Bang voor de tandarts

Een bezoek aan de tandarts, niemand kijkt er naar uit. Zo'n vijftien procent van alle kinderen zit met angst in die tandartsstoel. Door een kind al jong mee te nemen naar de tandarts kan het ontstaan van deze angst voorkomen worden.

Bang voor de tandarts

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - februari 2009

Het is iets waar ook menig volwassene niet echt naar uit kijkt, een bezoek aan de tandarts. Maar liefst 40 % van de volwassenen in Nederland zegt bang te zijn voor de tandarts, waarbij voor 12 % de angst echt extreem is en de behandeling in de weg staat.
Bij kinderen liggen de aantallen wat lager, maar toch nog is 15 % van alle Nederlandse kinderen bang om naar de tandarts te gaan, waarvan 6 % echt extreem angstig is. Dit betekent dat in Nederland zo'n 200.000 kinderen echt bang zijn bij een bezoek aan de tandarts.
Dat deze aantallen bij kinderen een stuk lager liggen dan bij volwassenen is waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat kinderen over het algemeen nog maar weinig nare ervaringen hebben opgedaan bij de tandarts.

Angst voor de tandarts kan op verschillende manier ontstaan. Soms ontstaat de angst na een nare ervaring. Dit kan een vervelende tandheelkundige ingreep zijn, bijvoorbeeld het vullen of trekken van een kies. Maar het kan ook een vervelende ervaring zijn bij de tandarts, die losstaat van de eigenlijke ingreep, zoals een ander horen gillen of een tandarts die weinig begripvol omgaat met een kind dat opziet tegen het bezoek aan de tandarts.
Angst kan ook overgenomen worden van de ouders. Wanneer de ouder opziet tegen een ingreep bij de tandarts, is het begrijpelijk dat dit het kind ook angstig maakt. Nare verhalen over de tandarts die een kind te horen krijgt, bijvoorbeeld een oom die op een feestje vertelt over die rotte kies die getrokken is, kunnen hem/haar ook goed bang maken.
Kinderen kunnen ook bang worden voor de tandarts door angst voor het onbekende. Wanneer hij/zij niet weet wat er gaat gebeuren bij de tandarts, kan een tandarts-stoel en alle apparatuur er omheen heel beangstigend zijn.
Daarbij hebben kinderen nog veel minder grip op hun angst, ze worden er door overspoelt en zijn nog veel minder in staat hun eigen angst onder controle te houden met redenatie en geruststelling van zichzelf.

Angst voor de tandarts kan zichzelf op een heel vervelende manier in stand houden. Wanneer iemand bang is, zal hij/zij de behandeling proberen uit te stellen. Door de uitgestelde behandeling gaan de tanden achteruit, waardoor de behandeling ingrijpender en mogelijk ook pijnlijker wordt wanneer er uiteindelijk wel behandeling gezocht wordt. De angst neemt hierdoor toe en het tandartsbezoek gaat weer vermeden worden.
Nu krijgen kinderen natuurlijk minder de kans om een tandartsbezoek te vermijden. De meeste ouders zullen aangeven dat het kind toch naar de tandarts moet. Maar ook dan kan een vicieuze cirkel ontstaan. Het kind zal opzien tegen de behandeling en de behandeling daardoor als extra vervelend ervaren, hetgeen de angst weer doet toenemen. Het is dan ook heel belangrijk dat kinderen die bang zijn voor de tandarts serieus genomen worden in hun angst en begeleid worden bij het tandartsbezoek. Door te ervaren dat het tandartsbezoek meevalt kan de vicieuze cirkel doorbroken worden en kan de angst gaan afnemen.

Tandheelkundige problemen bij kinderen.

Gelukkig geldt voor veel kinderen dat de eerste ervaringen bij de tandarts enkel bestaan uit de halfjaarlijkse controle en het incidenteel vullen van een gaatje. Maar er is helaas ook een groep kinderen die wel al op jonge leeftijd voor grotere behandelingen naar de tandarts moeten.
Bij kinderen onder de vier jaar zorgen vooral ontwikkelingsproblemen bij de kiezen van het melkgebit voor grotere ingrepen bij de tandarts. Ook wordt in deze groep regelmatig zuigflescariës waargenomen. Het kindje loopt/ slaapt dan te veel met een zuigfles met (over het algemeen zoet) drinken in de mond, waardoor er steeds drinken in mond van het kind is en de tanden aangetast kunnen worden. Zuigflescariës begint over het algemeen bij de voortanden aan de bovenkant en breid zich langzaam uit naar de kiezen.
Bij de groep kinderen tussen de vier en zeven kunnen ook ontwikkelingsproblemen ontstaan, maar dan bij het blijvende gebit. Daarnaast kan tandbederf zorgen dat kinderen vervelende behandelingen moeten ondergaan. Bij de groep kinderen boven de zeven zorgt vooral tandbederf voor nare ervaringen bij de tandarts. Vooral de sportdrankjes die populair zijn bij deze groep kinderen kunnen zeer slecht zijn voor het gebit omdat deze zowel zuur als zoet zijn.

Door een goede mondhygiëne kunnen veel problemen voorkomen worden. Het is verstandig wanneer de eetmomenten van een kind beperkt worden tot maximaal zeven. Zo krijgt de balans in de mond de tijd zich tussen de verschillende eetmomenten te herstellen en zuuraanvallen op de tanden tegen te gaan. De combinatie van zuur en zoet is zeer slecht voor het gebit en deze combinatie moet dan ook zoveel mogelijk voorkomen worden. Twee keer per dag poetsen met een fluorhoudende tandpasta helpt het gebit te beschermen. En door ieder half jaar de tandarts te bezoeken voor een controle kunnen beginnende problemen met de tanden in de kiem gesmoord worden.

Voorkomen is beter dan genezen.

Angst voor de tandarts kan met de juiste begeleiding dus weer afnemen. Maar beter is het natuurlijk om te voorkomen dat de angst ontstaat. Nu is dit niet altijd mogelijk. Sommige kinderen moeten nu eenmaal nare behandelingen ondergaan en het is begrijpelijk dat er dan angst kan ontstaan. Maar de angst voor de tandarts die niet ontstaan is door een nare ervaring is goed te voorkomen.

Zo is het heel verstandig om het kind al op jonge leeftijd mee te nemen naar de tandarts. Niet om zelf al voor controle te gaan, maar om eerst eens te zien wat er gebeurt, de tandarts al eens te ontmoeten en de tandartspraktijk een beetje te leren kennen. Wel is dan belangrijk dat de ouder met wie het kind meegaat niet bang is, het meegaan met de ouder heeft anders enkel een averechts effect. En het is dus ook belangrijk dat je als ouder vertrouwen hebt in je tandarts en het gevoel hebt dat de tandarts het kind op een goede manier zal benaderen en begeleiden.

Het kind kan bij dit eerste bezoek eens kijken wat er gebeurt en de tandarts kan hem/haar vragen de tandjes eens te laten zien. De meeste peuters willen dan best hun tandjes laten zien. En wanneer hij/zij dit niet aandurft kan de tandarts rustig het volgende controle-bezoek even afwachten. Zo kan het kind door een paar keer met de ouders of een oudere broer of zus mee te gaan, zien wat er gebeurt bij de tandarts, voordat het zelf in de stoel plaats moet nemen.

Het is belangrijk om je kind te vertellen wat er gaat gebeuren, ook tijdens de controle of ingreep. Een goede tandarts zal het kind de instrumenten tonen voordat hij/ zij ze gebruikt en uitleggen waar ze voor zijn. Zo wordt voorkomen dat het kind schrikt omdat het plotseling een haakje in zijn mond heeft of schrikt van een plotselinge waterstraal in de mond. Wanneer de tandarts weinig uitleg geeft, kan het goed zijn om als ouder nog even expliciet te vragen of de tandarts wat meer uitleg wil geven. Uiteindelijk is het ook in het voordeel van de tandarts wanneer het kind niet bang is en goed meewerkt aan de controle of ingreep.

Belangrijk bij deze voorlichting is dat er wel eerlijk vertelt wordt wat het kind kan ervaren. Vertellen dat het geen pijn gaat doen, terwijl er geboord of getrokken gaat worden, schendt enkel het vertrouwen van het kind en vergroot de angst. Beter is het dan te vertellen dat het wel even pijn zal doen, bijvoorbeeld bij het toedienen van een verdoving, maar dat het door de verdoving daarna geen pijn meer zal doen. Wel moet dan uitgelegd worden dat de mond door de verdoving daarna enige tijd nog raar kan voelen en dat het later nog wel een beetje pijn kan doen omdat de verdoving weer uitgewerkt raakt en 'een wondje in je mond een beetje zeer doet, net als een wondje op je knie'. Door dit duidelijk uit te leggen weet het kind wat het kan verwachten en is het voorbereid op wat er komen gaat. Het vooruitzicht van pijn kan het kind enerzijds wat angstig maken, maar geeft het kind anderzijds ook een gevoel van controle. Het kind weet "nu doet het even pijn, maar straks stopt dat"
Soms gaan ouders ook heel goed bedoelt vertellen wat er allemaal niet gaat gebeuren: "We gaan alleen voor controle, de tandarts gaat niet boren en geen tanden trekken". Hiermee maakt de ouder het kind ongewild enkel maar bang omdat hij/zij allerlei dingen vertelt waar het kind tegen op kan zien, ook al gebeuren ze misschien niet op dat moment.

Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen na een nare ingreep minder angstig zijn wanneer ze voor de ingreep al meerdere positieve of in ieder geval neutrale ervaringen hebben gehad bij de tandarts. Bij het ontstaan van angst is vooral belangrijk hoe de behandeling verloopt. Een aardige begripvolle tandarts en steunende ouders kunnen een hoop doen bij het voorkomen van angst, ook wanneer er een vervelende ingreep moet plaatsvinden.

Als de angst er is

Wanneer een kind eenmaal angstig is voor de tandarts, omdat het kind toch een vervelende behandeling heeft moeten ondergaan of omdat de voorbereiding van het kind op de tandarts-bezoeken niet het gewenste effect heeft gehad, is het belangrijk de tandarts hier van op de hoogte te stellen en te vragen hier rekening mee te houden. Dit houdt in dat de tandarts de angst van het kind serieus zal moeten nemen, het kind zal moeten begeleiden en in de gaten zal moeten houden hoe het kind zich voelt onder de behandeling.

Bij de meeste angstig kinderen is het extra belangrijk dat de tandarts vertelt wat hij/ zij gaat doen omdat dit het kind een gevoel van controle geeft, het geeft hem/haar het gevoel grip te kunnen houden op wat er gaat gebeuren. Dit gevoel van controle kan nog versterkt worden door de afspraak met het kind te maken dat hij/zij met een bepaald seintje kan aangeven dat het niet goed gaat, bijvoorbeeld door even de hand op te steken of zo en de afspraak dat de tandarts dan even stopt wanneer de behandeling dat toe laat op dat moment. Hiermee kan het kind de behandeling niet stop zetten, maar wel het tempo bepalen. Veel angstige kinderen hebben daar baat bij.

Al is er ook een groep angstige kinderen die zich het liefst zo min mogelijk bezig houdt met wat er gaat gebeuren. Zij worden het liefst zo min mogelijk voorgelicht over wat er gaat gebeuren en zoveel mogelijk afgeleid. Dit kan doormiddel van een koptelefoon met muziek of een luisterboek of een ouder die wat kletst tegen het kind. De ouder zal zelf samen met het kind moet bepalen waar het kind zich het prettigst bij voelt.

Wanneer een kind opziet tegen een bezoek aan de tandarts is er niets op tegen het kind na afloop te belonen wanneer het toch goed heeft meegewerkt aan de behandeling of controle. Op deze manier wordt hij/zij gestimuleerd ook de volgende keer weer goed mee te werken en merkt het kind dat het voordeel heeft bij het proberen overwinnen van de angst. De beloning moet overigens wel iets kleins zijn. Wanneer er een hele grote beloning beloofd wordt, kan dit weer een verkeerd signaal zijn. Want waarom zou je als kind ergens een grote beloning voor krijgen, wanneer het eigenlijk niet zo eng of vervelend is. De beloning ondersteunt dan het idee van het kind dat het tandarts-bezoek naar is.

Wanneer de angst van het kind de behandeling echt in de weg staat kan overwogen worden een kindertandarts of een tandarts gespecialiseerd in behandeling van angstige mensen te bezoeken. Deze tandarts heeft geleerd hoe om te gaan met de angst van een kind en weet op welke momenten hij/ zij de behandeling beter even vlot kan doorzetten ondanks de angst van het kind, zodat het kind kan ervaren dat het meevalt en op welke momenten het beter is de behandeling even stop te zetten om de angst niet nog meer te vergroten. Deze tandarts maakt steeds de afweging wat het meest in het belang van het gebit is en wat het meest in belang van het kind en zijn/haar angst is en bepaalt op basis daarvan het verloop van de behandeling.

De kindertandarts neemt de tijd het kind te leren kennen en het vertrouwen van hem/haar te winnen. Samen met het kind wordt alle apparatuur die gebruikt gaat worden bekeken en vaak krijgen kinderen de kans om zelf even te voelen en kijken hoe alles werkt. Zo kan het helpen wanneer een kind een waterstraal of borsteltje eerst even zelf mag uitproberen op de hand. Het kind weet dan wat het kan verwachten en wat het zal voelen. Ook worden er vaak afspraken gemaakt hoe de behandeling zal verlopen en hoe het kind kan aangeven dat het niet goed gaat. De tandarts zal rustig beginnen en steeds checken hoe het gaat. Hierdoor houdt het kind contact met de tandarts en wordt hij/zij bij de behandeling betrokken. Wanneer mogelijk kan het kind het tempo van de behandeling bepalen, al is wel steeds duidelijk voor het kind dat de behandeling hoe dan ook gaat plaats vinden. En de tandarts kan soms besluiten dat het beter is de behandeling gewoon uit te voeren, ook al wil het kind dit nog niet. Dit wordt dan duidelijk uitgelegd aan het kind.
In een enkel geval kan besloten worden het kind onder narcose te brengen. Dit gebeurt vooral bij jonge kinderen die een erg ingrijpende behandeling moeten ondergaan en bij kinderen waarbij de angst de behandeling echt onmogelijk maakt of de behandeling te veel van het kind vraagt door de angst.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis


cs-gy-3d-234x16


Literatuur
* Waaajen D. van, Berge M. ten, Veerkamp, J.S.J, (2001) Angst bij kinderen. Tandheelkundige ervaringen in de kindertijd. Ned Tijdschr Tandheelkd 2001; 108: 466-469.
* http://www.tandarts.nl

Een bezoek aan de tandarts, niemand kijkt er naar uit. Zo'n vijftien procent van alle kinderen zit met angst in die tandartsstoel. Door een kind al jong mee te nemen naar de tandarts kan het ontstaan van deze angst voorkomen worden.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden