Verraderlijke snoetjes

"In de gesprekken die ik met hem had leerde ik hem kennen als een verlegen gesloten jongen die absoluut niet met zijn emoties om kon gaan. Soms zei hij een kwartier niets en zag ik de boosheid in zijn ogen."

Verraderlijke snoetjes

Als beginnend hulpverlener heb ik mij regelmatig verkeken op het uiterlijk van de kinderen die ik begeleidde. Een van de eerste 'cliënten' die ik geheel in mijn eentje zou gaan begeleiden was een jongen van twaalf jaar die agressief was op school, onhandelbaar thuis, vocht met kinderen in de buurt en al meerdere malen geschorst was van school.
Voordat ik de jongen ontmoette had ik visioenen van een jongen die vloekend en tierend mijn kamer binnen zou komen, gekleed in een leren jack met achterover geplakt haar en een vuile blik in zijn ogen.
Toen ik naar de wachtkamer liep trof ik daar een vrij kleine jongen aan met een innemende uitdrukking op zijn gezicht. Het enige wat overeenkwam met mijn visioen, was zijn achterover geplakte haar en dit was heel netjes achterover geplakt haar. Ik kreeg beleefd een handje en hij liep zonder problemen met mij mee. In de gesprekken die ik met hem had, leerde ik hem kennen als een verlegen gesloten jongen die absoluut niet met zijn emoties om kon gaan. Soms zei hij een kwartier niets en zag ik de boosheid in zijn ogen. Maar naar mij toe liet hij nooit zijn agressie zien. Misschien omdat ik een vrouw was en omdat hij het gevoel had dat ik aan zijn kant stond in het conflict dat hij met zijn ouders had.
Ik leerde de jongen kennen achter het 'engelengezicht' en kon mij indenken dat veel mensen problemen hadden met deze jongen, juist omdat hij je in eerste instantie op het verkeerde been zetten met zijn gezichtsuitdrukking en zijn uitgesproken beschaafde indruk.

Ik herinnerde mij naar aanleiding van de ontmoeting met deze jongen, het 'probleemgeval' dat in mijn klas zat op de lagere school. Als kind vond ik hem gemeen, vervelend en achterbaks en in mijn herinnering was hij een engerd om te zien. De oude klassenfoto leerde mij anders. Ook hier leek het gezicht niet te passen bij het gedrag.
Hij was een gewoon uitziende jongen met een beetje een verontschuldigende glimlach op zijn gezicht. Een klein kind nog. Maar dat was ik zelf toen ook dus zo herinner ik mij hem niet. In mijn herinnering was hij met mij meegegroeid en minstens van adolescente leeftijd.

Ook herinner ik mij mijn hartsvriendin op de middelbare school. Mijn moeder wist dat ik een zeer goede vriendin had en had zich een beeld van haar gevormd naar aanleiding van mijn verhalen. Groot was mijn moeder's verbazing toen ze haar ontmoette. En als ik eerlijk ben, moet ik bekennen als ik een foto zie van dit meisje dat ik mij ook afvraag wat ik met haar moest. Ze was een beetje ruwe bolster, blanke pit. Ze had het beste met me voor en daarom waren we vriendinnen. Maar als ik haar niet had leren kennen en alleen had beoordeeld op haar uiterlijk dan was dit zeker een negatief oordeel geworden. Raar om te realiseren van iemand die je jarenlang als een goede vriend beschouwd hebt.

Ook op leeftijden heb ik mij vaak verkeken. Wat vond ik mezelf al volwassen toen ik 12/13 jaar was en wat vind ik dertienjarigen nu nog kinderen. Het is maar vanuit welk gezichtspunt je het bekijkt. Ik weet zeker dat over een paar jaar als mijn dochter naar de lagere school gaat dat ik de kinderen in de hogere groepen dan plotseling weer wel heel erg groot en al volwassen zal vinden.
De eerste keer dat ik een onderzoek zou doen voor de afdeling adolescenten had ik het gevoel dat ik dit niet zou kunnen. Wat moest ik met iemand van bijna mijn eigen leeftijd (ik was 23). Maar als snel ontdekte ik dat een adolescent van 15 jaar in mijn ogen toch nog wel erg jong was en dat deze jongeren toch wel enigszins tegen mij op keken en mij zeker niet als een leeftijdgenoot zagen. Niet zozeer vanwege mijn leeftijd maar vanwege mijn functie.

Ik heb heel wat kinderen in mijn kamer gehad waarvan ik naar aanleiding van hun gegevens een totaal ander uiterlijk verwacht had. En ik heb ook veel kinderen ontmoet die precies voldeden aan het beeld dat ik mij van hen gevormd had. Ik heb geleerd hier doorheen te kijken en het kind er achter te zien en doe dit als hulpverlener zonder probleem.
En de rest van mijn tijd heb ik net als iedereen mijn vooroordelen en denk bij mezelf: 'wat een dom joch' of 'wat een vervelende, arrogante griet'.
Net zoals iedereen die mij ziet ook zo zijn eigen ideeën zal hebben. En wie weet, misschien hebben ze wel gelijk.


cs-gy-3d-234x16



"In de gesprekken die ik met hem had leerde ik hem kennen als een verlegen gesloten jongen die absoluut niet met zijn emoties om kon gaan. Soms zei hij een kwartier niets en zag ik de boosheid in zijn ogen."
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden