Tic-stoornis | Last van een tic

Tics komen vrij veel voor bij kinderen en zijn over het algemeen vrij onschuldig. De meeste tics verdwijnen van zelf weer. Wanneer een tic maanden aanhoudt en in sterkte toeneemt is het wel verstandig hulp te zoeken.

Last van een tic

Drs. T. de Vos - van der Hoeven - december 2004

Ouders kunnen er erg van schrikken wanneer zij merken dat hun kind een tic heeft. Toch is dit over het algemeen niet nodig. Tics komen vrij regelmatig voor bij kinderen en verdwijnen gemiddeld weer binnen een jaar.

Van de kinderen tussen de vier en vijftien jaar heeft zo'n 12 tot 15% wel eens last van een tic. Tussen de zeven en elf jaar komen de meeste tics voor. Tics komen bij jongens en meisjes even veel voor. De meeste tics verdwijnen weer na enkele maanden tot een jaar.

Wat is een Tic?

Een tic is een plotselinge, onwillekeurige, snelle, herhaalde, niet ritmische motorische beweging of vocale uiting. Een persoon met een tic heeft het gevoel deze tic moeilijk of niet te kunnen tegen houden, de tic wordt ervaren als onbedwingbaar. Toch kan een tic vaak wel enige tijd (variërend van seconden tot minuten) onderdrukt worden.
Soms wordt een tic voorafgegaan of begeleid door een een sensorische tic, een onaangename sensatie. Deze sensatie neemt toe wanneer de tic onderdrukt wordt waardoor de persoon toch de tic uit.

We onderscheiden drie verschillende soorten tic. Allereerst bewegingstics (motorische tics) zoals knipperen met de ogen, trekken met de mond, hoofdschudden maar ook bijvoorbeeld sprongetjes maken. Ten tweede de vocale tics waarbij gedacht moet worden aan kuchen, grommen, keel schrapen maar ook andere geluiden maken of stopwoorden gebruiken. De derde groep zijn de cognitieve tics waarbij er sprake is van gedachten of beelden die steeds weer terugkeren.

Tics ontstaan in de hersenen (ze zijn neuropsychiatrisch) en zijn een kind dan ook niet aan te rekenen. Het lijkt er op dat een erfelijke factor een rol speelt bij het voorkomen van tics. Psychologische factoren kunnen wel bijdragen aan het ontstaan en voorkomen van tics maar er is geen oorzakelijk verband. Het kind heeft een aanleg voor tics en door spanning kunnen deze tics zich openbaren.
Tics nemen dan ook vaak toe in periodes van stress of vermoeidheid. Meestal zijn tics afwezig tijdens de slaap en wanneer een kind bezig is met een activiteit die om veel concentratie vraagt.

Het verloop van tics kan heel wisselend zijn. Zo kan het kind de ene dag vrij frequent en vrij intensief tics hebben en kan dit de volgende dag veel minder zijn. En ook de plek waar de tics zich voordoen kan wisselen (de ene keer knipperen met de ogen, de volgende keer met de mond trekken). De ene tic is veel storender dan de andere tic, Zo is met je ogen knipperen veel minder storend dan grommen of sprongetjes maken.

Betekent een tic ook dat er sprake van een tic-stoornis is?

Het voorkomen van een of meerdere tics bij een kind hoeft zeker niet te betekenen dat een kind een tic stoornis heeft. De meeste kinderen hebben enige tijd last van een of enkele tics die na enkele maanden weer verdwijnen. We spreken pas van een tic-stoornis wanneer het kind veel tics heeft, de tics dagelijks voorkomen en meerdere malen per dag zich voordoen. Daarbij hebben de tics een beperkende invloed op het dagelijks functioneren van het kind.

Bij de tic-stoornis wordt er onderscheid gemaakt tussen drie stoornissen. De meest voorkomende stoornis is de voorbijgaande tic-stoornis. Het kind heeft dan meerdere tics (motorisch en of vocaal) maar deze houden niet langer dan een jaar aan. Bij de chronische tic-stoornis houden de tics wel langer dan een jaar aan maar is er een combinatie van motorische en vocale tics. Wanneer er tenminste twee motorische tics aanwezig zijn en ten minste een vocale tic en de tics langer dan een jaar aanhouden ( met nooit langer dan drie maanden zonder tics) dan wordt de diagnose Gilles de la Tourette gesteld. Bij veel mensen roept dit de associatie met schelden op, maar dit is een verschijningsvorm die zich maar zelden voordoet. Gilles de la Tourette openbaart zich vaak zo rond het zevende levensjaar. Het begint meestal met een enkelvoudige motorische tic die verdwijnt om plaats te maken voor weer een andere tic. Na enkele jaren (meestal zo rond de elf jaar) beginnen zich dan ook vocale tics voor te doen. Bij zo'n 50% van de kinderen met Gilles de la Tourette treed er een spontane verbetering op in de puberteit. Gilles de la Tourette komt dan ook meer voor bij kinderen dan bij volwassenen. Voor uitgebreidere informatie over Gilles de la Tourette verwijs ik naar http://www.tourette.nl/

Wanneer moet er hulp gezocht worden wanneer een tic zich voordoet?

Veel kinderen hebben zelf niet in de gaten dat zij een tic hebben. Wanneer de omgeving begripvol omgaat met de tic hoeft het kind vaak niet eens te weten dat het een tic heeft. Vaak is er dan ook geen enkel ingrijpen nodig, de tic verdwijnt gewoon weer na enige tijd. Het kind heeft ook geen controle over de tic en op het kind druk uitoefenen om de tic wel onder controle te krijgen zal over het algemeen het probleem alleen maar verergeren.
Het is dan ook wel belangrijk vast te stellen dat er echt sprake is van een tic. Want er kan ook sprake zijn van een dwanghandeling (waarbij het kind de handeling wel bewust uitvoert onder een gevoel van dwang) hetgeen om een andere aanpak vraagt.

Wanneer de tics maanden lang aanhouden zonder af te nemen of zelfs toenemen is het wel goed een arts te consulteren. Ook wanneer de tics zich aanvalsgewijs voor doen of samen met andere problemen is het goed bij de huisarts langs te gaan.

De arts kan medicijnen voor schrijven die de tic onderdrukken. Maar medicijnen nemen de tic niet weg. Daarbij geven medicijnen ook bijwerkingen. Het kind krijgt dan ook steeds de minimale dosis en deze wordt aangepast wanneer door omstandigheden de tics toenemen.
Het kind kan ook een training aangeboden krijgen waarbij het kind leert ontspannen, de signalen voor de tic leren herkennen en tegenbewegingen leren waardoor de tic gestopt kan worden of verdraaid kan worden waardoor deze minder opvalt. Door een andere handeling of beweging in plaats van de tic te plaatsen kan de tic vaak onderdrukt worden.

Ook kan de arts uitleg geven en inzicht verschaffen waardoor het kind en de ouders de tic ook beter kunnen accepteren en uitleg aan de omgeving kunnen geven waardoor in de omgeving van het kind op een betere manier gereageerd wordt op de tic. Ook kan de schaamte rond de tic en angst over het verlies van controle uitgebreid besproken worden zodat het kind en zijn of haar omgeving de tic ook meer kunnen leren accepteren.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16


Literatuur:.
Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV (1994)./ Vert. (uit het engels) door G.A.S. Koster van Groos - Lisse: Swet & Zeitlinger
Vandereycken, W., Hoogduin, C.A.L.& Emmelkamp, P.M.G. (1990) Handboek Psychopathologie deel1, Bohn Stafleu Van Loghum, hoofdstuk 18 blz. 439-445.
www.orthopedagogiek.com


Tics komen vrij veel voor bij kinderen en zijn over het algemeen vrij onschuldig. De meeste tics verdwijnen van zelf weer. Wanneer een tic maanden aanhoudt en in sterkte toeneemt is het wel verstandig hulp te zoeken.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden