Andermans kinderen over de vloer

"Doe ik het wel goed, ben ik er wel voor mijn kinderen wanneer ze mij nodig hebben en vooral, voed ik ze wel op tot leuke aangename en sociale mensen."

Andermans kinderen over de vloer

Net als iedere andere ouder twijfel ik wel eens aan mijn capaciteiten als ouder. Doe ik het wel goed, ben ik er wel voor mijn kinderen wanneer ze mij nodig hebben en vooral, voed ik ze wel op tot leuke aangename en sociale mensen.

Soms als ik naar mijn zoontjes kijk slaat de twijfel toe. Want ze zijn niet altijd leuk en lief. Ze kunnen vreselijk druk zijn. Ze kunnen elkaar vreselijk in de haren zitten. Ze zeggen dingen waarvan ik niet begrijp hoe ze er aan komen en ja, soms valt er ook nog wel eens een klap of wordt er een flinke schop uitgedeeld. En dan vooral juist op het moment dat ik graag wil dat ze zich voorbeeldig gedragen. Bijvoorbeeld omdat ik die norse tante wil laten zien hoe leuk mijn kinderen zijn. Of omdat ik die oud-collega graag wil laten zien dat ik nog steeds mijn werk heel goed kan combineren met de zorg voor mijn kinderen.
En natuurlijk begrijp ik dat mijn kinderen het haarfijn aanvoelen wanneer ik graag wil dat ze zich heel goed gedragen. En dat de druk hiervan er juist voor zorgt dat ze zich gaan misdragen. Moet ik maar niet zo opgefokt zitten doen.

Maar ja, ook op de momenten dat er geen druk of wat dan ook is, doen ze wel eens vervelend. Natuurlijk, daar zijn het kinderen voor. Of laat ik het anders zeggen, daar zijn het mensen voor. Want of ik nou maar altijd leuk, redelijk, gemakkelijk, sociaal en aangenaam ben, ik durf het niet te zeggen. Sterker nog, ik moet het met klem ontkennen. Ik kan heel chagrijnig, vervelend, mopperig en onaangenaam zijn. En ik denk geen seconde dat dat aan mijn opvoeding ligt.
En toch ben ik bij ieder stukje onaangenaam gedrag van mijn kinderen weer bang dat dat wel aan mijn manier van opvoeden ligt. Kortom, ik ben een onzekere ouder.

Ik vind het dan ook heel fijn om vriendjes bij mij over de vloer te hebben, die zich dan eens lekker gaan misdragen. Dan blijkt plotseling dat de grote mond van mijn oudste zoontje niets is vergeleken bij wat Dirk tegen zijn moeder zegt. Dat de vieze liedjes van mijn jongste zoon verbleken bij wat zijn grote vriend Richard uit zijn mouw schud. En dat het doodsteken van een ridder door mijn kleine man letterlijker en figuurlijk kinderspel is bij de spelsituaties die zijn vriendje Kai weet te verzinnen (maar die heeft dan ook een grote broer die schietspelletjes op de computer speelt).

Ik zie hoe deze kinderen schelden, vieze dingen zeggen, dwarsliggen, schoppen en slaan en weet ik veel wat voor meer wangedrag vertonen. En in de eerste plaats maak ik me dan zorgen over hun invloed op mijn kinderen. Maar niet snel daarna maak een gevoel van opluchting zich meester van mij.
Want vergeleken bij deze kinderen zijn mijn zoontjes toch zeker engeltjes ?

Doe ik het misschien toch nog niet zo slecht !

Mischa Dienvang




cs-gy-3d-234x16



"Doe ik het wel goed, ben ik er wel voor mijn kinderen wanneer ze mij nodig hebben en vooral, voed ik ze wel op tot leuke aangename en sociale mensen."
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden