Een stukje varen

"Alleen onze oudste zoon die het puber zijn nu echt tot de puntjes onder de knie heeft, lijkt dit niet te zo te willen zien"

Een stukje varen

Met een huis aan het water, een bootje aan de steiger en een stralende zon aan de hemel is de invulling van de zondagmiddag voor ons eenvoudig te raden. De Meyerkampjes gaan 'fijn een stukje varen'.
Voor ons is het heel normaal, maar varend tussen weilanden met schapen en koeien, onze kinderen wijzend op eenden, futen en andere vogelsoorten waarvan de naam ons zo snel niet te binnen wil schieten, beseffen we heel goed in wat voor bevoorrechte positie we ons bevinden.

Alleen onze oudste zoon die het puber zijn nu echt tot de puntjes onder de knie heeft, lijkt dit niet te zo te willen zien. Hij is alleen mee gegaan, omdat hij weet dat hij op de helft van onze tocht een stukje zelf mag sturen. En omdat hij wel beseft dat dat op dit moment nog het enige stukje is dat hij zelf mag varen maakt hij hier gretig gebruik van. In zijn ogen is het te absurd voor woorden dat we hem niet gewoon de boot uitlenen. Maar omdat hij geen vrienden heeft wiens ouders een boot hebben, werkt zijn overbekende "die-en -die mag dat wel van zijn ouders" in dit geval niet. En kan hij dus niet anders dan wachten en gebruik maken van de mogelijkheid om een stukje te varen met zijn ouders en broertjes als passagiers.

Zolang mijnheer de boot niet bestuurt kijkt hij verveeld om zich heen, zucht bij alles wat we zijn broertjes aanwijzen (hem zelf op iets wijzen laten we wel uit ons hoofd, dan is hij ten minste een half uur niet te genieten) en meldt ten minste een keer in de vijf minuten dat we veel te langzaam varen, dat er zo toch niets aan is en dat hij de volgende keer niet meer mee gaat.
Zoals u zult begrijpen zijn we ondertussen wijs genoeg om hier geen aandacht aan te besteden en al helemaal geen discussie over aan te gaan.

En dan is het zijn beurt en mag hij de besturing van de boot overnemen. Hij begint rustig, maar voert de snelheid al snel op. Hij weet uit ervaring tot hoe hard hij ongeveer kan gaan en houdt steeds zijn jongste broertje in de gaten, wetende dat hij, zodra zijn broertje het niet leuk meer vindt, terug moet naar onze vaarsnelheid. `En dat is wel het laatste dat hij wil, stel je voor dat iemand hem ziet.En dus vaart hij met een oog op het water en een op zijn broertje.

En..... hij geniet. Al zal hij dat nooit toegeven. Maar de volgende keer gaat hij weer mee en dat zegt genoeg.

Tirza Meyerkamp



cs-gy-3d-234x16



"Alleen onze oudste zoon die het puber zijn nu echt tot de puntjes onder de knie heeft, lijkt dit niet te zo te willen zien"
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden