zijn. Maar soms neemt de angst heftiger vormen aan en spreken we van een separatie-angststoornis.

Niet bij mama vandaan willen

drs. T. de Vos- van der Hoeven- november 2000

Bijna alle jonge kinderen maken wel een fase door in hun ontwikkeling dat ze niet graag bij hun ouders of andere mensen die zeer vertrouwd zijn vandaan willen. Ze zijn eenkennig en worden angstig wanneer de ouders weg gaan. Deze separatie-angst (verlatingsangst, scheidingsangst) is heel normaal bij jonge kinderen.

Maar soms zien we dat een kind zo angstig is dat er niet meer sprake is van gewone separatie-angst. Er zijn dan twee mogelijkheden. Of het kind heeft een separatie-angststoornis of er is sprake van een ontwijkingsstoornis. Bij beide stoornissen zien we dat het kind er heel veel moeite mee heeft bij de ouders of verzorgers vandaan te gaan, maar de oorzaak voor deze angst verschilt sterk per stoornis.

Separatie-angststoornis

Bij een separatie-angststoornis is sprake van ernstige angst wanneer het kind dreigt gescheiden te worden van de ouders of iemand anders waaraan het kind sterk gehecht is. Meestal zijn deze kinderen ook zeer veeleisend naar de ouders toe, hangen zowel figuurlijk als letterlijk aan de ouders en durven ook in bijzijn van de ouders niet naar andere mensen toe te stappen.

Ook zien we vaak bij deze kinderen dat ze problemen hebben met slapen. Ze hebben veel moeite met inslapen. Ze kunnen alleen in slaap komen wanneer een van de ouders bij hun bed zit en wanneer ze 's nacht wakker worden zullen ze onmiddellijk om hun ouders roepen. Vaak zien we ook dat deze kinderen uiteindelijk bij hun ouders in bed belanden omdat de enige manier is om enige nachtrust te verkrijgen voor het kind en de ouders. Een gedeelte van deze kinderen heeft ook vaak last van nachtmerries, wat het slapen nog moeilijker maakt.

Kinderen met een separatie-angststoornis hebben vaak ook angstige fantasieën over verlies van hun ouders. Ze kunnen bij een griepje bang zijn dat hun ouder ernstig ziek is, wanneer een ouder even wat later is slaat de paniek toe en ze kunnen ook zonder enige aanleiding bang zijn dat de ouder weg zal gaan en het kind alleen zal laten.

Door de angst voor afwezigheid van de ouders weigeren deze kinderen vaak om naar school te gaan. Het is bij schoolweigering dan ook heel belangrijk om na te gaan of dit voortkomt uit angst voor school (schoolfobie) of uit angst voor scheiding van de ouders.
De angst voor die scheiding leidt ook vaak tot enorme drift- en huilbuien wanneer dit dreigt. Het kind lijkt dan heel opstandig en vervelend te zijn terwijl het eigenlijk alleen uiting geeft aan een enorme angst.
Waar ook op gelet moet worden is of de angst specifiek de afwezigheid van de ouders of verzorgers betreft. Anders zou er sprake kunnen zijn van een overmatige angststoornis. Het kind is in dat geval in bijna alle situaties angstig, ook wanneer de ouders aanwezig zijn.
En als laatste moet er dus een onderscheid gemaakt worden tussen de separatie-angststoornis en de ontwijkingsstoornis. Hier zal zo uitgebreid op teruggekomen worden.

De separatie-angststoornis komt relatief vaak voor. De angststoornis doet zich even vaak bij jongens als bij meisjes voor en ontstaat vaak in de peutertijd, na een ingrijpende gebeurtenis. Dit kan een verlies zijn, bijvoorbeeld het overlijden van een familielid of een huisdier. Het kind wordt dan voor het eerst geconfronteerd met de dood en de onomkeerbaarheid daarvan. Maar de angststoornis kan ook ontstaan na een grote verandering in het leven van het kind, zoals een verhuizing of een verandering van school.

De behandeling van een separatie-angststoornis bestaat meestal uit het geleidelijk blootstellen van het kind aan de gevreesde situatie. Het kind gaat eerst steeds iets verder bij de ouder vandaan terwijl de ouder aanwezig blijft. Dan gaat de ouder voor steeds langere tijd weg. Ondertussen wordt er voor gezorgd dat de angst plaats maakt voor andere emoties door gezellig met het kind te spelen of het iets lekkers te eten te geven. De angst neemt zo geleidelijk af en maakt plaats voor meer positieve emoties.

Ontwijkingsstoornis

Maar soms ontstaat het niet bij de ouder of verzorger vandaan willen niet uit angst om gescheiden te worden van de ouder, maar uit angst voor vreemde. In dat geval is er sprake van een ontwijkingsstoornis.
Tot de leeftijd van ongeveer 2,5 jaar is angst voor vreemde een normaal verschijnsel. Maar bij kinderen met een ontwijkingsstoornis is de angst wel erg hevig en neemt hij niet af wanneer het kind ouder wordt.

Het kind is slecht in staat tot het leggen van sociaal contact met vreemde, terwijl dit met bekende geen enkel probleem is. Er is dus geen sprake van onvermogen om sociaal contact te leggen.
Deze kinderen zij extreem verlegen, zijn zeer onzeker, hebben weinig zelfvertrouwen en voelen zich vaak erg geïsoleerd. Anders dan bij verlegen kinderen zien we dat kinderen met een ontwijkingsstoornis ook moeite hebben met het contact met onbekende leeftijdgenoten. Verlegen kinderen hebben vaak vooral moeite met het contact met oudere kinderen en volwassenen. En bij verlegen kinderen zien we ook vaak dat de verlegenheid afneemt, naarmate het kind ouder wordt. Bij de ontwijkingsstoornis zien we dit niet.

De ontwijkingsstoornis komt niet zo vaak voor. En wanneer die voorkomt zien we de stoornis veel vaker bij meisjes dan bij jongens. Doordat de stoornis niet zo vaak voorkomt is er eigenlijk ook niet veel bekend over de wijze van behandelen. De stoornis wordt dan ook nog bij volwassenen waargenomen, die hun leven hebben ingericht op zo'n manier dat ze zo min mogelijk geconfrontereert worden met hun angst. Contact met vreemden wordt nog steeds zoveel mogelijk vermeden.

Separatie-angst is normaal, maar blijf alert

Angst om bij de ouders vandaan te gaan is heel normaal bij jonge kinderen. Toch kan het goed zijn om als ouder alert te zijn wanneer het kind wel erg angstig lijkt te zijn. Er hoeft niets aan de hand te zijn, het kind kan gewoon wat verlegen van aard zijn, maar er kan ook sprake zijn van een angststoornis. En in dat geval is het altijd goed het kind te helpen van deze angst af te komen. Dat is prettig voor het kind, maar ook voor de ouders. Want het is heel moeilijk om ieder keer weer afscheid te moeten nemen van een kind wat overstuur is.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis



cs-gy-3d-234x16


Vandereycken, W., Hoogduin, C.A.L.& Emmelkamp, P.M.G. (1990) Handboek Psychopathologie deel1, Bohn Stafleu Van Loghum, hoofdstuk 17 blz. 422 - 428.

Wat verdriet en angst is normaal bij jonge kinderen wanneer ze bij hun ouders vandaan zijn. Maar soms neemt de angst heftiger vormen aan en spreken we van een separatie-angststoornis.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden