Paniekaanvallen

Het krijgen van een paniekaanval kan heel beangtigend zijn. Vaak zien we dat kinderen na een paniekaanval, angst voor nieuwe aanvallen ontwikkelen. Zo belanden ze in een vicieuze cirkel.
Paniekaanvallen

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - januari 2015
Ieder kind is wel eens bang. Bang om de ouders kwijt te raken, bang voor die grote hond, bang in het donker of bang voor die toets die er aan komt, etcetera. En dat geeft niet, zolang het maar om kan gaan met de angst, er niet helemaal door overspoeld wordt en de angst het kind niet belemmert in het dagelijkse doen en laten.
Angst kan ook een belangrijke signaalfunctie hebben. Het leert kinderen voorzichtig en alert te zijn op dat hoge klimrek, in het contact met vreemden, bij het gebruik van lucifers, enzovoort. (Meer over angst bij kinderen kunt u lezen in ons artikel Ik ben daar bang voor.)

Maar angst kan soms ook verlammend werken, het functioneren van het kind verstoren of tot paniek leiden. In dat geval kan er sprake zijn van een angststoornis. Problemen met angst zijn de meest voorkomende klachten bij kinderen met psychische problemen.
paniekaanval
Plotseling paniek

Paniek is een specifieke vorm van angst, waarbij we een of meer van de volgende symptomen waarnemen: trillen, zweten, ademnood (hyperventileren), tintelende sensatie in handen of voeten, duizeligheid, misselijkheid of diarree, hartkloppingen en uiteraard gevoelens van angst.

De eerste paniekaanval bij kinderen is over het algemeen het gevolg van een confrontatie met iets waar het kind bang voor is. Dit kan bijvoorbeeld een spin zijn, de angst te moeten spugen in de klas, een onbekende die het kind aanspreekt of spanning voor een toets. Bij volwassenen zien we soms dat de paniekaanval echt uit het niets ontstaat, maar dit wordt eigenlijk zelden waargenomen bij kinderen. De angst kan best terecht zijn, maar de paniek staat niet in verhouding tot de angst. Kinderen moeten voorzichtig zijn in het contact met onbekenden, ziek worden in de klas is naar en spanning voor een toets is normaal. Maar deze zaken hoeven niet voor totale paniek te zorgen.

Het kind is bang, de angst overspoelt het kind en zo ontstaat de paniek. Omdat een paniekaanval gepaard gaat met veel lichamelijke signalen, die op zichzelf als zeer naar en beangstigend worden ervaren, kan de paniekaanval er voor zorgen dat boven op de angst die het kind al ervaart, ook nog eens de angst voor de paniekaanval zelf komt.
De angst groeit hierdoor. Kinderen die een paniekaanval hebben, geven aan bang te zijn de controle over hun lijf kwijt te raken of iets ergs te mankeren. Soms geeft de paniekaanval zelfs de angst dood te gaan.

Een paniekaanval komt over het algemeen vrij abrupt op, plotseling is er die paniek. De paniek houdt dan vaak een paar tot tien minuten aan en neemt dan langzaam weer af.
Paniekaanvallen komen vooral voor bij wat oudere kinderen, zo vanaf een jaar of tien. Vaak zien we de eerste paniekaanval aan het begint van de puberteit. Paniekaanvallen komen twee keer zo vaak voor bij meisjes als bij jongens.
kind in paniek
Geen controle over de paniek

Na een eerste paniekaanval zien we dat kinderen in een vicieuze cirkel belanden. Ze worden bang dat de paniekaanval zich zal herhalen en juist door deze angst kan de paniek weer de kop opsteken. Zo houdt de paniek zichzelf in stand. We spreken in dit geval van anticipatie-angst: angst voor de angst.

Kinderen gaan vaak ook datgene wat de paniekaanval heeft opgeroepen vermijden, waardoor de angst de kans krijgt nog meer toe te nemen. Want door vermijding krijgt het kind niet de kans te ervaren dat de situatie die het vreest, eigenlijk wel mee valt en dat de paniek de volgende keer best uit kan blijven.
Steeds meer situaties worden dan vermeden uit angst ook in die situaties in paniek te raken. Het kind blijft het liefste in de veilige, vertrouwde omgeving. Vooral situaties waarin het kind het gevoel heeft niet weg te kunnen wanneer de paniek toe slaat, worden vermeden.

Juist door het gevoel geen controle te hebben over de paniek en het eigen lichaam, wordt een paniekaanval als zeer beangstigend ervaren. Paniek gaat heel vaak ook samen met irreële gedachten zoals:"ik ga dood", "ik kan hier niet mee omgaan", "Ik ga zo spugen" ,"Ik kan die toets niet" ,"Die hond gaat me bijten", "Ik ben ernstig ziek", etcetera. Tijdens de paniekaanval lukt het het kind niet te zien dat deze gedachten niet kloppen.

Wanneer een kind langere tijd last heeft van paniekaanvallen zien we vaak dat het steeds meer bijkomende klachten krijgt. Door de angst en het vermijdingsgedrag, wordt het kind onzeker en somber. Het vinden van sociale aansluiting wordt ook steeds moeilijker wanneer het kind veel situaties vermijdt. Een kind dat last heeft van paniekaanvallen kan huizenhoog opzien tegen een bezoek aan vrienden, op kamp gaan of een feestje.
geen paniekaanval


Hoe kun je als ouder helpen?

Hoezeer bepaalde angsten ook bij de ontwikkeling van kinderen horen, wanneer angst het dagelijkse leven van je kind begint te beïnvloeden is er geen sprake meer van ontwikkelingsgebonden angst.

Wanneer je kind een keer in paniek raakt, hoeft dat niet meteen een signaal te zijn dat hij/zij hulp nodig heeft en hoef je je niet meteen zorgen te maken. Veel kinderen hebben vroeger of later wel eens een paniekaanval. Maar wanneer de paniek daarna regelmatig terugkeert en je zoon/dochter ook vermijdingsgedrag en anticipatie-angst laat zien, dan is het wel goed hulp aan te bieden.

In de eerste plaats is het belangrijk de angst van je kind serieus te nemen. Zeggen dat er niets is om bang voor te zijn of dat er niets aan de hand is, helpt niet. Een paniekaanval voelt zeer beangstigend en het is belangrijk je zoon/dochter hier serieus in te nemen. Tijdens de paniekaanval kan je vaak weinig doen, behalve er zijn voor je kind. Natuurlijk stel je hem/haar gerust, maar in alle paniek zal dit weinig effect hebben. Pas wanneer de aanval weer afneemt, is er de mogelijkheid om te praten over waar de paniek vandaan kwam. De meeste kinderen hebben dan zelf ook wel in de gaten dat hun paniek onnodig of overdreven was. Maar ze geven ook meteen aan het gevoel te hebben er geen grip op te hebben en de paniek niet te kunnen voorkomen.
Samen met je kind kun je dan bekijken waar de angst vandaan komt en verzinnen hoe je dochter/ zoon meer grip kan krijgen op de paniek en de angst kan doen afnemen.

Hulp zoeken.

Soms lukt dit je kind zelf, maar vaak is begeleiding door een hulpverlener toch wel wenselijk. Gelukkig zijn paniekaanvallen goed behandelbaar.
Bij de begeleiding van kinderen met paniekaanvallen wordt bijna altijd gekozen voor cognitieve gedragstherapie. Deze therapie gaat uit van de veronderstelling dat je gedachten grote invloed hebben op wat je voelt en doet. Door anders over situaties te gaan denken kan je je gevoel en gedrag bijstellen.

Cognitieve gedragstherapie bij kinderen bestaat meestal uit de volgende onderdelen. In de eerste plaats wordt het kind en de ouders informatie gegeven over wat paniekaanvallen zijn (psycho-educatie). Wanneer je zoon/ dochter een paniekaanval goed kan herkennen, weet wat het is en dat het geen kwaad kan en dat het na een paar minuten weer verdwijnt, dan wordt de aanval al iets minder beangstigend. Daarnaast worden ontspanningsoefeningen geleerd. Je kind leert hoe hij/zij door middel van het ontspannen van bepaalde lichaamsdelen, bepaalde sensaties die bij de paniekaanval horen kan voorkomen of verminderen. Niet alleen worden de sensaties hierdoor minder vervelend, maar het geeft ook een gevoel van controle. Daarbij hoort ook het leren focussen op de omgeving en minder op de gevoelens tijdens de paniekaanval en het zoeken van afleiding.

Het derde onderdeel van de therapie betreft het aanpakken van de gedachten die de paniekaanval oproepen of in stand houden. Het kind wordt gestimuleerd zich af te vragen: "klopt het wat ik denk, is het echt waar?" en "Als wat ik denk niet waar is, wat kan ik dan beter denken." Nu is dit natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, want veel kinderen weten best - wanneer de paniek weer weg is - dat hun gedachten niet kloppen. Maar door hier goed over na te denken en vooral 'helpende gedachten' ("ik hoef niet bang te zijn", "Ik ga niet flauwvallen", "Het gaat zo weer weg", "Ik kan dit", "als ik ontspan voel ik me beter", "Ik denk aan iets leuks" ) te verzinnen op een moment dat er geen sprake is van paniek, wordt het wel makkelijker deze gedachten op te roepen tijdens een paniekaanval.

Het laatste onderdeel van de therapie betreft vooral het aanpakken van de anticipatie-angst en het vermijdingsgedrag, oftewel blootstelling aan dat waar het kind bang voor is. Alleen zo kan je zoon/dochter ervaren dat hij/zij kan omgaan met de situatie en dat de gevreesde situatie eigenlijk best meevalt. Vaak gebeurt dit met behulp van een stappenplan, waarbij begonnen wordt met een situatie die het kind maar licht beangstigend vindt en er toegewerkt wordt naar de situaties die als echt beangstigend worden ervaren.

Door zo de confrontatie aan te gaan met dat waar je zoon/dochter bang voor is, wetende dat de paniek maar tijdelijk is en dat hij/zij een aantal helpende gedachten heeft om zichzelf te steunen, kan de angst uitgedoofd worden en kunnen de paniekaanvallen gestopt worden.


Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Stel uw vraag of advies aan huis


Informatie voor dit artikel komt van:
* www.ouders.nl/vraagbaken/plotseling-ontstane paniekaanvallen
* www.angstcentrum.be/paniekstoornis.htm
* www.nji.nl/nl/WatWerkt_Angststoornissen_folder.


cs-gy-3d-234x16






Het krijgen van een paniekaanval kan heel beangtigend zijn. Vaak zien we dat kinderen na een paniekaanval, angst voor nieuwe aanvallen ontwikkelen. Zo belanden ze in een vicieuze cirkel.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden