Omgaan met een weglopertje | En nu blijf je bij me!

Sommige peuters lopen keer op keer bij hun vader of moeder vandaan. Vaak zien ze het weglopen als een soort spel of ze zoeken er een beetje de grenzen mee op: "Wat gebeurt er als ik de andere kant op ga?". Het kan een hele uitdaging zijn om zo'n weglopertje bij je te houden.
En nu blijf je bij me!

Omgaan met een weglopertje

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - februari 2013

Iedere ouder kent het gevoel: even kijk je de andere kant op en weg is je peuter. In blinde paniek begin je te zoeken om -gelukkig- meestal binnen enkele seconden je kleine dondersteen veilig terug te vinden. Over het algemeen is het kindje zich van geen kwaad bewust, hij of zij was gewoon wat aan het rond kijken en was al rondneuzend bij de ouder vandaan gelopen. De volgende keer let het kindje beter op, want veel peuters schrikken er zelf ook van wanneer ze hun papa of mama even kwijt zijn.
Maar dit geldt niet voor alle peuters. Er zijn ook kleintjes die er helemaal niet van onder de indruk zijn wanneer ze hun ouders even kwijt zijn, die keer op keer bij hun vader of moeder vandaan lopen en er soms zelfs een spel van maken. Het kan een hele uitdaging zijn om zo'n weglopertje bij je te houden.

Peuters leven nog heel erg in hun eigen belevingswereld. Ze zijn impulsief en kunnen situaties nog niet goed overzien en dus ook niet de gevolgen van hun gedrag voorzien. Jonge kinderen kunnen nog helemaal opgaan in hun spel en de wereld om zich heen totaal vergeten. Niet ieder weglopertje doet dit dan ook om de ouder uit te dagen of om stout te zijn of iets dergelijks. Vaak gaat het kind zo op in zijn eigen spel en interesses dat het niet eens in de gaten heeft dat hij/zij bij papa of mama vandaan loopt. Dat mooie gele bloemetje, dat kindje aan de overkant van de straat of dat leuke hondje, voor de ouder het in de gaten heeft, staat het peutertje al op straat, druk bezig naar de overkant te gaan. Zich van geen kwaad bewust.
wegrennen als spelletje
Al is er ook een groep kinderen die wel heel bewust bij hun ouder vandaan loopt. Ze weten dat het niet mag en doen het toch. Ze dagen uit en zoeken de grenzen op, om zo te ontdekken wat er dan gebeurt. Vaak zien ze het bij hun ouder vandaan lopen ook een beetje als een spel. Al lachend lopen ze de verkeerde kant op of bij hun vader of moeder vandaan. Wanneer die hierop reageren met achter het kind aan gaan lopen, maakt dit het spel extra leuk.

Hoe ga je er mee om?

Achter je kind aan gaan lopen/ rennen lijkt dus niet de beste oplossing, al kun je natuurlijk niet altijd anders. Wanneer je kind dreigt de straat op te stappen of zichzelf op een andere manier in gevaar te brengen, ren je uiteraard naar hem/haar toe. Maar op momenten dat het minder kwaad kan dat je kindje bij je vandaan loopt, is het aan te raden, niet te snel achter je peuter aan te lopen, hoe gefrustreerd of kwaad je ook bent. Het bij je vandaan lopen wordt anders enkel maar steeds meer een spel. Wanneer je niet achter je dondersteen aankomt, is het spel over en menig kind komt dan uit zichzelf terug.

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Probeer dus het weglopen te voorkomen door duidelijke afspraken te maken met je kindje voordat jullie naar buiten gaan. Stel duidelijke regels zoals: 'op de stoep mag je los lopen, als je bij mama blijft', 'als we de straat oversteken geef je papa altijd een hand', 'Je mag vooruit lopen, maar ik moet je kunnen zien.' etcetera. Leg goed uit waarom het belangrijk is om bij papa of mama te blijven. Peuters weten vaak niet waarom ze bij je moeten blijven. Wanneer ze dit beter begrijpen, zullen ze eerder besluiten bij je te blijven. Al vanaf één/ anderhalf jaar kunnen kinderen dit begrijpen. Al zullen ze er niet altijd naar handelen, het is wel goed om deze uitleg te geven.
Vertel ook duidelijk wat er gebeurt wanneer je kindje zich niet aan deze regels houdt: 'wanneer je bij papa vandaan loopt, moet je in de buggy', 'je moet mama een hand geven, wanneer je niet naast haar blijft lopen'. Door deze regels te stellen en de gevolgen uit te leggen van het overtreden ervan, weet je kind goed wat er van hem of haar verwacht wordt.
aan de hand lopen
Wanneer je peuter een hand moet geven en hij/ zij weigert dit, dan is het belangrijk hier geen discussie over te laten ontstaan of een strijd over aan te gaan. 'Wanneer er auto's rijden geef je een hand. Punt.' Wees duidelijk en zorg dat je kindje een hand geeft of hou hem/haar op een andere manier vast (aan zijn jas, haar arm etc.)
Zo leert je kindje dat er wat dit betreft gewoon duidelijke afspraken en grenzen zijn en dat hier niet aan te tornen valt. Wanneer je peuter hiernaast in veilige situaties de kans krijgt wel los te lopen, zal het hier goed mee leren omgaan en steeds beter gaan luisteren.

Wanneer je een ondernemende peuter hebt, kan dit er voor zorgen dat je op straat extra voorzichtig bent en strenge regels stelt. Wanneer dat nodig is, dan is dat goed. Maar het is wel aan te raden ook rekening te houden met de ondernemende aard van je peuter. En hem/ haar ook de kans te geven zelf verantwoordelijkheid te nemen over het bij de ouders blijven. Wanneer je je peuter altijd aan de hand houdt bij het op straat lopen of altijd in de buggy zet, voorkom je dat hij/ zij wegloopt, maar leer je hem/haar het weglopen niet af. Het is dan ook aan te raden om situatie op te zoeken waarin je peuter veilig zelf dingen kan ondernemen en wel de kans krijgt om bij je vandaan te lopen. Hoe vreemd dat misschien ook klinkt, alleen zo leert je peuter bij je in de buurt te blijven. Niet omdat jouw hand of de buggy voorkomt dat hij/zij wegloopt, maar omdat je kind zelf leert begrijpen dat hij/zij bij je moet blijven. Zoek een park/ bos/ speelplein op waar je peuter rustig zonder hand kan lopen of laat hem/ haar uit de buggy zodra de straat waar je loopt rustig genoeg is. En geef dan extra veel complimenten wanneer het goed gaat. Laat je kindje ook weten wanneer hij/ zij zonder hand mag lopen en wanneer het wel een handje moet geven.

Start rustig op een veilige plek waar je kindje geen kwaad kan wanneer hij/ zij toch bij je vandaan loopt. En begin met korte wandelingetjes, wanneer je peuter het nog moeilijk vindt langere tijd bij je te blijven. Zo hebben je kind en jij sneller een succeservaring (want die paar minuten lukken) en kun je snel complimenten geven. Zo raakt je peuter gemotiveerd mee te werken en bij je te blijven.
Wees ook betrokken bij je kindje tijdens een wandeling, praat tegen hem/haar en wijs op alles wat jullie zien. Zo wordt je peuter ook gestimuleerd bij je te blijven, gewoon omdat dat gezellig is. Tijdens het boodschappen doen kan je peuter wat boodschappen voor je pakken en tijdens het wandelen kun je samen speuren naar rode bloemetjes. Zo is je kindje gericht op het contact met jou en is er voldoende afleiding van het idee 'eens lekker dwars te gaan doen.'
bij je vandaan lopen
Je peuter loopt toch bij je vandaan.

Wanneer je peuter ondanks de afspraken die jullie gemaakt hebben, toch bij je vandaan loopt, dan is het tijd om in te grijpen. Wanneer de situatie veilig is, is het verstandig eerst aan te geven dat je verwacht dat je kindje bij je terug komt. Er hoeft geen kwade opzet in het spel te zijn. Het kan dat je peuter al dromend bij je vandaan gelopen is of even vergeten is wat de afspraak ook al weer was. Door je kindje hier even aan te herinneren kan het weer bij je terug komen, zonder dat er gemopperd hoeft te worden. Er is dan juist ruimte voor een compliment.

Wanneer de situatie niet veilig is of je dwarse peutertje even goed niet luistert, dan is het verstandig je kind op/ beet te pakken. Geef rustig en duidelijk aan dat dit niet mocht en waarom dit niet mocht: 'het is gevaarlijk als je bij me vandaan loopt', 'op straat zijn auto's' of 'als je wegloopt raken we elkaar kwijt'. Hou daarna je kindje een tijdje bij je door zijn/ haar hand vast te houden of hem/haar in de buggy / in het stoeltje van het winkelwagentje te zetten. Leg opnieuw duidelijk uit waarom je dit doet.
Probeer je peuter daarna alsnog de kans te geven te laten zien dat hij/zij bij je kan blijven door hem/ haar weer los te laten lopen na enige tijd. Wanneer het opnieuw misgaat is het tijd om te stoppen en naar huis te gaan. Volgende keer beter. Want het is belangrijk het wel te blijven proberen. Een kind dat niet de kans krijgt te oefenen en te bewijzen bij de ouder te kunnen blijven, leert dit niet. Vertel je kindje dit ook, dat hij/ zij het de volgende keer weer mag proberen.

Door te blijven oefenen, duidelijke afspraken te maken, weglopen te begrenzen, maar los lopen ook toe te staan in veilige situaties, leert je peuter dat hij/ zij vrij is zelf te lopen wanneer hij/ zij bij je blijft, terwijl weglopen leidt tot vastgehouden worden of in de buggy moeten zitten. En de meeste kinderen kiezen er dan al snel voor toch maar bij je te blijven.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Vraag per e-mail of advies aan huis



cs-gy-3d-234x16



Sommige peuters lopen keer op keer bij hun vader of moeder vandaan. Vaak zien ze het weglopen als een soort spel of ze zoeken er een beetje de grenzen mee op: "Wat gebeurt er als ik de andere kant op ga?". Het kan een hele uitdaging zijn om zo'n weglopertje bij je te houden.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden