Het belang van spelen | Ik ben een prinses

Spelen is ontzettend belangrijk voor de persoonlijkheids-ontwikkeling van kinderen. Daarom moeten kinderen alle ruimte krijgen om vrij te spelen.

Ik ben een prinses

Het belang van spelen voor kinderen

Drs. T. de Vos van der Hoeven, juli 2002

Gewoon ontspannen plezier hebben. Je voordoen als een ander, torens bouwen, met auto's rond racen of je pop verzorgen. Het kind en vaak ook de ouders staan er (gelukkig) niet bij stil hoe belangrijk dit spel is voor het kind

Het belang van spel

Spelen neemt een belangrijke rol in, in de persoonlijkheidsontwikkeling van een kind. Het heeft invloed op de ontwikkeling op het intellectuele vlak, het sociale vlak, het motorische vlak en ook het emotionele vlak. Het kind leert er door nadenken over dingen, leert vooruitdenken en plannen. Het leert onder andere zijn/ haar omgeving kennen, problemen op te lossen en hoe van alles werkt. Door klimmen, klauteren, rondrennen et cetera wordt de grove motoriek ontwikkeld en door knutselen, bouwen met constructiemateriaal et cetera wordt de ontwikkeling van de fijne motoriek gestimuleerd. Ook krijgt het kind door spel inzicht in zijn eigen emoties maar ook in die van anderen. Door je voor te doen als iemand anders kan je ervaren hoe die ander zich zal voelen in een bepaalde situatie. Het kind leert omgaan met emoties en leert hierdoor ook controle te krijgen over emoties.

En door spelen met andere kinderen leert het kind natuurlijk veel sociale vaardigheden. Met name door rollenspel leren kinderen veel op het sociale vlak. Kinderen kunnen experimenteren met gedrag dat ze normaal niet zouden durven (want het is maar spel). Ook worden rollen van elkaar overgenomen waardoor ze leren zich in een ander te verplaatsen, wat bijdraagt aan begrip voor elkaar. En de kinderen leren ook rekening met elkaar te houden, want als ze allemaal doen wat ze zelf willen komen ze niet tot gezamenlijk spel.

Spel kan kinderen ook helpen om te gaan met angsten. Op een veilige manier kan geëxperimenteerd worden met angsten, omdat het toch niet echt is. Een meisje van vijf was na een ontmoeting met een hard blaffende hond die tegen een hek opsprong erg bang geworden voor honden. In haar spel was haar pop bang voor honden. Het meisje speelde de moederfiguur voor de pop en stelde de pop gerust. Als moeder van de pop verzon ze redenen waarom de pop niet bang hoefde te zijn (er zat een hek voor, mama was toch bij haar, de hond van de buren was toch niet eng et cetera). In het dagelijks leven had dit ook effect en langzaam nam de angst voor honden bij het meisje weer af.

Wat af te leiden valt uit spel

Als ouder, maar ook als hulpverlener is er ook veel op te maken uit het spel van het kind. Vaak wordt er dan ook gebruik gemaakt van spelobservatie wanneer een kind binnen de hulpverlening terecht komt. Zo wordt er onder andere gekeken naar hoe het samenspelen gaat, of het kind om kan gaan met verlies, of het kind zich aan de regels houdt, of het kind met slimme oplossingen komt en of het fantasie heeft. Al deze zaken zeggen iets over het kind. Het observeren van het spel geeft belangrijke informatie over wat het kind op dat moment bezighoudt, hoe het zichzelf ziet en hoe het de belangrijke mensen om zich heen ziet. Zo zien we vaak bij kinderen die een nare ervaring hebben gehad, dat de ervaring terugkeert in het spel. Een meisje van vier dat haar been brak, speelde de dagen nadat zij uit het ziekenhuis kwam veel met haar beer. De beer werd verzorgd, kreeg een verband om zijn poot en werd veel gerustgesteld. Het meisje liet haar beer ook bang zijn en troostte hem daarna. Na enkele dagen verdween dit spel geleidelijk naar de achtergrond en begon de beer weer andere dingen mee te maken. Het meisje maakte van af dat moment ook weer een vrolijkere indruk en kon beter over de gebeurtenis praten.

Bij een observatie binnen een hulpverleningsinstantie wordt gekeken naar de volgende punten.
* Allereerst hoe het kind met het speelgoed speelt. Wat doet het kind met het speelgoed?
* Ook wordt er gekeken hoe het kind het speelgoed bekijkt. Bij peuters/ kleuters zien we vaak nog de belangstelling voor het sensorisch, hoe voelt het, hoe ruikt het et cetera (kliederen met modder of vingerverf). Of het kind benadert het speelgoed vanuit zijn functie: 'wat kan ik met dit speelgoed', 'waar dient het voor'. Op wat oudere leeftijd gaat soms ook het esthetische een rol spelen. Het kind wil iets moois creëren met zijn/ haar spel. Bij deze oudere kinderen zien we ook verbeelding een steeds grotere rol gaan spelen bij de benadering van het speelgoed.
* Ten derde wordt er natuurlijk gekeken naar wat het kind speelt. Wat is de inhoudt van het spel, waar gaat het over. Veel dingen uit het dagelijks leven van het kind komen dan naar voren.
Soms komt een kind helemaal niet tot spel tijdens een spelobservatie. Er is dan bijna altijd sprake van afweer en dit is een signaal dat er meer aan de hand kan zijn. Ook het volledig ontbreken van fantasie in het spel kan duiden op achterliggende problematiek. Een kind met problemen laat minder makkelijk de werkelijkheid los in het spel en vertoont vaak meer agressie in het spel dan andere kinderen.

Factoren die het spel van een kind beïnvloeden

Vanuit de basis is het spel van kinderen erg gelijk. Maar verschillende factoren bepalen hoe het spel uitgewerkt wordt, waardoor spel toch zeer divers is.

Het temperament van het kind is een belangrijke factor bij de bepaling van het spel. Het bepaalt of het spel rustig is, zoals het spelen met een pop of druk, met veel ge-ren en geschreeuw. En of het spel gestructureerd is of juist niet.

Natuurlijk spelen ook leeftijd en ontwikkelingsniveau een belangrijke rol bij de bepaling van het spel. Onder de twee jaar is spel eigenlijk nog niet echt een goede manier om het kind te observeren. En boven de tien jaar vinden kinderen het over het algemeen kinderachtig wanneer er naar hun spel gekeken wordt.
Bij de jonge kinderen zien we dat het spelmoment vaak maar kort is en het kind steeds weer iets nieuws pakt of verzint. Het spel bestaat uit korte stukjes achter elkaar. Naarmate het kind ouder wordt gaat het spel langer duren, verzint het kind steeds meer om het spel heen en wordt er in plaats van met iets anders te gaan spelen, nieuw speelgoed in het al begonnen spel betrokken.
Een voorbeeld: Een jongen van vijf speelde eerst even met de blokken, toen de toren af was wilde hij even met de auto's rond rijden, tot hij een doos met dieren zag. Daar speelde hij ook een paar minuten mee. En daarna wilde hij ook nog even met de zandbak spelen.
Een dag later speelde in dezelfde kamer een jongen van acht met hetzelfde speelgoed. Hij keek eerst eens rustig rond. Toen begon hij in de zandbak wegen te maken. Met blokken bouwde hij huisjes en daarna mochten de auto's over het gebouwde circuit rijden. Toen hij de doos met dieren zag besloot hij dat de dieren uit een nabij gelegen dierentuin ontsnapt waren en hij plaatste de dieren tussen de huisjes en auto's in de zandbak. Hetzelfde materiaal met twee totaal verschillende spel-uitkomsten.

Rond de leeftijd van anderhalf beginnen kinderen met 'Doen-alsof' spel. In het begin is bij dit spel nog niemand anders betrokken. Het kind voert een pop of beer of drinkt een kopje thee uit het poppenservies. Rond de drie jaar beginnen kinderen ook anderen te betrekken bij het 'doen- alsof' spel. Mama mag ook een kopje thee, een vriendje helpt koekjes bakken in de oven van het poppenhuis et cetera. Het spel wordt op deze leeftijd vaak nog wat overdreven.
Rond de zes jaar zien we het meeste 'doen-alsof' spel, dan meestal samen met anderen. Naarmate het kind ouder wordt neemt het 'doen-alsof' spel langzaam weer af.

Ook sexe is bepalend voor de manier waarop er gespeeld wordt. We zien dit niet alleen in de keuze van het speelmateriaal, maar ook in de manier waarop er gespeeld wordt. Bij jongens zien we meer activiteit in het spel terwijl we bij meisjes meer zorgvuldig inrichten en zorgen zien. Ook wanneer een meisje met auto's speelt zien we vaak meer ordening van de auto's in een garage of op een weg, dan rondrijden met de auto's en bij een jongen met een pop zien we meer rond lopen met de pop in de wagen dan verzorging van de pop.

Maar naast de boven besproken factoren spelen nog veel andere zaken een rol in de bepaling van het spel. U kunt dan denken aan zaken als: woonomgeving (wel of niet buiten kunnen spelen...), plaats in de kinderrij (broers en zussen om van te leren, maar ook mee te delen) kinderen in de buurt (veel of weinig kinderen in de buurt), bezoek crèche/ peuterspeelzaal, maar ook de houding van de ouders ten opzichte van spel.

Spel, een noodzaak?

Spel is leuk, maar ook heel erg belangrijk voor kinderen. Het is belangrijk voor de ontwikkeling op bijna alle vlakken. Maar spel is ook belangrijk juist omdat het ook ontspanning is. Het moet dan ook zeker niet gestuurd gaan worden om de ontwikkeling te stimuleren. De vrijheid in het spel is nou net zo belangrijk.



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuur
Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 6, blz 223 - 227, McGraw Hill International Editions.
Hellendoorn, J. & Mostert, P. (1983) Spel en diagnostiek. Spel en Speelgoed, 4050 blz. 1 t/m 16.


Spelen is ontzettend belangrijk voor de persoonlijkheids-ontwikkeling van kinderen. Daarom moeten kinderen alle ruimte krijgen om vrij te spelen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden