Voorkeur voor één ouder | Nee, mama doen !

Flink wat kinderen maken een periode door dat ze een voorkeur hebben voor een van beide ouders.

Nee, mama doen !

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - januari 2006

"Vroeg in de ochtend wordt je wakker van het geroep van je zoontje. Slaperig loop je naar zijn kamer om te kijken wat er aan de hand is. Boos kijkt hij je in het halfduister aan en roept: "Nee, niet jij, mama moet komen." Je probeert het nog even met de mededeling dat mama nog slaapt, maar mijnheer is onvermurwbaar, mama moet komen."

Heel wat ouders zullen deze situatie herkennen, is het niet bij het slapen dan wel bij andere dagelijkse bezigheden in huis. Veel kinderen ontwikkelen op een gegeven moment een lichte of sterke voorkeur voor een van beide ouders. Soms is dit alleen bij een bepaalde situatie op de dag , bijvoorbeeld bij het in bed leggen, bij andere kinderen zien we dat de ene ouder bijna niets mag en het kind wenst dat de andere ouder alles doet. Een vervelende situatie, vooral voor de ouder die afgewezen wordt. Maar wel een situatie die veel voorkomt. Overigens betekent een voorkeur voor de ene ouder lang niet altijd een afwijzing van de andere ouder, al voelt het vaak wel zo voor de ouder die niet de voorkeur heeft.
Over het algemeen zien we dat het kind nadat het een tijdje veel aandacht gevraagd heeft van een ouder, weer meer de vraag om aandacht gaat verdelen en beide ouders weer gaat vragen om zorg en begeleiding. Maar soms zien we dat een kind lange tijd erg gericht blijft op een ouder.

Dit kan komen doordat de ene ouder veel meer aanwezig is dan de andere ouder, waardoor het kind er aan gewend raakt de zorg van de ene ouder te krijgen. Anderzijds kan afwezigheid er ook toe leiden dat het kind zich juist helemaal richt op de ouder die afwezig is geweest en dan weinig van de ouder wil weten die de meeste zorg op zich nam Het kind uit hiermee dat het de afwezige ouder gemist heeft. Ook kan door een verschil in opvoeding tussen de ouders een situatie ontstaan waarbij het kind erg naar een ouder toe trekt. Bijvoorbeeld omdat het kind weet dat het meer mag bij de ene ouder of zich meer geborgen voelt bij een ouder. Ook kan het dat de karakters van de ouder en het kind gewoon botsen, waardoor het kind meer naar de andere ouder toetrekt. Dit kan gebeuren wanneer ouder en kind een heel verschillend karakter hebben, bijvoorbeeld een drukke ouder met een kind wat er gesteld is op rust en regelmatig. Maar ook wanneer het kind en de ouder juist erg op elkaar lijken wat karakter betreft kan dit voor botsingen zorgen, bijvoorbeeld wanneer het kind snel boos wordt en dit ook een hoop boosheid bij de ouder oproept.

De eerste maanden richt een baby zich nog niet specifiek op zijn of haar ouders. Vanaf 5/6 maanden begint het kind zich echt bewust te hechten aan de personen in zijn of haar directe omgeving. We zien dan vaak dat één persoon centraal komt te staan (exclusieve gehechtheid). En dit is over het algemeen de ouder die de meeste zorg op zich neemt. Wanneer een moeder borstvoeding geeft en er geen fles bijgegeven wordt kan dit er voor zorgen dat het kind sterk naar de moeder toe trekt.
Het is belangrijk om als ouder elkaar in de waarde te laten als ouder. Wanneer een ouder staat te stuntelen met een truitje is het beter dit even op zijn beloop te laten. Door in te grijpen, krijgt het kind een verkeerd signaal. En iedere ouder heeft ook zijn eigen manier om dingen te doen en het is goed om dit ook van elkaar te accepteren.

Aan de voorkeur van een kind wat betreft de zorg van de ouders moet zo min mogelijk toe gegeven worden. Wanneer er namelijk toegegeven wordt aan deze voorkeur zal het kind steeds meer naar deze ouder toetrekken en steeds minder de andere ouder gaan opzoeken.
Het is dan ook belangrijk de zorgtaken zo veel mogelijk te blijven verdelen. Maar niet door het te forceren, het kind zal zich niet prettiger gaan voelen wanneer het gedwongen wordt iets met de ouder te doen die het afwijst. Beter is het situaties te laten ontstaan waarbij het kind even alleen is met de ouder die het kind minder opzoekt, zodat er geen keuze is wie die luier verschoont, voorleest of in bed legt. Zorg voor een situatie waarin het kind soms mag kiezen en soms ook gewoon genoegen moet nemen met hoe de situatie verloopt en wie voor het kind zorgt. Belangrijk is dat beide ouder blijven zorgen voor het kind en betrokken blijven.
Wanneer het kind zich erg verzet kan het soms een oplossing zijn om tijdelijk even een aantal dingen als ouders samen te doen, zodat het kind er aan went dat de ouder die op dat moment niet de voorkeur heeft ook aanwezig is bij deze dingen. De ouder die de voorkeur van het kind heeft kan dan langzaam aan een stapje terug doen en de zorg meer aan de andere ouder overlaten.

Wanneer een kind niet wil dat de ouder iets met het kind doet, kan dit best kwetsend zijn voor deze ouder. Toch is het raadzaam deze geraaktheid niet te veel te laten merken. Wanneer het kind merkt de ouder te kunnen kwetsen heeft het een 'machtsmiddel' in de hand wat het kind kan gaan inzetten wanneer het iets wil bereiken. Maar geheel onverschillig reageren op een afwijzing van een kind is ook niet aan te raden. Het kind krijgt dan het gevoel dat het de ouder niets kan schelen, dat de ouder geen interesse heeft in contact. Het beste is het dan ook aan te geven dat je het jammer vindt dat je het kind niet mag voorlezen en het daar bij te laten.
Het is aan te raden het initiatief tot contact soms ook een beetje bij het kind te laten. Wanneer het kind aangeeft niet te willen spelen met de vader, is het het beste dit te accepteren en wat afstand te nemen. Vaak zien we dan dat het kind na enige tijd toch de vader gaat opzoeken. Terwijl het kind blijft hangen in de afwijzing, wanneer de vader blijft aandringen. Jonge kinderen willen graag zelf de controle hebben over het contact. Hoe meer de ouder zijn best doet, hoe meer het kind de ouder gaat afwijzen.
Wel kan de ouder die de voorkeur van het kind heeft aangeven dat het niet leuk is om niets met de andere ouder te willen doen en het contact stimuleren.

Wat vaak ook helpt is op zoek te gaan naar een eigen manier om aansluiting te vinden bij het kind. Veel ouders proberen de aanpak van de andere ouder over te nemen om zo aansluiting te vinden bij het kind. Dit terwijl het vaak beter werkt om een eigen aanpak te hebben. Hierdoor raakt het kind er aan gewend dat mama dingen anders doet dan papa en dat het met allebei leuk is. Juist door het anders te doen kan een kind interesse krijgen voor de andere ouder. Bijvoorbeeld een kind wat altijd via een vast ritueel naar bed gaat accepteert het niet wanneer zijn moeder hem met het zelfde ritueel in bed legt. Wanneer zij haar eigen ritueel bedenkt vindt de jongen het plotseling wel goed dat moeder hem in bed legt. Het ritueel voor het slapen gaan was iets van hem en zijn vader en hij wilde dat niet ook met zijn moeder. Nu zijn moeder een andere ritueel toepast is het wel goed dat zij hem in bed legt.
Door iets te hebben wat de ouder en het kind samen delen (bijvoorbeeld samen fietsen, samen gaan zwemmen, samen in de tuin werken), iets wat exclusief van de ouder en het kind is, kan de band tussen de ouder en het kind ook versterkt worden en kan ook in een situatie waarin het kind een sterke voorkeur heeft voor de ene ouder een goede relatie bestaan met de andere ouder.

Een voorkeur voor een van de ouders komt vaak voor en is over het algemeen van tijdelijke aard en dan ook geen probleem. Wanneer de voorkeur langer aanhoudt is het goed om het contact tussen de ouder en het kind wat extra te gaan stimuleren zonder dingen te forceren. Een kind mag ook een voorkeur hebben voor een van beide ouders, maar zal wel moeten accepteren dat beide ouders voor het kind zorgen.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis

cs-gy-3d-234x16



Flink wat kinderen maken een periode door dat ze een voorkeur hebben voor een van beide ouders.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden