Omgaan met angst

Angst hoort bij de normale ontwikkeling van kinderen. Bijna ieder kind is wel eens bang. Angst kan een doel hebben, maar vaak is het niet nodig bang te zijn. Je kunt je kind dan helpen deze angst te overwinnen.
instagramopvoedadvies
facebookopvoedadvies
twitteropvoedadvies
Er zit een spook op de zolder

Omgaan met angst

Drs. Tamar de Vos - van der Hoeven - november 2022
Angst is een aangeboren reactie. Het is een overlevingsmechanisme en heeft een belangrijke functie. Angst brengt ons lichaam in een staat van waakzaamheid en helpt ons besluiten hoe we moeten reageren, met vluchten of de confrontatie aangaan ( de vecht- of vluchtreactie). Het voorkomt dat we dingen doen die gevaarlijk zijn en beschermt ons. Maar veel mensen ervaren ook angst op momenten dat het helemaal niet nodig is om bang te zijn. Dit komt gedeeltelijk door onze aanleg. De ene persoon is sneller angstig dan de andere persoon. Maar uiteraard spelen ook onze ervaringen een belangrijke rol bij het ontstaan van angsten. Wanneer je betrokken bent bij een ongeluk of je wordt aangevallen door een hond, dan is het begrijpelijk dat je een angst voor autorijden of honden ontwikkelt. Maar ook dan zien we een verschil per persoon. De ene persoon kan een flinke angst ontwikkelen, terwijl de andere misschien de nare ervaring makkelijker achter zich kan laten en zonder veel moeite weer achter het stuur stapt of een hond benadert. Angst is een samenspel tussen aanleg en ervaring.
kind angstig troost
Angst bij kinderen.

Als ouder zal je dit ook ervaren. Je merkt dat jouw kind sneller bang is dan leeftijdsgenootjes of dat je zoon sneller met paniek reageert dan je dochter. Het ene kind is sneller bang dan het andere. En dat is zeker geen aanstellerij. Het ene kind voelt echt meer dan het andere kind. Dit is te verklaren vanuit de prikkelbaarheid van het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel is verantwoordelijk voor alle processen in ons lijf waar wij geen directe controle over hebben. Je kunt dan denken aan je ademhaling, hartslag, bloeddruk en spijsvertering. Het helpt ons lichaam om klaar te zijn voor een vecht- of vluchtreactie. Bij een kind dat angstig aangelegd is, zien we dat dit zenuwstelsel eerder actief wordt. Het voelt lichamelijk echt meer angstsignalen. Het kind reageert dus al met angst bij lichte prikkels van buitenaf.

Vaak is wel duidelijk dat een kind bang is. Het kind huilt, verstopt zich achter de ouder, zoekt steun of zegt bang te zijn. Maar ook minder duidelijke signalen kunnen op angst duiden. Zo zien we regelmatig dat kinderen die bang zijn of ergens tegen opzien, allerlei lichamelijke klachten melden. Ze hebben hoofdpijn, buikpijn of zijn misselijk zonder dat hier een lichamelijke oorzaak voor is. Angst kan ook zorgen voor slecht eten of slapen. Of ouders ervaren dat hun kind erg prikkelbaar is en bij het minste of geringste erg van slag is. Een terugval naar gedrag dat bij een jongere leeftijd hoort, zoals zindelijkheidsproblemen, duimen, eenkennigheid et cetera, kan ook een eerste signaal zijn dat een kind worstelt met angst.
Wanneer je merkt dat je zoon/ dochter bepaalde situaties vermijdt, kan dat ook een signaal zijn dat hij/zij mogelijk angstig is.

Angst op verschillende leeftijden

Kinderen zijn over het algemeen sneller en vaker angstig dan volwassenen, doordat ze veel dingen nog niet goed begrijpen of kunnen plaatsen. En bij jonge kinderen zien we andere angsten dan bij oudere kinderen. Dit komt gedeeltelijk natuurlijk doordat de wereld van een wat ouder kind veel groter is dan die van een baby of dreumes. Maar ook de ontwikkelingsfase waarin het kind zich bevindt, kan bepalend zijn voor het soort angst dat we waarnemen.
Zo ontwikkelt een baby pas hoogtevrees wanneer het gaat staan of zich voortbewegen. En scheidingsangst steekt pas de kop op wanneer een kind zich bewust is van objectpermanentie (het besef dat iets of iemand ook blijft bestaan wanneer je het/ hem/ haar niet kan zien). Faalangst zien we vaak pas bij kinderen op de lagere school. omdat er dan steeds meer eisen aan het kind gesteld gaan worden.
bang voor monster onder bed
- Baby's en dreumesen zijn vaak bang voor het onbekende. Onbekende geluiden, dingen en mensen zijn onvoorspelbaar en dus beangstigend. Zeker wanneer de ouders even afwezig zijn, kan de angst flink toeslaan.
Ook peuters vinden het nog erg spannend om zonder de ouders te zijn. In een vertrouwde omgeving zoals op het kinderdagverblijf of bij opa en oma gaat het vaak prima, maar in minder vertrouwde omgeving kan de scheidingsangst nog flink toeslaan.

-Peuters zijn vaak ook bang voor dingen die ontstaan in hun eigen fantasie. Ze vinden het nog heel moeilijk om onderscheid te maken tussen fantasie en werkelijkheid. Dat wat ze bedenken, kan in hun beleving ook echt gebeuren. Er kan dus echt een monster onder hun bed zitten, ze kunnen wegspoelen met het badwater en er woont een spook op zolder. Deze angsten die voortkomen uit de fantasie van een kind kunnen tot aan de kleutertijd aanhouden.

- Ook kleuters vinden het nog lastig om onderscheid te maken tussen de realiteit en dat wat zij zelf verzinnen. Bij kleuters zien we ook steeds meer angsten met betrekking tot het contact leggen met andere mensen. Kleuters kunnen erg verlegen zijn of zich ongemakkelijk voelen in het contact met leeftijdsgenootjes en de volwassenen om zich heen. Deze angst wordt vaak niet direct getoond, maar is vaak terug te zien in de onhandige pogingen om contact te leggen.
Naarmate het kind ouder wordt, verdwijnen de angsten die voortkomen uit de fantasie wat meer naar de achtergrond en maken deze plaats voor meer reële angsten zoals brand, inbraak en de dood. Zeker als kinderen hier (dichtbij of van wat verder af) mee geconfronteerd worden, kan deze angst flink toeslaan.

- Wanneer kinderen eenmaal naar groep drie gaan en de basisschool verder doorlopen, dan zien we steeds vaker angsten optreden met betrekking tot school en prestaties. Kinderen kunnen faalangst ontwikkelen en onzeker worden. Het contact met leeftijdsgenootjes kan ook de nodige sociale angsten opleveren, zoals de angst er niet bij te horen of gepest te worden. Kinderen van de lagere schoolleeftijd kunnen erg piekeren en zich zorgen maken over school, vrienden en het verlies van dierbaren.
verstoppen bang angst
Hoe kun je helpen?

Om je kind te kunnen helpen, moet je eerst goed achterhalen waar hij/zij bang voor is. Soms vullen we als ouders te snel in waar ons kind bang voor is. Je ziet bijvoorbeeld dat je peuter met steeds meer verzet naar bed gaat. Dan kan jij veronderstellen dat hij/ zij vast bang is voor het alleen zijn in het donker. Terwijl dat helemaal niet het geval hoeft te zijn. Start dus altijd met een gesprek over de angst en probeer zo goed mogelijk te achterhalen waar je kind bang voor is. Neem de angst van je kind serieus, juist ook wanneer jij het eigenlijk maar onzin vindt. Stel zoon/ dochter gerust en ga samen op zoek naar oplossingen om de angst te laten afnemen. Let er hierbij op dat je de controle zoveel mogelijk bij je kind laat. Zo wordt hij/ zij zo min mogelijk afhankelijk van jou als ouder om de angst te overwinnen. Natuurlijk is er niets op tegen om een tijdje bij je kleuter te blijven wanneer hij/zij angstig is in de nacht. Maar bouw dit wel af en zoek samen naar manieren waarop je kind zich ook alleen in de nacht veilig kan voelen.

Het is goed om de angst van je kind serieus te nemen, maar het is ook belangrijk om er als ouder niet te zwaar aan te tillen. Door niet te veel aandacht te besteden aan de angst, help je je kind deze ook weer los te laten. Wanneer jij als ouder veel gaat praten over de angst van je kind en van alles gaat proberen om je kind te helpen, geef je onbewust een beetje een verkeerd signaal. Namelijk dat jij je er als ouder ook druk om maakt. Je kind heeft er meer aan wanneer jij rustig blijft en uitstraalt dat er eigenlijk niet zo veel aan de hand is.

Waak ervoor dat je kindje moeilijke situaties gaat vermijden, maar ga ook geen dingen forceren. Je loopt dan het risico dat je de angst enkel vergroot. Wees ook altijd eerlijk. Geruststellingen als 'het doet echt geen pijn' bij een prik of 'die hond is lief, die gaat echt niet blaffen' terwijl de hond best kan gaan blaffen, doen meer kwaad dan goed. Je kind kan extra schrikken wanneer de prik toch even pijn doet of de hond toch blaft. En latere geruststelling zal minder effect hebben, omdat je kind je niet meer helemaal zal vertrouwen. Beter is het om eerlijk te zijn en je kind zo goed voor te bereiden: "De prik kan even pijn doen, maar dat gaat weer over. Wanneer jij je ontspant, doet de prik minder zeer" of "Het kan dat de hond van tante Wendy blaft, maar hij zit aan de riem, dus hij kan niet tegen je opspringen." Zo weet je kind wat het kan verwachten en kan het zich hierop voorbereiden.
klimmen bang proberen
Eveneens is het goed om te kijken welk voorbeeld jij geeft als ouder. Je kan je kind laten zien dat je niet bang bent voor de tandarts, voor spinnen of voor het onweer. Maar dat hoeft zeker niet te betekenen dat je jouw eventuele angsten altijd moet verbergen. Je zoon/ dochter kan er ook veel van leren wanneer jij wel aangeeft een beetje bang te zijn voor bijvoorbeeld de lift of een presentatie die je moet geven, wanneer je daarna kan laten zien dat je je niet laat hinderen door die angst en dus toch in die lift stap of die presentatie geeft. Juist door te zien hoe jij omgaat met jouw angst leert je kind veel. Een boekje lezen over angst en het overwinnen hiervan kan kinderen ook helpen (onderaan dit artikel vind je een lijst met suggesties) net als het kijken van een filmpje. Je kunt bij sommige angsten ook oefenen met je kind met het omgaan met de angst. Zo kun je het geven van een spreekbeurt, een vraag aan de meester stellen of een vriendje te spelen uitnodigen thuis oefenen.

Wat kan je beter niet doen?

Er is dus veel wat je kunt doen om je angstige kind te helpen. Maar er zijn ook een aantal zaken die je beter niet kunt doen. Zoals aangegeven is het goed om niet te veel mee te gaan in de angsten van je kind. Maar het is niet verstandig om de angst van je kind niet serieus te nemen of de boodschap te geven dat je kind zich aanstelt. Je zoon/ dochter zal zich hierdoor enkel maar angstiger voelen en een volgende keer niet bij je durven aankloppen met angst.
Te veel gaan geruststellen is overigens ook niet de juiste aanpak. Wanneer jij als ouder steeds weer je kind geruststelt ga je toch iets te veel mee in de angst van je kind. Je geeft eigenlijk de boodschap dat er echt iets aan de hand is, iets wat veel steun en troost verdient. De kunst is dus een balans te vinden tussen serieus nemen, maar niet te veel troosten en meegaan in de angst. De boodschap moet zijn" Ik zie dat je bang bent, ik steun je, maar je angst is niet nodig." Erken het gevoel, praat er over en zoek dan samen naar oplossingen.
Je kind te veel gaan beschermen of situaties die je kind bang maken gaan vermijden, is dan ook echt sterk af te raden. Wanneer je situaties gaat vermijden, geef je je zoon/dochter niet de kans te ervaren dat zijn/ haar angst niet nodig. Ook geef je zo niet de kans de angst te overwinnen. Dingen die je vermijdt, kunnen alleen maar enger worden.
Het kan ook goed zijn om eens te kijken hoe vaak je je kind waarschuwt voor gevaren. Natuurlijk wil je je zoon/ dochter leren voorzichtig te zijn. Maar wanneer je steeds weer je kleuter waarschuwt wanneer hij op het klimrek klautert of wanneer je kind steeds weer waarschuwt voorzichtig te zijn in het verkeer, dan kan dit je kind onzeker maken in deze situatie. Je zoon/ dochter kan dan het gevoel krijgen dat jij er niet op vertrouwt dat hij/ zij dit kan of kan het idee krijgen dat de situatie gevaarlijker is dan dat deze werkelijk is. Na een paar keer waarschuwen is het dus beter hier mee te stoppen.


Er zijn verschillende boekjes over angst die kinderen kunnen helpen hun angst te overwinnen. Voor meer informatie en de mogelijkheid om het boek te kopen bij Bol.com klik je op de titel:
- Iedereen is wel eens...bang!, Moira Butterfield (3 tot 6 jaar)
- Kikker is bang, Max Velthuijs (4 tot 6 jaar)
- Kleine struis, Een voorleesverhaal over bang zijn, Kim Crabeels (4 tot 6 jaar)
- Het kleine boek van grote angsten, Monica Arnaldo (4 tot 6 jaar)
- Bang mannetje, Mathilde Stein (4 tot 6 jaar)
- Fosfo, het bange monster, Dimitri Leue (4 tot 6 jaar)
- Kleine IJsbeer en de Bange Haas, Hans de Beer (4 tot 7 jaar)
- Een beetje bang, Durf jij dit boek te temmen?, Sarah Brusell (4 tot 7 jaar)
- Wat Viktor voelt - Ik ben bang (4 tot 7 jaar)
- Rikki durft, Guido van Genechten (4 tot 7 jaar)

Boeken voor wat oudere kinderen over angst:
- Denken + Doen = Durven, Susan Maria Bogels (7 tot 16 jaar)
- De baas van de Piekerfabriek, Margreet van der Veen (7 tot 10 jaar) (onze recensie)
- Wat kun je doen als je te veel piekert, Dawn Huebner (7 tot 11 jaar)
- Weg met het angstduiveltje, Kate Collins-Donnelly (10 tot 18 jaar) (onze recensie)



Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of wilt u een persoonlijk advies, dan kunt u hier terecht: Stel uw vraag of advies aan huis









Angst hoort bij de normale ontwikkeling van kinderen. Bijna ieder kind is wel eens bang. Angst kan een doel hebben, maar vaak is het niet nodig bang te zijn. Je kunt je kind dan helpen deze angst te overwinnen.
Auteursrechten nadrukkelijk voorbehouden