Smaakontwikkeling bij zeer jonge kinderen

De smaakontwikkeling van kinderen start al in de baarmoeder. Door een baby te laten wennen aan verschillende smaken kan het kind een brede smaak ontwikkelen.

Smaakontwikkeling bij zeer jonge kinderen

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - december 2010

Bijna iedere ouder krijgt het vroeger of later te horen: 'Ik lust dat niet'. Alleen hoort de ene ouder het maar zo af en toe en de andere ouder iedere dag weer. Hoe komt dat toch dat het ene kind zoveel meer lust dan het andere kind ? Vele factoren kunnen daarbij een rol spelen zoals welk voorbeeld geven de ouders, hoe is de sfeer aan tafel, zoekt het kind de strijd op rond het eten, hoe wordt er gereageerd op het weigeren van eten en wat voor eten krijgt het kind aangeboden.

Een belangrijke factor is ook hoe de smaakontwikkeling van het kind in het eerste jaar is verlopen. Onze smaak nemen we waar via de smaakpapillen in onze mond. Smaakpapillen zijn zenuwuiteinden op onze tong. Deze zenuwuiteinde worden geprikkeld door smaken en sturen hierover informatie naar de hersenen. De hersenen zetten deze signalen om in een smaakwaarneming, of te wel de hersenen vertellen ons wat we proeven. Een mens kan vier verschillende smaken onderscheiden: zoet, zout, bitter en zuur.

Ontwikkeling van smaak

De smaakontwikkeling start al in de baarmoeder. Rond de twaalfde week van de zwangerschap zijn er al de smaakpapillen aanwezig in het mondje van de foetus. De foetus neemt vruchtwater in het mondje, laat dit langs de tong lopen en dan door de neus weer naar buiten stromen. Zo vroeg in de zwangerschap neemt de foetus dus al smaken waar. De smaak van het vruchtwater wordt bepaalt door wat de moeder eet. Wanneer de moeder gevarieerd eet went het kindje in haar buik de hele zwangerschap lang dus al aan verschillende smaken en kan het kindje al een voorkeur voor bepaalde smaken ontwikkelen. Een baby kent voor de geboorte al het verschil tussen bitter, zoet en zuur.

Bij de geboorte heeft een baby duizenden smaakpapillen. Hierdoor is het kindje heel gevoelig voor smaken en heeft een voorkeur voor milde smaken. Snel neemt het aantal smaakpapillen in de mond af. Met tien jaar is er nog maar de helft over en op de leeftijd van dertig jaar heeft een mens nog maar tweehonderdvijftig smaakpapillen over. Hierdoor kunnen volwassenen veel meer verschillende snaken waarderen en ook veel meer sterkere smaken aan. Als volwassenen proeven we dus eigenlijk gewoon minder. Voor jonge kinderen zijn sommige smaken door de vele smaakpapillen die ze nog hebben gewoon nog iets te uitgesproken, zij proeven er ’te veel’ van. Door het afnemen van de smaakpapillen kan het kind steeds meer smaken aan.

De aangeboren voorkeur van baby’s gaat uit naar zoet. Dit heeft twee redenen. Allereerst staan in de natuur de smaken bitter en zuur vaak voor dingen die niet goed zijn. Bitter en zuur waarschuwen in de natuur vaak voor giftige stoffen. De voorkeur voor zoet is hierdoor een soort aangeboren overlevingsmechanisme: ’ Je kunt maar beter uit de buurt blijven van bittere en zure dingen want die zijn giftig.’
Maar de voorkeur voor zoet komt ook voort uit een sterke behoefte aan koolhydraten (zetmeel en suikers) voor de enorme groei die kinderen hun eerste jaar doormaken.

Na de geboorte zal het kindje borstvoeding of flesvoeding gaan krijgen. Kunstvoeding smaakt altijd hetzelfde, terwijl moedermelk steeds weer anders smaakt. De voeding van de moeder is van invloed op de smaak van de melk. Hierdoor wordt een kindje dat borstvoeding krijgt al aan veel meer verschillende smaken blootgesteld dan een kindje dat flesvoeding krijgt. Een kindje dat enkel flesvoeding krijgt went veel minder aan smaakvariaties.

Tussen de vier en zes maanden starten de meeste kinderen met de eerste vaste voeding. Dit is een hele overgang. Het kind moet niet alleen wennen aan nieuwe smaken, maar ook aan een andere structuur en een andere manier van eten.
Jonge baby’s willen graag eten dat glad en zacht aanvoelt in de mond. Ook wat temperatuur van het eten betreft hebben ze vaak een voorkeur. De meeste baby’s willen hun eten het liefste lauw (wat hun melk ook is), al zijn er ook kinderen die het liever koud eten.

Baby’s moeten naast deze nieuwe smaak en structuur ook leren eten van een lepeltje en dat is in het begin bijzonder lastig voor ze. Eten van een lepel vraagt om een totaal andere beweging van de mond (mondmotoriek) dan drinken uit de borst of fles. Het kan dan ook even duren voordat het kindje dit onder de knie heeft. Eten uitspugen hoeft dan ook niet altijd te betekenen dat het kindje de smaak niet waardeert, het kan ook dat het kindje moeite heeft met het voedsel naar achterin de mond te bewegen of dat het kind moet wennen aan de substantie van het eten.
Maar ook wanneer het kindje toch wel moeite heeft met de smaak is het aan te raden hetzelfde hapje toch nog meerdere malen aan te bieden. Om goed te wennen aan een nieuwe smaak moet een kindje het tien tot vijftien keer proeven.

Voor de smaakontwikkeling van een baby is het beter te kiezen voor zelf gemaakte hapjes dan voor een hapje uit een potje. Bij kant en klare hapjes zijn alle smaken vermengd waardoor het kind minder verschillende smaken leert herkennen. Daarbij zijn de smaken van kant en klare hapjes ook wat meer afgevlakt. Hierdoor wordt het kindje minder blootgesteld aan wat meer uitgesproken smaken en went hier dus minder aan. Daarbij is de structuur van eten uit vooral de potjes voor de eerste maanden gladder dan menig ouder thuis zal lukken met de stafmixer of iets dergelijks. Het kindje raakt dus ook minder gewend aan wat meer structuur in de voeding. En dat gevoel in de mond door het eten is ook van belang bij de smaakontwikkeling. Voor de smaakontwikkeling van het kind is het dus beter om te kiezen voor een zelfgemaakt hapje.

Eveneens van belang voor de smaakontwikkeling is de manier waarop het kindje zijn of haar eerste hapjes aangeboden krijgt. Wanneer dit gebeurt in een gezellige sfeer met een ouder die ontspannen is, zal het kind meer open staan voor de ervaring van deze nieuwe smaak, dan wanneer de ouder of de sfeer gespannen is. Het kan ook een positief effect hebben wanneer het kindje eet terwijl de ouders eten. Zien eten doet eten gaat hier zeker op. Jonge kinderen zijn zeer geïnteresseerd in wat hun ouders doen en proberen ze steeds na te doen.
Wat we ook niet moeten vergeten is dat voor smaak geur ook heel belangrijk is. Vijfenzeventig procent van wat wij proeven wordt bepaald door wat we ruiken.

Een afkeer van een bepaalde smaak

Jonge kinderen hebben dus een aangeboren voorkeur voor zoet en afkeer van bitter en zuur. Toch kunnen kinderen wel leren wennen aan deze smaken en ze leren waarderen. Hiervoor moeten ze regelmatig opnieuw blootgesteld worden aan de smaak die ze in eerste instantie niet erg kunnen waarderen. Het is dan ook goed kinderen regelmatig opnieuw iets te laten proeven ook wanneer het kind al meerdere keren heeft aangegeven het niet te lusten. Goed is het om hierbij aan te houden, dat het kind dingen ’niet lekker’ mag vinden, maar dat er in ieder geval wel geproefd wordt. Sommige smaken zijn nu eenmaal even wennen.

Wat kinderen ook kan helpen bij het wennen aan een nieuwe smaak, is het vermengen van iets dat zij wel lekker vinden met iets dat ze nog niet lusten. Start dan met flink wat van hetgeen het kind wel lust en doe hier een beetje van het product door dat het kind niet lekker vindt doorheen. Langzaam aan verschuif je de verhoudingen steeds een beetje zodat er steeds minder van het lekkere product is en steeds meer van het eten dat het kind niet lekker vond. Op deze manier went het kind langzaam aan deze smaak. En doordat hetgeen het kind niet zo graag lust gecombineerd wordt met iets dat het kind wel graag lust ontstaat er ook een meer positieve associatie met het eten dat in eerste instantie afgewezen werd.
Overigens moet er niet een situatie ontstaan waarbij het kind altijd appelmoes of ketchup door het eten wil hebben. Het mengen met iets dat het kind lekker vindt is een tijdelijke tussenstap die ook weer afgebouwd wordt en die als einddoel heeft het kind dat te leren eten wat het in eerste instantie niet lust

Een andere bereidingswijze kan soms ook uitkomst brengen. Het feit dat een kind een groente gekookt niet lekker vindt, hoeft niet te betekenen dat het kind dezelfde groente, rauw, geblancheerd, in een roerbak, geroosterd of met een sausje ook niet lust. Variatie in bereidingswijze kan vaak er voor zorgen dat een kind iets wat het in eerste instantie niet lustte, toch leert waarderen. Vaak lust het kind daarna dan toch ook het eten klaargemaakt met de bereidingswijze die het kind eerst afwees. Het kind is gewend geraakt aan de smaak.

Bij het ouder worden verandert de voorkeur van kinderen ook. Baby’s eten graag gestampt/gepureerd eten. Oudere kinderen geven vaak de voorkeur aan juist eten met een ’bite’. Ze willen graag knapperige groenten die er fris uitzien. Kleur is hierbij belangrijk. Bruine vlekjes op de boontjes of eten wat erg zacht gekookt is en er hierdoor wat papperig uitziet wordt over het algemeen niet gewaardeerd.

Vroeg geleerd...

Het is goed al op jonge leeftijd kinderen te laten wennen aan verschillende smaken. Kinderen die al op jonge leeftijd gewend zijn geraakt aan verschillende smaken, lusten over het algemeen meer bij het ouder worden. Op wat oudere leeftijd geldt vaak ’onbekend maakt onbemind’ en kinderen staan dan minder open voor het proeven van nieuwe dingen. Met name in de peuterfase staan kinderen weinig open voor nieuw smaken. Veel peuters hebben moeite met dingen die onbekend zijn. We zien dan vaak een angst voor onbekende dingen (neofobie) en bij het eten zien we dit ook zeker terug (voedselneofobie). Wanneer een kind voor de peuterfase al bekend is met veel voedingsmiddelen, zal het in de peuterfase beter eten.
Al verschillende kinderen wat dit betreft natuurlijk ook gewoon sterk. Het ene kind is nu eenmaal een makkelijkere eter dan het andere kind. Hoe zeer je als ouder ook je best doet en hoe alert je er ook op bent dat je kind verschillende smaken leert kennen, sommige kinderen lusten nu eenmaal maar weinig.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16


Literatuur:
www.borstvoeding.com/nieuwsberichten/smaakontwikkeling-buik.html
www.jmouders.nl/ nieuwsartikelenpagina/van-getver-naar-lekker.htm
Ernsperger, L.& Stegen- Hanson T.(2004), Moeilijke eters, Effectieve oplossingen voor eetproblemen bij kinderen, Uitgeverij Pica, Huixen.

De smaakontwikkeling van kinderen start al in de baarmoeder. Door een baby te laten wennen aan verschillende smaken kan het kind een brede smaak ontwikkelen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden